Boetebedragen bij verkeersovertredingen voor 2017

Het boetebedrag of de hoogte van een bekeuring varieert voor 2017 van 45 tot en met 400 euro. Het gaat hierbij om bekeuringen die nog geldelijk via een beschikkingsvoorstel worden afgehandeld; bekend als de wet Mulder. In het overzicht vindt u de meest voorkomende boetes voor overtredingen, begaan met de personenauto. De verkeersovertredingen en de de daarbij behorende boetebedragen zijn in oplopende volgorde weergegeven en zijn exclusief administratiekosten en eventuele verhogingen bij niet of te laat betalen.

Boetes en boetebedragen voor 2017

De boetebedragen voor 2017 zijn gelijk aan die van 2016, maar worden lopende het jaar 2017 mogelijk aangepast. Voordat dit plaatsvindt moeten er nog een aantal wettelijke wijzigingen worden doorgevoerd. De volgorde en de hoogte van de boetebedragen zijn in de volgende blokken weergegeven: 45, 90, 130, 140, 230, 280, 370 en 400 euro.

Tevens vindt u informatie over de hoogte van de boetes bij snelheidsovertredingen en hoe u eventueel bezwaar kunt indienen tegen een opgelegd beschikkingsvoorstel of boete/ bekeuring.

Boetebedrag – bekeuring 45 euro

  • met een motorrijtuig rijden terwijl het kentekenbewijs niet behoorlijk leesbaar is
  • rijden terwijl het rijbewijs niet voldoet aan de gestelde eisen
  • niet op eerste vordering behoorlijk ter inzage afgeven van het kentekenbewijs
  • niet gelijktijdig branden achterkentekenplaatverlichting met lichten aan de voorzijde bij een motorvoertuig en/of motorvoertuig met aanhangwagen

Boetebedrag – bekeuring 90 euro

Laten stilstaan van een voertuig

  • niet de rijbaan gebruiken als bestuurder van een motorvoertuig (stilstaand)
  • als bestuurder een voertuig laten stilstaan op of bij één van de volgende verkeerssituaties: op een fietsstrook, op de rijbaan langs een fietsstrook, op een oversteekplaats of binnen een afstand van 5 meter daarvan, in een tunnel, bij een bord bushalte ter hoogte van de geblokte markering, bij een bord bushalte binnen een afstand van 12 meter van dat bord terwijl de geblokte markering niet is aangebracht, op de rijbaan langs een busstrook, langs een gele doorgetrokken streep, of op een overweg

Parkeren van een voertuig

  • Als bestuurder een voertuig parkeren op of bij één van de volgende verkeerssituaties (voor sommige feiten kan een plaatselijke verordening gelden, hetgeen betekent dat dit per gemeente kan verschillen): bij een kruispunt op een afstand van minder dan vijf meter daarvan, voor een inrit of uitrit, buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg, op een parkeergelegenheid terwijl dat voertuig niet behoort tot de aangegeven categorie of groep voertuigen (E5 en E8) welke categorie aangegeven, op een parkeergelegenheid op een andere dan de aangegeven wijze, op een parkeergelegenheid met een ander doel dan de aangegeven wijze, op een parkeergelegenheid op dagen of uren waarop dit blijkens het onderbord is aangegeven, langs een gele onderbroken streep, op een gelegenheid bestemd voor onmiddellijk laden en lossen van goederen, op een parkeerplaats voor vergunninghouders aangeduid door verkeersbord E9, zonder dat voor dat voertuig een vergunning tot parkeren op die plaats was verleend, op een parkeergelegenheid (borden E4 tot en met E10, E12 of E13 bijlage I), buiten de aangegeven parkeervakken, als bestuurder een voertuig dubbel parkeren.
  • voertuig parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders zonder (duidelijk zichtbare) parkeervergunning, dan wel in strijd met de daaraan verbonden voorwaarden
  • als bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren op plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep, terwijl dat motorvoertuig niet is voorzien van een duidelijk zichtbare achter de voorruit geplaatste parkeerschijf, of
  • dat motorvoertuig niet is voorzien van een parkeerschijf, waarop aan de getoonde zijde slechts één kalenderuren aanduidende cijferreeks staat die vanaf het begin van het parkeren in duidelijk leesbare cijfers tegen een contrasterende achtergrond in hele of halve uren het tijdstip weergeeft waarop met het parkeren is begonnen mag op eerstvolgende hele of halve uur naar boven worden afgerond
  • als de toegestane parkeerduur is verstreken
  • als bestuurder van een voertuig parkeren in een parkeerschijfzone met uitzondering van aangeduide parkeerplaatsen/blauwe streep
  • parkeren in strijd met parkeerverbod/parkeerverbodszone (verkeersbord E1)
  • laten staan in strijd met verbod stil te staan (E2)
  • parkeren zonder parkeermeter in werking te stellen/dan wel parkeertijd is verstreken
  • parkeren terwijl bij de parkeermeter reeds een motorvoertuig is geparkeerd
  • voertuig laten staan in een park, plantsoen of op openbare beplantingen of groenstroken geldt niet voor bermparkeren
  • een voertuig parkeren of aanwezig hebben in een recreatiegebied in strijd met de bepalingen geldend voor dat gebied.

Parkeren bij een parkeerautomaat

  • met kaarten zonder aanbrengen kaart op voorgeschreven wijze
  • met kaarten terwijl parkeertijd is verstreken
  • met vakken zonder automaat in werking te stellen
  • met vakken terwijl parkeertijd is verstreken

Parkeren van grote voertuigen

  • een voertuig langer dan 6 meter of hoger dan 2,4 meter parkeren op een plaats waar dit verboden is
  • een voertuig langer dan 6 meter parkeren buiten de vastgestelde tijden
  • een defect voertuig langer dan de vastgestelde termijn op een weg parkeren
  • een kampeerwagen, caravan, magazijnwagen, keetwagen, aanhangwagen of ander dergelijk voertuig op een aangewezen weg waar dit niet is toegestaan, langer dan de vastgestelde termijn te plaatsen

Erven

  • binnen een erf parkeren anders dan op daarvoor bestemde parkeerplaatsen

Parkeerverboden op borden

  • parkeren in strijd met parkeerverbod/parkeerverbodszone (E1)
  • laten staan in strijd met verbod stil te staan (E2)

Rijbewijs

  • niet op eerste vordering behoorlijk ter inzage afgeven van het rijbewijs
  • rijden terwijl het rijbewijs niet voldoet aan de gestelde eisen
  • zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, waarbij de geldigheidsduur één jaar of minder is verstreken
  • zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, waarbij de geldigheidsduur meer dan één jaar is verstreken
  • niet behoorlijk leesbaar is

Verlichting

  • afslaan zonder richting aan te geven
  • als bestuurder van een motorvoertuig geen geel of groen zwaai-, flits- of knipperlicht voeren bij werkzaamheden en omstandigheden, waarbij dit, ingevolge artikel 6 van de Regeling optische en geluidssignalen, verplicht is indien de kans bestaat dat dit motorvoertuig niet tijdig wordt opgemerkt
  • signalen geven in andere gevallen of op andere wijze dan is toegestaan
  • geen dim- of grootlicht voeren bij nacht, binnen de bebouwde kom
  • niet gelijktijdig branden van de achterlicht(en) met lichten aan de voorzijde, bij nacht, binnen de bebouwde kom
  • aanhangwagen voert geen achterlicht(en), bij nacht, binnen de bebouwde kom
  • aanhangwagen voert geen stadslicht(en), bij nacht, binnen de bebouwde kom
  • anders dan bij mist, sneeuwval of regen, die het zicht ernstig belemmert mistlicht(en) aan de voorzijde voeren
  • geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven bij wegrijden, inhalen, oprijden van de doorgaande rijbaan, verlaten van de doorgaande rijbaan, het wisselen van rijstrook, bij belangrijke zijdelingse verplaatsing

Verkeersborden/verkeerstekens

Handelen in strijd met:

  • in beide richtingen bij verkeersbord C1, C6 (motorvoertuig op meer dan twee wielen) en C7 (vrachtauto’s – alle wegen behalve autosnelwegen en milieuzones)
  • motorvoertuig op meer dan twee wielen (C6)
  • motorvoertuig met aanhangwagen (C10)
  • alle motorvoertuigen (C12)
  • geen gebruik maken van de verplichte passeerstrook als bestuurder van een motorvoertuig dat niet sneller kan of mag rijden dan 25 km/h (F11)
  • gebruik maken van een uitsluitend voor lijnbussen bestemde rijbaan of rijstrook als bestuurder van een motorvoertuig, niet zijnde een lijnbus (F13)
  • gebruik maken van een uitsluitend voor trams bestemde rijbaan of rijstrook als bestuurder van een motorvoertuig (F15)
  • gebruik maken van een uitsluitend voor lijnbussen en trams bestemde rijbaan of rijstrook als bestuurder van een motorvoertuig, niet zijnde een lijnbus (F17)
  • gebruik maken van een uitsluitend voor vrachtauto’s en lijnbussen bestemde rijbaan of rijstrook als bestuurder van een motorvoertuig, niet zijnde een vrachtauto of lijnbus (F19)
  • gebruik maken van een uitsluitend voor vrachtauto’s bestemde rijbaan of rijstrook als bestuurder van een motorvoertuig, niet zijnde een vrachtauto, in strijd met bord F21 (F21)
  • niet stoppen voor rood bij toeritdosering
  • als bestuurder de zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindende doorgetrokken streep overschrijden met verkeer in een richting

Overige overtredingen

  • als weggebruiker een militaire kolonne doorsnijden
  • als weggebruiker een uitvaartstoet van motorvoertuigen doorsnijden
  • bij slepen als de onderlinge afstand meer is dan vijf meter

Boetebedrag – bekeuring 130 euro

  • het kenteken niet behoorlijk zichtbaar aanwezig op/aan een motorrijtuig of de aanhangwagen
  • voor het motorrijtuig van 3500 kg of minder, als er geen keuringsbewijs is afgegeven
  • als het keuringsbewijs zijn geldigheid heeft verloren

Boetebedrag – bekeuring 140 euro

17-jarige – 2toDrive – Begeleid rijden

  • als 17-jarige bestuurder en deelnemer aan het experiment begeleid rijden een motorrijtuig besturen zonder een in de begeleiderspas vermelde begeleider
  • als 17-jarige bestuurder en deelnemer aan het experiment begeleid rijden een motorrijtuig besturen met een in de begeleiderspas vermelde begeleider zit, ten aanzien van wie de bestuurder weet dat deze onder zodanige invloed verkeert van een de rijvaardigheid verminderende stof, dat de begeleider niet meer tot behoorlijk begeleiden in staat moet worden geacht

Verkeersregels

  • niet zoveel mogelijk rechts houden op een auto(snel)weg
  • niet de rijbaan gebruiken als bestuurder van een motorvoertuig (rijdend)
  • met een doorgetrokken streep gemarkeerde fietsstrook gebruiken (rijden) als bestuurder van een motorvoertuig
  • een voertuig op een zodanige wijze laten staan waardoor op de weg gevaar wordt/kan worden veroorzaakt, dan wel het verkeer wordt/kan worden gehinderd
  • als bestuurder een voertuig laten stilstaan op een kruispunt

Voeren van verlichting

  • geen dim- of grootlicht voeren bij nacht, buiten de bebouwde kom
  • geen dim- of grootlicht voeren bij dag, indien het zicht slecht is
  • groot licht voeren bij dag, bij het tegenkomen van een andere weggebruiker, of bij het op korte afstand volgen van een ander voertuig
  • niet gelijktijdig branden achterlicht(en) met lichten aan de voorzijde, bij nacht, buiten de bebouwde kom
  • niet gelijktijdig branden achterlicht(en) met lichten aan de voorzijde, bij dag, indien het zicht slecht is
  • aanhangwagen voert geen achterlicht(en), bij nacht, buiten de bebouwde kom en bij dag, indien het zicht slecht is
  • aanhangwagen voert geen stadslicht(en), bij nacht, buiten de bebouwde kom en bij dag, indien het zicht slecht is
  • mistachterlicht voeren, indien het zicht door mist/sneeuwval niet minder dan 50 meter is
  • bij nacht of bij dag, indien het zicht slecht is buiten de bebouwde kom op de rijbaan of op een parkeer-/vluchtstrook of -haven langs een auto(snel)weg geen licht voeren op een stilstaand motorvoertuig
  • als bestuurder van een motorvoertuig tegelijk met enig ander licht aan de voorzijde dagrijlicht voeren
  • naast het dimlicht/mistlicht andere verlichting aan de voorzijde voeren dan bermlicht, bochtlicht, hoeklicht, richtlicht, manoeuvreerlicht voor zover niet sneller wordt gereden dan 10 km/h, markeringslichten of staaklichten, bij nacht en bij dag, indien het zicht slecht is
  • voeren van een verlicht transparant door ander voertuig of op andere wijze dan genoemd

Overige regels

  • behoudens in noodgevallen als weggebruiker op een autosnelweg buiten noodzaak rijden over de vluchtstrook of vluchthaven
  • buiten noodzaak gebruik maken van de berm
  • behoudens in noodgevallen als weggebruiker op een autoweg gebruik maken van de berm
  • autobus geen gelegenheid geven weg te rijden van een halte
  • geen gevarendriehoek plaatsen bij een obstakel (stilstaand motorvoertuig of aanhangwagen)
  • tijdens deelname aan het verkeer als bestuurder of passagier niet op de voor hem/haar bestemde zitplaats zitten en/of als bestuurder (een) passagier(s) vervoeren terwijl deze/die niet op de voor hem/hen bestemde zitplaats zit(ten)
  • personen vervoeren in de gesloten laadruimte van een motorvoertuig of bromfiets

Autogordel

  • zonder autogordel in personenauto, bedrijfsauto, driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of brommobiel (geldt voor bestuurder en/of passagier)
  • passagier vervoeren jonger dan 12 jaar en korter dan 1.35 m die geen gebruik maakt van een kinderbeveiligingssysteem
  • passagier vervoeren jonger dan 12 jaar met een lengte van 1.35 m of meer die geen gebruik maakt van een autogordel
  • voorin passagier vervoeren van 3 tot 18 jaar en korter dan 1.35 m, terwijl geen autogordel of goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem aanwezig is
  • passagier vervoeren jonger dan 3 jaar, terwijl geen autogordel of kinderbeveiligingssysteem beschikbaar is
  • terwijl de zitplaatsen voor passagiers zijn voorzien van autogordels, meer passagiers vervoeren dan er autogordels aanwezig zijn
  • passagier jonger dan 18 jaar vervoeren in naar achteren gericht kinderzitje op passagierszitplaats, terwijl voorairbag niet is uitgeschakeld
  • in een taxi op een van de voorste zitplaatsen (een) passagier(s) vervoeren jonger dan 18 jaar en met een lengte van minder dan 1.35 m, terwijl geen kinderbeveiligingssysteem aanwezig is
  • (een) passagier (s) jonger dan 12 jaar vervoeren terwijl de autogordel, de veiligheidsgordel of het kinderbeveiligingssysteem in een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel wordt gebruikt op een wijze die de beschermende werking ervan negatief beïnvloedt of kan beïnvloeden
  • de autogordel, de veiligheidsgordel of het kinderbeveiligingssysteem in een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel gebruiken op een wijze die de beschermende werking ervan negatief beïnvloedt of kan beïnvloeden
  • rolstoelpassagier vervoeren zonder dat deze gebruik maakt van de (beschikbare) veiligheidsgordel die deel uitmaakt van motorvoertuig of deel uit maakt van systeem waarmee de rolstoel aan de vloer is bevestigd of van door minister aangewezen constructie
  • als bestuurder van een aan het verkeer deelnemende autobus of passagier geen gebruik maken van de autogordel of het kinderbeveiligingssysteem waarmee de autobus is uitgerust (is niet van toepassing op passagiers autobussen waarbij het vervoer van staande passagiers is toegestaan en passagiers autobussen welke binnen bebouwde kom volgens dienstregeling stads- of streekvervoer uitvoeren)
  • als bestuurder van een aan het verkeer deelnemende autobus (een) passagier(s) van 3 jaar of ouder, maar jonger dan 12 jaar en korter dan 1.35 meter vervoeren, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen geschikt en goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem of bij gebrek daaraan, de autogordel, terwijl de passagier(s) zich op de zitplaats bevind(t)(en)
  • (een) passagier(s) van 3 jaar of ouder maar jonger dan 12 jaar en met een lengte van 1.35 meter of meer vervoeren, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen beschikbare autogordel, terwijl de passagier(s) zich op de zitplaats bevind(t)(en)

Verkeersborden/verkeerstekens

  • niet stoppen bij stopbord (verkeersbord B7)
  • handelen in strijd met geslotenverklaring in beide richtingen (verkeersbord C1) weg(gedeelte) bestemd voor aangewezen categorie(ën) voertuigen (doelgroepstroken)
  • handelen in strijd met geslotenverklaring eenrichtingsweg overige wegen (verkeersbord C2), eenrichtingsweg (C3) en eenrichtingsweg (C4)
  • handelen in strijd met geslotenverklaring personenauto of bestelauto in als milieuzone aangeduid gebied (C22a)
  • indien de (samenstel van) voertuigen langer dan aangegeven (C)
  • indien voertuigen breder zijn dan aangegeven (C18)
  • indien voertuigen hoger zijn dan aangegeven (C19)
  • doorgaan in strijd met verbod door te gaan bij nadering van verkeer uit tegengestelde richting (F5)
  • keren in strijd met keerverbod (F7)
  • niet doorgaan bij groen licht
  • rijstrook aangeduid met rijstrooklicht ”BUS” gebruiken
  • niet stoppen voor stopstreep
  • als weggebruiker, anders dan als bestuurder van een lijnbus, autobus of tram, gebruik maken van een busbaan of -strook aangeduid met ”BUS”
  • als weggebruiker, anders dan als bestuurder van een lijnbus of tram, gebruik maken van een busbaan of – strook aangeduid met: ”LIJNBUS”

Boetebedrag – bekeuring 230 euro

Niet meewerken bevoegd gezag

  • niet meewerken aan het onderzoek van de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties en/of de aanwijzingen die in dat kader worden gegeven niet opvolgen
  • niet meewerken aan het voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht en/of de aanwijzingen die in dat kader worden gegeven niet opvolgen
  • niet meewerken aan het onderzoek van speeksel en/of de aanwijzingen die in dat kader worden gegeven niet opvolgen
  • niet meewerken aan het voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht
  • als bestuurder van een motorrijtuig met een rijbewijs met ASPcodering of degene die aanstalten maakt een motorrijtuig te gaan besturen met een rijbewijs met ASP-codering niet op eerste vordering het alcoholslot, dan wel de daarvan deel uitmakende ademalcoholtester tonen
  • niet meewerken aan een blaastest op het in het motorrijtuig aanwezige alcoholslot uitvoeren

Verkeersregels en voorrang

  • niet zoveel mogelijk rechts houden op een andere weg dan een auto(snel)weg
  • niet links inhalen
  • een kruispunt blokkeren
  • geen voorrang verlenen aan bestuurders van rechts welke kruising of splitsing; gelijke orde
  • geen voorrang verlenen aan bestuurders op verharde weg
  • geen voorrang verlenen aan bestuurder van een tram welke kruising of splitsing; gelijke orde
  • een overweg opgaan, terwijl men niet direct kan doorgaan en deze niet geheel vrij kan maken
  • bij een overweg een spoorvoertuig niet voor laten gaan en daarbij de overweg niet geheel vrij laten
  • bij het afslaan niet het tegemoet komend verkeer voor laten gaan
  • bij het afslaan niet het verkeer naast/ links dicht achter voor laten gaan wie werd gehinderd
  • bij het afslaan niet het verkeer naast/ rechts dicht achter voor laten gaan
  • bij het links afslaan de rechtsafslaande bestuurders niet voor laten gaan
  • buiten noodzaak stilstaan op de vluchtstrook of vluchthaven
  • met voertuigcombinatie langer dan 7 meter, niet de twee meest rechts gelegen rijstroken volgen
  • met vrachtauto niet de twee meest rechts gelegen rijstroken volgen
  • stilstaan op de vluchtstrook of vluchthaven van een autoweg (behoudens noodgevallen)
  • voorrangsvoertuig niet voor laten gaan

Bijzondere manoeuvres

  • Uitvoeren van een bijzondere manoeuvres zonder het overige verkeer voor te laten gaan (achteruitrijden – uit een uitrit de weg oprijden – van de weg een inrit inrijden – keren – invoegen – uitvoegen – van rijstrook wisselen)

