Theorie Test Verkeersregels Verkeerstekens Deel 2

Theorie Verkeersregels Deel 2Vragen en antwoorden theorie verkeersregels en verkeerstekens

Deel 2

Tets je kennis aan de hand van -in totaal 30- afbeeldingen van verschillende verkeerssituaties. Bij iedere afbeelding vind je een vraag om je kennis van de theorie te testen.

Verkeerstheorie: onder andere over de onderwerpen:

  • plaats op de weg
  • voeren van verlichting
  • voorrang verlenen en voor laten gaan
  • verkeerstekens en verkeersregels

Onder aan het artikel staan de antwoorden op de vragen, met daarbij de motivatie over de regels van de betreffende verkeerssituatie.

Benader de vragen -indien van toepassing- alsof je in de lesauto zit.

Zie voor de regelgeving het artikel:  RVV 1990

Voor de betekenis van alle verkeersborden kijk je bij:  Verkeersborden Nederland

Doe ook de test: Voorrang verlenen of Voor laten gaan

of  Theorie test verkeersregels en verkeerstekens Deel 1

De auto rijdt op deze rijstrook. Mag dat
01. De auto rijdt op deze rijstrook. Mag dat

Mag de fietser hier kiezen tussen de rijbaan of het fietspad
02. Mag de fietser hier kiezen tussen de rijbaan of het fietspad

Mogen de fietsers met tweeën naast elkaar rijden
03. Mogen de fietsers met tweeën naast elkaar rijden

Mag de fietser op de rijbaan rijden
04. Mag de fietser op de rijbaan rijden

Mag de voetganger hier op het verplichte fiets- bromfietspad lopen
05. Mag de voetganger hier op het verplichte fiets- bromfietspad lopen

Sorteert de rechts afslaande auto hier goed voor
06. Sorteert de rechts afslaande auto hier goed voor

07. bij slecht zicht overdag moet je minimaal voeren
07. bij slecht zicht overdag moet je minimaal voeren

08. moet je in deze situatie bij slecht zicht en bij nacht verlichting voeren
08. Moet je in deze situatie bij slecht zicht en bij nacht verlichting voeren

08. Mag je bij slecht zicht overdag groot licht voeren
09. Mag je bij slecht zicht overdag groot licht voeren

09. Het voeren van mistachterlicht mag bij
10. Het voeren van mistachterlicht mag bij slecht zicht

11. Moet de geparkeerde auto hier bij nacht en slecht zicht verlichting voeren
11. Moet de geparkeerde auto hier bij nacht en slecht zicht verlichting voeren

12. Geef de volgorde van voorrang of voor laten gaan
12. Geef de volgorde van voorrang of voor laten gaan

11. Heeft de auto voor de lesauto juist gehandeld
13. Heeft de auto voor de lesauto juist gehandeld

14. Moet u de voetganger voor laten gaan
14. Moet u de voetganger voor laten gaan

15.Moet u de voetganger voor laten gaan
15.Moet u de voetganger voor laten gaan

16. Moet u de voetganger voor laten gaan
16. Moet u de voetganger voor laten gaan

17. Geef de volgorde van voorrang of voor laten gaan
17. Geef de volgorde van voorrang of voor laten gaan

19. Geef de volgorden van voor laten gaan
18. Geef de volgorde van voor laten gaan

19. Geef de volgorde van voorrang of voor laten gaan
19. Geef de volgorde van voorrang of voor laten gaan

20. Geef de volgorde van voorrang
20. Geef de volgorde van voorrang

21.Geef de volgorde van voorrang
21.Geef de volgorde van voorrang

21. Heeft de rode auto van rechts op de onverharde weg voorrang
22. Heeft de rode auto van rechts op de onverharde weg voorrang

22. Geef de volgorde van voorrang
23. Geef de volgorde van voorrang

24. Geef de volgorde van voorrang
24. Geef de volgorde van voorrang

Mag je hier (deels) op de fietsstrook voorsorteren
25. Mag je hier (deels) op de fietsstrook voorsorteren

26 .Welk bord is bij inrijden aan de andere zijde van de weg geplaatst
26 .Welk bord is bij inrijden aan de andere zijde van de weg geplaatst

27. Kunt u na afslaan tegemoetkomende bestuurders verwachten
27. Kunt u na afslaan tegemoetkomende bestuurders verwachten

29. Sorteert u zo goed voor
28. Sorteert u zo goed voor

29. De sleepkabel is 3.50 meter lang. Is dit toegestaan
29. De sleepkabel is 3.50 meter lang. Is dit toegestaan

30. Op welk punt wordt richting naar rechts aangegeven
30. Op welk punt wordt richting naar rechts aangegeven

 

Theorie: antwoorden en motivatie

01. Nee
Bestuurders zijn verplicht zo veel mogelijk rechts te rijden.
Oftewel: plaats op de weg is rechts
02. Nee
De fietser moet het naastgelegen verplichte fietspad of fiets- bromfietspad volgen.
03. Ja
Fietsers mogen als enige bestuurders met tweeën naast elkaar rijden. Voor hen geldt echter wel dat zij de andere weggebruikers niet mogen hinderen.
04. Ja
Het naastgelegen fietspad is een onverplicht fietspad. De fietser heeft de keuze tussen de rijbaan of het fietspad.
05. Ja
Als er geen voetpad of trottoir is, mag de voetganger op het verplicht fiets- bromfietspad lopen; eventueel in de berm. Bij afwezigheid van al deze voorzieningen mag de voetganger de rijbaan gebruiken, bij voorkeur tegen het verkeer in.
06. Nee
Op de fietsstrook is een doorgetrokken witte belijning aangebracht. Een doorgetrokken streep mag niet overreden worden. Een onderbroken witte streep wel.
07. B
Bij slecht zicht overdag moet altijd dimlicht gevoerd worden.
08. Ja
Stadslicht of parkeerlicht moet in dit geval op parkeerstroken, vluchtstroken en vluchthavens gevoerd worden, als deze langs een autoweg of autosnelweg gelegen zijn.
09. Nee
Overdag mag geen groot licht gevoerd worden. s’Nachts altijd, behalve bij tegenkomen van andere weggebruikers of bij het op korte afstand volgen van een ander voertuig.
10. Nee
Mistachterlicht mag alleen gevoerd worden bij mist en sneeuwval, waarbij het zicht minder is dan 50 meter.
11. Ja
Bij nacht en bij slecht zicht moet -bij parkeren- buiten de bebouwde kom (parkeer) licht gevoerd worden.
12. Volgorde van voorrang is:
Voetganger en fietser, rode auto, lesauto.
13. Nee
Weggebruikers mogen een spoorweg alleen opgaan, als zij direct kunnen doorlopen of doorrijden en de overweg geheel kunnen vrijmaken.
14. Nee
Een bestuurder hoeft een kruisende voetganger niet voor te laten gaan. Het “stopbord” regelt de voorrang en geldt alleen tussen bestuurders onderling.
15. Ja
Bestuurders moeten voetgangers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen die op een voetgangersoversteekplaats willen oversteken -of kennelijk willen oversteken- altijd voor laten gaan.
16. Ja
Zie antwoord bij vraag 15.
17. De volgorde is:
voetganger, witte auto, lesauto
Hier gaat het om de regels:
“rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg gaat voor” (voetganger) en
“korte bocht gaat voor lange bocht” (auto’s onderling).
18. Volgorde van voor laten gaan is:
Rode auto, witte auto
(zie verkeersborden omschrijving bord F5 en F6)
19. De volgorde van voor laten gaan is:
voetganger, rode auto
(rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg gaat afslaand verkeer)
20. De volgorde van voorrang is:
groene auto, rode auto, witte auto.
Voor de witte auto geldt: bord B7 – STOP  verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg.
Tussen de groene en rode auto geldt: “korte bocht gaat voor lange bocht”
21. De volgorde van voorrang is:
rechtdoorgaande fietser, afslaande fietser, lesauto
22. Nee
Bestuurders op een onverharde weg geven voorrang aan bestuurders op een verharde weg.
23. De volgorde van voorrang is:
rode auto, lesauto
(korte bocht gaat voor lange bocht)
24. De volgorde van voorrang is:
vrachtauto, lesauto
(rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg gaat voor).
25. Ja
Bij een onderbroken witte streep mag je -zolang je het overige verkeer niet hindert- deze overrijden.
26. B
Verkeersbord C3 – éénrichtingsweg.
27. Nee
In principe niet; eenrichtingsweg. Wel aandacht voor eventuele onderborden die inrijden vanaf de ander zijde van de weg van b.v. fietsers en snorfietsers wel toestaan.
28. Ja
Je hoeft geen tegemoetkomend verkeer te verwachten, daar er onder het bord éénrichtingsverkeer géén onderbord is geplaatst die dit toestaat.
29. Ja
Alleen de maximale lengte van de sleepkabel tussen het trekkende voertuig en het gesleepte voertuig is aangegeven, en is 5 meter.
30. B
Bij het verlaten van een rotonde ben je als bestuurder verplicht richting naar rechts aan te geven.  Dit doe je op ongeveer een kwart afstand tot het punt waar je de rotonde wilt verlaten.

 

5 gedachten over “Theorie Test Verkeersregels Verkeerstekens Deel 2”

    1. Beste Huberdina,

      Je bedoelt waarschijnlijk het bord C2 (éénrichtingsverkeer) dat dan aan de andere kant van de straat zal staan, in plaats van een stopbord.
      Als het éénrichtingsverkeer -door middel van een onderbord- niet voor fietsers en bromfietsers geldt, dan rijden deze inderdaad tegen het (auto)verkeer in.
      Als bestuurder van een motorvoertuig is het dan extra belangrijk dit op te merken, zodat je rekening kunt houden met tegenliggers (plaats op de weg,voorsorteren e.d.)

      Mvg – Sjaak

  1. Reactie op plaatje 27,28. Als er een stopbord aan de andere kant van de weg staat dan kun je dus geen tegen liggers verwachten. Maar als er uitgezonderd bv fietsers en bromfietsers staat, rijden die dan niet tegen het verkeer in?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *