Het opschakelen en terugschakelen zal in het begin lastig zijn. Je moet je aandacht goed op de weg houden, de juiste stuurbewegingen uitvoeren of koersvast zijn en blijven, en ook nog de handelingen en het voetenwerk beheersen die nodig zijn om op tijd op te schakelen of terug te schakelen. En dit allemaal op het juiste moment en zonder naar de versnellingspook te kijken. Op- en terugschakelen vragen in het begin van de rijopleiding dan ook veel energie en aandacht. Uiteindelijk zal dit een automatisch proces worden, waarbij je niet meer hoeft na te denken, zodat je de aandacht volledig kunt richten op zaken die bij verkeersdeelname belangrijk zijn. Het aantal versnellingen kan per voertuig verschillen (meestal 5 of 6 versnellingen). Dit geldt ook voor de plaats en wijze van inleggen van de achteruitversnelling.
Opschakelen en versnellen of snelheid handhaven:
- iedere keer voordat je opschakelt kijk je in de binnenspiegel en linkerbuitenspiegel. Over het algemeen betekent het dat je na het opschakelen de snelheid gaat opvoeren. Door te spiegelen blijf je het overige verkeer in de gaten houden
- haal de rechtervoet van het gaspedaal en trap het koppelingspedaal -min of meer gelijktijdig- volledig tot de wagenbodem, rustig maar vlot en vloeiend in
- ga met je rechterhand naar de versnellingspook en kies vlot de juiste versnelling. Bedien de versnellingspook niet krampachtig, maar kies de versnelling rustig (zie schakelpatroon op de foto)
- plaats je handen weer op de juiste wijze op het stuur, zodat je de juiste zitpositie weer aanneemt
- laat de koppeling met de linkervoet rustig , geleidelijk en vloeiend volledig opkomen
- geef met de rechtervoet geleidelijk en rustig gas, zodat de auto zonder schokken versnelt of de rijsnelheid in een hogere versnelling handhaaft (milieu – het nieuwe rijden)
- kijk in de binnenspiegel en buitenspiegel(s) om te beoordelen of je de juiste snelheid hebt of aanhoudt, zonder het overige verkeer te hinderen. Let op de toegestane maximumsnelheid, zonder je door andere bestuurders te laten misleiden (deze rijden vaak te snel)
Terugschakelen en snelheid minderen of aanpassen:
- iedere keer voordat je terugschakelt kijk je -voordat je gaat handelen- in de binnenspiegel en linkerbuitenspiegel. Over het algemeen betekent het dat je na het terugschakelen snelheid gaat minderen. Door te spiegelen blijf je het overige achteropkomende verkeer in de gaten houden en kun je jouw handelen eventueel aanpassen als zij niet juist reageren
- je haalt de rechtervoet vlot en geleidelijk van het gaspedaal, zodat de auto al begint te vertragen
- indien nodig rem je rustig bij om het vertragen te bevorderen
- trap het koppelingspedaal vlot en helemaal in, zodat je het terugschakelen mogelijk maakt, zonder schade aan te brengen aan de tandwielen van de versnellingsbak
- breng de rechterhand vlot naar de versnellingspook en schakel in de gewenste versnelling
- plaats de handen op de juiste wijze op het stuur, zodat je de juiste stuurpositie weer inneemt
- laat het koppelingspedaal geleidelijk en rustig, helemaal opkomen, zodat schokken van / in de auto vermeden wordt
- geef met de rechtervoet weer rustig gas, zodat de auto vloeiend in beweging blijft. Min of meer gelijktijdig….
- laat je de koppeling rustig, vloeiend en in het geheel opkomen en geef vervolgens de linkervoet rust naast of voor het koppelingspedaal
- kijk vervolgens weer in de binnenspiegel en linkerbuitenspiegel om te controleren of je de juiste snelheid aanhoud zonder anderen te hinderen. Bij terugschakelen (en remmen) is het in bijzonder van belang om het gedrag van achteropkomend verkeer goed in de gaten te houden



Wat betreft punt 5 en 6: dit gaat niet werken. Als je het goed doet, werkt het als volgt:
5. laat de koppeling rustig opkomen totdat je hoort en voelt dat hij “pakt”, oftewel dat de motor weer contact heeft met de wielen
6. druk het gaspedaal een eindje in zodat je de motor hoort snorren
7. laat nu heel rustig (!) de koppeling verder opkomen. Accelereren doe je in eerste instantie dus niet omdat je een gaspedaal indrukt, maar omdat de de koppeling verder op laat komen