Verkeersborden/verkeerstekens

  • inhalen in strijd met inhaalverbod voor motorvoertuigen (F1)
  • inhalen in strijd met inhaalverbod voor vrachtauto’s (F3)
  • niet stoppen bij stopgebod (F10)
  • niet stoppen voor rood licht
  • als bestuurder van een tram, lijnbus of ander voertuig niet stoppen voor rood tram-/buslicht
  • niet stoppen voor rood knipperend overweglicht waren of werden bomen gesloten
  • niet stoppen voor rood (knipperend) bruglicht
  • als bestuurder de zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindende doorgetrokken streep overschrijden met verkeer in beide richtingen
  • als bestuurder zich links bevinden van een tussen rijstroken of paden aangebrachte doorgetrokken streep met verkeer in beide richtingen
  • een verdrijvingsvlak gebruiken
  • als bestuurder een puntstuk gebruiken niet van toepassing indien bestuurder spitsstrook volgt, die splitsing of samenvoeging van wegen, rijstroken of rijbanen passeert
  • een andere richting volgen dan de richting van voorsorteervak
  • na verlaten van doorgaande rijbaan andere richting volgen dan richting die pijlen op uitrijstrook aangeven
  • bij haaietanden geen voorrang verlenen aan bestuurders op kruisende weg

Overige regels

  • rolstoelpassagier vervoeren zonder dat de stabiliteit van de rolstoel en de veiligheid van de passagier worden gewaarborgd
  • als bestuurder van een motorvoertuig tijdens het rijden een mobiele telefoon vast houden
  • personen vervoeren in de open laadruimte van een motorvoertuig of bromfiets, dan wel in of op een aanhangwagen achter een motorvoertuig of bromfiets
  • als bestuurder handelen in strijd met verkeersbord B6 (voorrang)
  • geen voorrang verlenen (verkeersbord B7)
  • niet stoppen en geen voorrang verlenen (verkeersbord B7)

Boetebedrag – bekeuring 280 euro

Bumperkleven

  • niet voldoende afstand houden (kleven) snelheid tot en met 80 km/u

Boetebedrag – bekeuring 370 euro

Gehandicaptenparkeerplaats

  • als bestuurder op een gehandicaptenparkeerplaats parkeren anders dan dat het parkeren rechtstreeks verband houdt met het vervoer van een gehandicapte
  • als bestuurder op een gehandicaptenparkeerplaats parkeren met een motorvoertuig op meer dan twee wielen waarin duidelijk zichtbaar is aangebracht een geldige gehandicaptenparkeerkaart
  • als bestuurder op een gehandicaptenparkeerplaats parkeren met het voor die gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats bestemde voertuig

Overige regels

  • passagiers die bij een tram of autobus willen in- of uitstappen daartoe geen gelegenheid geven
  • als bestuurder van een motorvoertuig onnodig geluid veroorzaken

Boetebedrag – bekeuring 400 euro

  • rijden als voor het motorrijtuig of de aanhangwagen van meer dan 3500 kg geen keuringsbewijs is afgegeven en/of heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren

Hoogte boetebedragen bij snelheidsovertredingen
De hoogte van de boete bij snelheidsovertredingen is onder andere afhankelijk van de weg waar de snelheidsovertreding wordt geconstateerd. Denk hierbij aan autosnelwegen en autowegen, binnen of buiten de bebouwde kom, erven en 30-km zones e.d. Hoe meer gevaar een hoge snelheid voor medeweggebruikers oplevert, hoe hoger de boete zal zijn. Zijn er wegwerkzaamheden, dan zullen de boetes extra hoog uit kunnen vallen. Kijk voor de boetebedragen voor snelheidsovertredingen bij:
Boetes snelheidsovertredingen – te hard rijden 2017

Bezwaar indienen tegen een bekeuring
U kunt eenvoudig zelf -online via DigID- bezwaar indienen tegen een bekeuring of beschikkingsvoorstel en/of bepalen of het indienen van bezwaar kans van slagen heeft op:
CJIB – digitaal bezwaar indienen.

Vragen over een verkeersboete
Heeft u vragen over een verkeersboete, dan kunt u deze stellen via het reactieveld. Ik zal u zo snel mogelijk een antwoord proberen te geven. Vermeld -indien mogelijk- de code voor de bedoelde overtreding (bijvoorbeeld mR 347c).

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *