Theorie Test Voorrang verlenen of voor laten gaan

Theorie Verkeersregels Deel 2Theorie – Test: Voorrang verlenen of Voor laten gaan

Voorrang verlenen: het de betrokken bestuurders in staat stellen ongehinderd hun weg te vervolgen. Voorrang is dus geregeld tussen bestuurders onderling. Bij een bestuurder ten opzichte van b.v. een voetganger, spreken we van voor laten gaan. Ken jij de regels van voorrang?  Doe de korte test -met 12 vragen- over het verlenen van voorrang of het voor laten gaan in het verkeer.
Na de 12 vragen over de voorrang of het voor laten gaan vind je de antwoorden en aanvullende informatie/theorie.
Noteer A, B of C voor het juiste antwoord.
(kijk hier voor de regels van voorrang verlenen en voor laten gaan die gelden voor de verschillende weggebruikers)

Vragen voorrang en voor laten gaan

(Klik op de afbeelding voor een vergroting)

voorrang kruispunt Vraag 1
Geef de volgorde van voorrang of voor laten gaan:
A. auto A, auto B
B. auto B, auto A
Vraag 2
Geef de volgorde van voorrang of voor laten gaan:
A. auto, fietser
B. fietser, auto
voorrang tussen voetganger en auto Vraag 3
Geef de volgorde van voorrang of voor laten gaan:
A. voetganger B, auto A
B. auto A, voetganger B
regels voor laten gaan bij verlaten van een uitrit Je komt met de auto uit een uitrit in een woonwijk. Op de kruisende weg loopt een voetganger  Vraag 4
Geef de volgorde van voorrang of voor laten gaan:
A. auto, voetganger
B. voetganger, auto
voorrangsregels - verkeersborden B1 en B6 Vraag 5
Geef de volgorde van voorrang of voor laten gaan:
A. fietser A, auto B, auto C, auto D
B. auto B, auto C, auto D, fietser A
C. auto B, auto C, fietser A, auto D
voor laten gaan voetganger zonder VOP  Vraag 6
Geef de volgorde van voorrang of voor laten gaan:
A. voetganger A, auto B
B. auto B, voetganger A
stopverbod - regels voorrang op kruispunt Vraag 7
Geef de volgorde van voorrang of voor laten gaan:
A. auto D, auto B, auto C, auto A
B. auto B, auto C, auto A, auto D
C. auto B, auto A, auto C, auto D
 voorrangsweg - onderbord in de voorrang Een fietser rijdt op een weg ” in de voorrang”. Je komt met de auto van rechts Vraag 8
Geef de volgorde van voorrang of voor laten gaan:
A. fietser, auto
B. auto, fietser
gelijkwaardig kruispunt - kruispunt van gelijke orde Vraag 9
Geef de vologorde van voorrang of voor laten gaan:
A. auto A, auto B, voetganger C
B. voetganger C, auto A, auto B
Correctie voorrang Vraag 10
Geef de volgorde van voorrang of voor laten gaan:
A. auto A, auto B, fietser C
B. fietser C, auto A, auto B
voorrang verkeerbord B6 en haaietanden Vraag 11
Geef de volgorde van voorrang of voor laten gaan:
A. auto C, fietser B, auto D, auto A
B. fietser B, auto C, auto D, auto A
C. auto C, auto A, fietser B, auto D
voetganger en auto ''voorrangsregels'' Vraag 12
Geef de volgorde van voorrang of voor laten gaan:
A. auto A, voetganger B
B. voetganger B, auto A

Antwoorden en motivatie – Voorrang en voor laten gaan

Vraag 1 = antwoord B
Bestuurders die naar links afslaan, moeten tegemoetkomende bestuurders die op hetzelfde kruispunt naar rechts afslaan voor laten gaan. Oftewel bij afslaan: ”korte bocht gaat voor lange bocht”

Vraag 2 = antwoord B
Verkeersbord F5 en F6 staan altijd in combinatie met elkaar. Verkeersbord F5 (voor de auto) betekent: verbod voor bestuurders door te gaan bij nadering van verkeer uit de tegengestelde richting. Voor de fietser (bord F6) geldt: bestuurders uit tegengestelde richting moeten verkeer dat van deze richting nadert voor laten gaan.

Vraag 3 = antwoord A
De voetganger geeft te kennen over te willen steken op het zebra (is VOP oftewel voetgangersoversteekplaats). Bij deze afbeelding geldt voor de bestuurder van de auto:

  1. bestuurders mogen een kruispunt niet blokkeren
  2. bestuurders moeten voetgangers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, die op een voetgangersoversteekplaats oversteken of kennelijk op het punt staan dit te doen, voor laten gaan

Vraag 4 = antwoord B
Het in- of uitrijden van een uitrit is een bijzondere manoeuvre. Bij het uitvoeren van een bijzondere manoeuvre geldt dat bestuurders al het overige verkeer voor moet laten gaan (verkeer = bestuurders plus voetgangers)

Vraag 5 = antwoord C
Auto B en C rijden beide op de voorrangsweg. C slaat af, dus B gaat als eerste voor C.
Voor fietser A geldt de regel ”rechtdoor op dezelfde weg gaat voor”; D slaat af. De fietser gaat als derde voor auto D, die als vierde gaat

Vraag 6 = antwoord A
Auto B slaat af, daar waar de voetganger wil over steken. Om te onthouden: als een bestuurder afslaat en een overstekende voetganger in het gezicht of op de rug kijkt, laat de bestuurder de voetganger voor gaan. Voor een kruisende voetganger (kijk je in de zij) geldt dit niet. De verkeersborden op het kruispunt hebben in dit geval geen functie. Verkeersborden die de voorrang regelen, regelen de voorrang tussen bestuurders onderling

Vraag 7 = antwoord B
Auto B en C rijden op een voorrangsweg. Auto C slaat af, dus moet auto B als eerste voor laten gaan.
Auto A gaat als derde, want hij gaat rechtdoor, daar waar auto D afslaat, en dus als laatste gaat

Vraag 8 = antwoord A
De fietser rijdt op een voorrangsweg in de ”afbuigende voorrang”. De auto van rechts moet de fietser dan voorrang verlenen.

Vraag 9 = antwoord B
Zowel auto A als B slaan af, daar waar de voetganger rechtdoor oversteekt. De voetganger steekt als eerste over, want ” rechtdoor op dezelfde weg gaat voor” . Voor de auto’s onderling geldt ”korte bocht gaat voor de lange bocht”.

Vraag 10 = antwoord A
Fietser C heeft het stopbord “verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg” en gaat dus als laatste. Tussen auto A en B geldt “rechtdoorgaand verkeer op dezelfde gaat voor”, zodat auto A als eerste mag doorrijden.

Vraag 11 = antwoord C
Auto C rijdt op de voorrangsweg en gaat rechtdoor. Auto B rijdt ook op de voorrangsweg, maar slaat af en gaat dus als tweede.
”Rechtdoorgaang verkeer op dezelfde gaat voor” speelt ook tussen fietser B en auto D. Auto D slaat af en moet fietser B dus voor laten gaan

Vraag 12 = antwoord B
Voetganger B gaat voor volgens de regel ”rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg gaat voor”

 

Meer theorie examen auto oefenen:

http://www.autorij-instructie.nl/?cat=22

Bron:
Autorij-instructie.nl

25 gedachten over “Theorie Test Voorrang verlenen of voor laten gaan”

  1. Huh ik snap dat met die voetgangers niet hoor, in mijn theorieboek staat bij Haaientanden dus ook dat voorrangsbord betekend het: Verleen voorang aan bestuurders op de kruisende weg en een voetganger is geen bestuurder dus die laat ik nooit voor gaan hoor.

    1. Beste Kk,

      Ik weet niet welke vraag je bedoelt, maar…
      op zich klopt het wat je schrijft, dat je bij haaientanden de kruisende bestuurders voorrang moet verlenen.
      Dat je voetgangers nooit voor moet laten gaan, klopt niet als je afslaat en de voetganger de weg rechtdoor blijft volgen. Dan geldt de vereenvoudigde regel “rechtdoorgaand verkeer op dezelfde gaat voor”. Dit geldt b.v. ook als de voetganger op een VOP over wilt steken, of wanneer je een uitrit verlaat.
      Als je aangeeft welke vraag je bedoelt, kan ik je beter antwoord geven.

      Mvg – Sjaak

  2. Ik zou graag weten waarom vraag 2 vervallen is. Ik kreeg vroeger geleerd dat eerst voorrang voor rechts geld. Als je daar niet verder mee kwam, dan kon gold dat rechtdoorgaand verkeer voor mocht gaan. Door een discussie op facebook hierover, en nadere bestudering van de RVV lijkt de wet géén uitkomst te bieden in deze zeer alledaagse situatie. Dient de regels van de RVV beoordeeld te worden in de volgorde van de wet? In dat geval gaat A voor, maar indien de artikelen 15 en 18 gelijk gewicht hebben biedt de wet geen uitkomst.

    1. Beste Con,

      De vraag gaf te veel verwarring, heb de vraag laten vervallen, maar ben vervolgens vergeten hier op terug te komen/deze aan te passen.
      De volgorde binnen de artikelen van het RVV zijn niet leidend. Zoals je terecht opmerkt heeft de verkeerssituatie betrekking op zowel artikel 15 en 18 hetgeen een patstelling oplevert.
      Het meest voor de hand liggend zou zijn dat bestuurder A -als afslaande bestuurder- gelegenheidsvoorrang zou verlenen door op afstand van het kruispunt ruimte te creëren en/of de fietser gebaart door te gaan. Voor de voertuigen B en A ligt de oplossing dan voor de hand.
      De meest wenselijke volgorde zou dan zijn: C, B, A.
      De gelegenheidsvoorrang zou ook op initiatief van fietser C verleend kunnen worden, maar over het algemeen mag je meer kennis verwachten van een automobilist dan van een fietser.

      Mvg – Sjaak

  3. O ja, Wat ik ook las dat je er alleen rijbewijs AM, A1, of A voor nodig hebt, wat ik ook nogal vreemd vond. Esther.

    1. Beste Esther,

      Uiteraard mag je me Sjaak noemen, zo sluit ik berichten tenslotte ook af.
      Even één reactie op de twee vragen.

      Het rijbewijs voor een tuktuk is afhankelijk van de constructie en de wettelijk bepaalde snelheid van de tuktuk.
      Mag en kan deze -door de constructie- harder rijden dan 60 km per uur, dan mag op de autosnelweg gereden worden en geldt minimaal rijbewijs B
      Mag en kan deze -door de constructie- maximaal 45 km per uur, dan is rijbewijs AM (bromfiets) vereist. De tuktuk wordt dan gezien als brommobiel.

      Wat de rijbewijzen betreft:
      dit heeft te maken met het vermogen van de motorvoertuigen in combinatie met de leeftijd en de tijd vanaf het behalen van het rijbewijs (A1 licht of A zwaar)

      Zie ook:
      http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/rijbewijs/motorrijbewijs-rijbewijs-a1-a2-a

      Mag ik je vragen waar je interesse voor het verkeer en de verkeersregels vandaan komt Esther? Als ik me niet vergis gaf je eerder al eens aan dat je automaat rijdt? Ben gewoon nieuwsgierig….vandaar.

      Mvg – Sjaak

      1. Hoi Sjaak, ik heb geprobeerd verschillende antwoorden te geven op die vraag, maar een eenduidend antwoord heb ik niet echt. Misschien is het wel de complexiteit die mij aantrekt.

        1. Wat bedoel je met die vraag Esther. Van de Tuktuk?

          Is het voor je zelf of een aankomend theorie-examen? Bij het theorie-examen is het namelijk niet aannemelijk dat er een gecompliceerde vraag over de Tuktuk gesteld wordt.
          Heb je de link van de Rijksoverheid bekeken, daar staat het onderscheid goed op beschreven.
          Wat de complexiteit betreft: de wegenverkeerswet is vrij duidelijk in de regelgeving, maar je moet er bij de vraagstelling niet te veel bij verzinnen / achter denken als het niet in de vraag of afbeelding gegeven wordt.

          Mvg – Sjaak

      2. Hoi Sjaak, gelukkig heb ik mijn theorie net gehaald. Ik vond bijna niets over dit onderwerp in het i-theorie boek, ik heb niet op de site van de rijksoverheid gekeken, dat had ik moeten doen, maar kwam niet bij mij op. Nu je die toektoek hebt uitgelegd begrijp ik het beter, ik vond het alleen vreemd dat zo”n toektoek op de (auto)snelweg mag rijden, omdat ik het een nogal gammele constructie vind, als ik het zo mag zeggen. Ik wist ook niet van het bestaan van toektoeks (in Nederland), die minimaal 60 k/u kunnen rijden. Maar ze bestaan schijnbaar.

  4. Hallo sjaak, als ik je zo mag noemen. Je hebt verschillende tuktuks op de markt ( die met een fiets, gemotoriseerd,die van 25k/u, 45k/u, en 60k/u) ik begrijp dat ze binnen de bebouwde kom mogen rijden (verkeersregels die gelden als brommer, gehandicaptenvoertuig, of auto)maar ergens anders las ik dat ze op een snelweg (?) (autoweg of autosnelweg dat werd mij niet duidelijk) ook mochten rijden. Kun jij mij vertellen wat de verkeersregels zijn van zo”n toektoek, of mij naar een tekst verwijzen omtrent deze vraag? MVG e.houtop

  5. Hoi, ik heb een vraagje, het heeft niets te maken met dit item, maar ik zou graag willen weten waarom je op een eenrichtingsweg achteruit mag rijden, het klinkt mij vrij onlogisch. Mvg Esther.

    1. Beste Esther,

      Je moet de woorden / tekst niet te “zwart-wit” nemen, maar proberen het logisch te plaatsen binnen een verkeerssituatie die zich voor zou kunnen doen.

      Het is verboden de straat achteruit terug te rijden in de rijrichting van waar je gekomen bent.

      Maar, stel je voor dat je inrit gelegen is aan een straat waar éénrichtingsverkeer geldt, of je dicht op een voertuig of obstakel geparkeerd staat! Als het dan absoluut verboden is achteruit te rijden is het onmogelijk je weg te vervolgen.

      Mvg – Sjaak

  6. Wat gaat voor? De regels van voor laten gaan of de regels van voorrang? En op basis van welk wetsartikel?

    De reden van deze vraag is:

    Op grond van art.18 RVV gaat recht doorgaand verkeer voor afbuigend verkeer. Maar stel ik rijd op een links afbuigende voorrangsweg. Dus een weg met een bord B1 en het volgende onderbord (http://theorie.tv/assets/images/onderborden/large/afbuigende-voorrangsweg-met-twee-zijwegen.png)
    gaat dan rechtdoorgaand tegemoetkomend verkeer nog steeds voor?

    1. Beste Sebastiaan,

      Verkeerstekens gaan boven verkeersregels. De dikke balk op het onderbord in de afbuigende voorrang moet je zien als recht door rijdend. Rijdend op de “hoofdweg” gelden tussen bestuurders onderling de gangbare verkeersregels

      RVV 1990 stelt verder o.a.:

      Artikel 63: Verkeerstekens gaan boven verkeersregels, voor zover deze regels onverenigbaar zijn met deze tekens.
      Artikel 64: Verkeerslichten gaan boven verkeerstekens die de voorrang regelen.

      Mvg – Sjaak

  7. wat is het verschil in situatie 6 en 12? want volgens mij is slechts de afbeelding een kwartslag gedraait, en de A en B omgewisseld. vanwaar het grote verschil in uitleg?

    1. Beste Simon,

      Goed opgemerkt! In de praktijk zullen -min of meer- gelijke situaties ook steeds opnieuw beoordeeld moeten worden. De meer uitgebreide toelichting bij vraag 6 maakt de herhaling bij vraag 12 -met de wetenschap van vraag 6- makkelijker. Vandaar minder toelichting, maar slechts de versimpelde ‘regel’.

  8. Antwoord vraag 10 is niet goed.
    Auto B mag niet afslaan omdat hij auto A, verkeer op dezelfde weg heeft en moet auto A voor laten gaan.
    Fietser C heeft verkeer van rechts, auto B en auto A heeft verkeer van rechts, fietser C. Theoretisch niet mogelijk

  9. Nog een vraag. Zoals u terecht opmerkt (zie tekst onderaan)bij het antwoorden van vraag 4 moeten de bestuurders bij het uitvoeren van bijzondere manoeuvre overige verkeer voor laten gaan. Deze woordkeuze voorlaten gaan geldt ook bestuurders onderling als zij tocht elkaar kruisen bij het uitvoeren van bijzondere manoeuvre (zoals in uw voorbeeld?) Wij gebruiken toch de woordkeuze voorang verlenen als de bestuurders elkaar kruisen!!

    Het in- of uitrijden van een uitrit is een bijzondere manoeuvre. Bij het uitvoeren van een bijzondere manoeuvre geldt dat bestuurders al het overige verkeer voor moet laten gaan (verkeer = bestuurders plus voetgangers)

    1. Beste Cem,

      Bij het uitvoeren van een bijzondere manoeuvre betreft het alle andere weggebruikers, ongeacht de plaats op de weg of de plaats van handelen (vandaar voor laten gaan).
      Overigens kan je m.i. de term “voorrang verlenen” in het spraakgebruik voor alle weggebruikers in relevante verkeerssituaties laten gelden. Iedereen zal begrijpen wat je bedoelt.
      Juridisch ligt dit lastiger, omdat je zonder dit onderscheid b.v. voetgangers van rechts ook voorrang zou moeten verlenen. Bij verkeersbord F6 zou dit ook onduidelijkheid geven.

      Mvg – Sjaak

  10. Hoi,
    is hier bij het antwoorden van de vraag 8 de juiste woorden gebruikt, namelijk voorrang geven. Moet het niet zijn: voorrang verlenen
    Vraag 8 = antwoord A
    De fietser rijdt op een voorrangsweg in de ”afbuigende voorrang”. De auto van rechts moet de fietser dan voorrang geven. gr Cem

    1. Beste Cem,

      Officieel wordt inderdaad gesproken over voorrang verlenen. Verder is geven of verlenen m.i. meer een taalkundig “probleem”.
      Zal het voor de uniformiteit aanpassen.

      Mvg – Sjaak

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *