Examen – rijprocedure bromfiets – rijbewijs AM

Rijprocedure voor het rijbewijs AM

Wenselijk gedrag voor bromfietsers

Kledingadvies

Op een bromfietser ben je kwetsbaarder in het verkeer dan bijvoorbeeld de bestuurder van een personenauto. Je beschikt namelijk niet over passieve veiligheidsvoorzieningen zoals kooiconstructies, kreukelzones en airbags. Daarom is een val- en weerbestendige uitrusting noodzakelijk om zijn veiligheid zo goed mogelijk te vergroten. Een goede uitrusting bestaat uit:

  • een helm
  • kleding
  • handschoenen
  • schoeisel
  • oogbescherming

Algemeen advies

De helm, kleding, handschoenen en het schoeisel moeten zodanig stevig zijn dat ze bij een (onvoorzien) contact met het voertuig of wegdek een redelijke mate van bescherming bieden. Kleding moet bescherming bieden tegen de (weers)omstandigheden.

Helm

Het dragen van een goedgekeurde helm is tijdens rijden op een bromfiets verplicht. De helm moet voldoen aan de voorschriften zoals beschreven in artikel 60, lid1 RVV 1990.

Aanvullend advies

Een bromfietshelm moet zijn voorzien van een E4-goedkeuringsmerk en bij voorkeur licht van kleur zijn of voorzien van kenmerken waardoor de drager in het verkeer goed opvalt. Voor een goede bescherming is een juiste pasvorm belangrijk. Daarom moet de helm, zonder te knellen, goed aansluiten op het hoofd.

De kinband moet zodanig zijn afgesteld dat de band, in vastgemaakte toestand, niet over de kin kan worden geschoven.

Let op: na een val kan de dempende werking van de binnenschaal van de helm zodanig zijn aangetast dat vervanging van de helm noodzakelijk is.

Kledingadvies

Kleding heeft bij voorkeur retroreflecterende eigenschappen, of andere kenmerken die de zichtbaarheid van de drager in het verkeer vergroten. Voor een goede bescherming is het noodzakelijk dat de broek en de jas de benen en de armen volledig bedekken.

Handschoenenadvies

Handschoenen houden de handen warm en droog. Daardoor kan je als bestuurder, ook bij gure omstandigheden, de bromfiets soepel bedienen en verslapt de concentratie tijdens het rijden niet. Ook dragen handschoenen bij aan je veiligheid omdat bij bijna elke valpartij de handen in aanraking met het wegdek komen, waardoor ernstig letsel kan ontstaan. Goede handschoenen of wanten omsluiten de polsen volledig, zodat ze tijdens een val niet van de handen schuiven.

Schoenenadvies

Comfort en veiligheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Schoenen moeten daarom bij voorkeur de enkels bedekken voor een goede bescherming en de voeten warm en droog houden. Zo kunnen voetsteunen of pedalen de voet niet bezeren en geeft de relatief hoge schacht extra veiligheid bij een valpartij of ongeval.

Als het schoeisel is voorzien van veters, moeten deze kort gestrikt zijn. Op deze wijze kunnen de veters niet verstrikt raken met onderdelen van de bromfiets zoals de voetsteunen, de versnellingspook of het rempedaal.

Ogenbeschermingadvies

Vuil en insecten kunnen de ogen onherstelbaar beschadigen of zelfs blindheid veroorzaken. Tijdens het rijden kan het waarnemen direct belemmerd worden. Daarom wordt het dragen van een helmvizier of bril aangeraden.

Rijklaar maken van het voertuig

Bedrevenheid in de bediening vormt samen met een goede zithouding en kijktechniek, onder alle omstandigheden, de basis voor een complete voertuigbeheersing. De technische handelingen moeten geautomatiseerd worden uitgevoerd bij het oplossen van verkeersopgaven. Je moet als bestuurder, indien technisch mogelijk, zelfstandig de verlichting in of uit kunnen schakelen. Hierbij mag de aandacht op de weg niet verminderen of de beheersing van het voertuig in gevaar komen. Bekendheid met de positie en werking van de diverse bedieningsorganen en schakelaars is absoluut noodzakelijk.

Zithouding en stuurhouding

Je moet ontspannen op de bromfiets zitten en er voor zorgen dat je lichaam zoveel mogelijk raakvlakken met de bromfiets heeft en dat handen en voeten zodanig zijn geplaatst dat de bedieningsorganen gemakkelijk kunnen worden bediend.

Bij de bediening verplaatst je de handen of voeten zo min mogelijk. Ook kunnen, afhankelijk van merk en type, de hoogte van de buddyseat, het zadel en de stand van de remhandel(s), het koppelinghandel en het versnellingpedaal zodanig worden versteld dat een optimale zithouding mogelijk is.

Van een goede zit- en stuurhouding is sprake wanneer:

  • de voeten op de juiste plaats zijn geplaatst
  • het stuur met beide handen wordt vastgehouden
  • de armen licht gebogen zijn
  • de rug zodanig gestrekt is dat geen onnodige belasting op de polsen ontstaat
  • het hoofd zoveel mogelijk recht wordt gehouden
  • bij het maken van een stop tenminste één voet voldoende steun op de grond heeft.

Sturen

Het sturen van een bromfiets is een nauwkeurig samenspel van kijktechniek, gewichtsverplaatsing en stuurverdraaiing, waarbij de goede zithouding zoveel mogelijk wordt gehandhaafd.

Als de snelheid toeneemt, wordt de rechtuitstabiliteit van de bromfiets groter waardoor, bij het rechtuit rijden, slechts minimale correcties nodig zijn om de voorgenomen rijlijn te kunnen volgen.

Maar wanneer er zeer langzaam wordt gereden kunnen er betrekkelijk grote stuurcorrecties en/of gewichtsverplaatsingen nodig zijn om dit te doen.

Je stuurt op een juiste wijze als:

  • de handvatten zoveel mogelijk omsluit en het stuur niet krampachtig vasthoudt
  • vanuit zijn heupen stuurt
  • je bovenlichaam vrij kan bewegen (in verband met het inleunen, meeleunen of tegenleunen)
  • de, bij het afwijken van de rechte lijn optredende, centrifugaalkracht zo geleidelijk mogelijk laat toenemen of afnemen

Spiegels afstellen

Je hebt de spiegel(s) goed afgesteld, als:

  • de (denkbeeldige) horizon in het bovenste gedeelte van de spiegel(s) zichtbaar is
  • er in (beide) spiegels een zo groot mogelijk deel van het weggedeelte naast en achter de bromfiets zichtbaar is.

Opmerkingen

  • het afstellen van de spiegel(s) dient voor aanvang van de rit te gebeuren, terwijl je op de bromfiets zit
  • het aanraken van het spiegelglas moet zoveel mogelijk worden voorkomen
  • het zicht in de spiegel(s) mag niet verminderen door opbollende kleding

Bediening / Beheersing voertuig

Algemeen: veruit de meeste bromfietsen zijn uitgerust met een automatische versnellingsbak of variomatic. Bij deze types kan je als bestuurder niet (ont)koppelen en schakelen.

Voorbereiding en starten van de motor

  • sloten ontgrendelen en/of verwijderen
  • voorbereidings- en controlehandelingen uitvoeren
  • brandstofkraan openen (afhankelijk van merk, model en type)
  • contact maken, zonder te starten, en controleren of alle daarvoor in aanmerking komende controlelampjes branden
  • schakelpedaal in neutraalstand (niet van toepassing bij een automatische versnellingsbak of variomatic)
  • handel(s) intrekken
  • bromfiets starten volgens bedieningsvoorschrift
  • controle van het dashboard (lampjes, meters e.d.)
  • choke (indien aanwezig) niet onnodig lang in werking laten (afhankelijk van merk, model en type)

Motor afzetten

Tijdens de rit, bij het maken van een te verwachten ‘langere’ verkeersstop (langer dan 1 minuut), ter bescherming van milieu:

  • handels intrekken
  • schakelpedaal in neutraalstand zetten, tenzij de versnelling als parkeerrem gebruikt wordt (niet van toepassing bij een automatische versnellingsbak of variomatic)
  • overbodige stroomverbruikers uitschakelen
  • bromfiets met contactsleutel uitzetten
  • indien verlichting verplicht/gewenst is contactsleutel in betreffende stand zetten.

Bij het achterlaten van de bromfiets de sleutel uit het contactslot verwijderen en, afhankelijk van merk, model en type, de brandstofkraan afsluiten. De bromfiets op het stuurslot zetten en/of sloten aanbrengen.

Bediening van koppeling, schakelmechanisme en gastoevoer

De bediening van de koppeling, het schakelmechanisme en de gastoevoer moet technisch goed en veilig worden uitgevoerd.

Koppeling

(alleen bij bromfietsen met een handgeschakelde versnellingsbak)

De koppeling brengt de verbinding tot stand (of verbreekt die) tussen de motor en het achterwiel. De bediening moet met gevoel worden uitgevoerd om het koppelen en ontkoppelen vloeiend te laten verlopen en slijtage te beperken.

De koppelingshendel moet met de vingers worden bediend, waarbij de duim het handvatrubber blijft omsluiten. De koppelingshendel moet bij het ontkoppelen geheel worden ingetrokken. Het koppelen dient vlot en vloeiend te geschieden. De koppelingshendel moet met de hand worden begeleid totdat hij in ruststand is teruggekeerd. Alleen bij zéér langzaam rijden mag de snelheid worden geregeld met behulp van een slippende koppeling. Wanneer de koppelingshendel niet bediend wordt, is het handvatrubber zoveel mogelijk met de vingers omsloten. Als wordt afgeremd mag er, onder normale omstandigheden, pas worden ontkoppeld even voordat de snelheid onverenigbaar wordt met het toerental van de motor.

Schakelmechanisme

(alleen bij bromfietsen met een handgeschakelde versnellingsbak)

Met goed en tijdig schakelen (zowel versnellend als vertragend) wordt een optimale krachtoverbrenging verkregen van de bromfiets naar het achterwiel.

Het minimum- en maximumtoerental van de bromfiets wordt in geen van de versnellingen overschreden. Dit overeenkomstig het instructieboekje van de betreffende bromfiets (milieu-aspecten spelen hierbij ook een rol). Zolang de motor van de bromfiets nog niet op bedrijfstemperatuur is, wordt het toerental beperkt.

Opmerkingen

  • de keuze van de juiste versnelling is van belang om de trekkracht van de bromfiets optimaal te kunnen benutten
  • het niet tijdig schakelen kan de stabiliteit en beheersbaarheid van het voertuig negatief beïnvloeden
  • langzaam rijden in een te hoge versnelling kan motorschade veroorzaken, evenals te lang doortrekken in een versnelling
  • terugschakelen naar een te lage versnelling kan leiden tot een geblokkeerd achterwiel en/of motorschade.

Inschakelen en wegrijden

(alleen bij bromfietsen met een handgeschakelde versnellingsbak)

  • gashendel zover mogelijk dichtdraaien
  • koppelingshendel geheel intrekken
  • schakelpedaal naar beneden drukken en ingedrukt houden. (aan het uitgaan van het controlelampje van de vrijstand of een andere aanduiding is niet altijd af te leiden dat daadwerkelijk is ingeschakeld)
  • koppelen onder gelijktijdige verhoging van de gastoevoer
  • als de koppeling aangrijpt, zowel de koppelingshendel als het gas even stilhouden
  • wanneer de bromfiets in beweging komt, wanneer niet met een zeer lage snelheid gereden gaat worden, de koppelinghendel verder op laten komen en gedoseerd gas geven
  • als geheel gekoppeld gereden wordt, het schakelpedaal ontlasten en de voet terugplaatsen in de juiste uitgangspositie, tenzij er direct daarna verder opgeschakeld wordt of de druk op het schakelpedaal nodig is voor een goede voertuigbeheersing.

Opschakelen

(alleen bij bromfietsen met een handgeschakelde versnellingsbak)

  • de voet onder het versnellingspedaal plaatsen en het drukpunt opzoeken
  • de gastoevoer verminderen en gelijkertijd, in één vloeiende beweging, de koppelingshendel intrekken
  • de volgende versnelling inschakelen en druk op het schakel pedaal blijven uitoefenen
  • iets gas geven, om het koppelen zonder schokken te laten verlopen, en direct daarna met gevoel aankoppelen
  • als geheel gekoppeld gereden wordt, de voet terugplaatsen in de juiste uitgangspositie, tenzij er direct daarna verder opgeschakeld wordt. In dat geval kan de voet in ‘opschakelpositie’ blijven

Terugschakelen

(alleen bij bromfietsen met een handgeschakelde versnellingsbak)

  • de voet op het versnellingspedaal plaatsen en zo mogelijk reeds het drukpunt opzoeken
  • vervolgens in één vloeiende beweging de koppelingshendel intrekken en gelijktijdig de gastoevoer verminderen
  • vlot de juiste versnelling inschakelen en daarbij druk op het schakelpedaal blijven uitoefenen tot deze volledig gekoppeld is
  • zóveel gas opbouwen dat het toerental overeenkomt met de gereden snelheid en direct daarna vlot, maar geleidelijk, koppelen
  • als geheel gekoppeld gereden wordt, de voet terugplaatsen in de juiste uitgangspositie, tenzij er direct daarna verder terug geschakeld wordt. In dat geval kan de voet in ‘terugschakelpositie’ blijven.

Opmerkingen

  • bij een zeer krachtige remming dient bij het terugschakelen slechts éénmaal te worden ontkoppeld. Dit terugschakelen dient zover mogelijk aan het einde van de remming plaats te vinden
  • bij geleidelijk remmen mag gelijktijdig worden teruggeschakeld
  • na het op- en terugschakelen wordt het schakelpedaal zódanig ontlast dat de repeterende beweging van het schakelmechanisme kan worden benut
  • de vlotheid waarmee het schakelpedaal bediend moet worden is onder meer afhankelijk van het type aandrijving, het toerental van de motor en het schakelmechanisme
  • bij een stop in het verkeer wordt teruggeschakeld naar de eerste versnelling. Bij een stop van langere duur het schakelpedaal in de neutraalstand zetten en koppelingshendel loslaten.

De gastoevoer

De gastoevoer bepaalt de snelheid en de trekkracht van de motor. Bij een handgeschakelde bromfiets is ook de gekozen versnelling van invloed. De gashendel wordt vanuit de pols bediend. Het verminderen of vermeerderen van de gastoevoer moet geleidelijk gebeuren en worden afgestemd op de benodigde trekkracht en de snelheid die moet worden gereden.

Voorkomen moet worden dat de gastoevoer ‘schoksgewijs’ plaatsvindt of dat de bromfiets ‘doorraast’. Bij het loslaten van de gashendel moet deze vanzelf naar de ‘nulstand’ terugkeren.

Bediening van de remmen

De aanwezige remmen zullen technisch juist en tijdig moeten worden gebruikt.

De snelheid van de bromfiets kan op drie manieren worden verminderd:

  • door de gastoevoer te verminderen (eventueel tot het ‘stationaire’ toerental is bereikt)
  • door terug te schakelen naar een lagere versnelling (alleen mogelijk bij bromfietsen met een handgeschakelde versnel lingsbak)
  • door gebruik te maken van de remmen.

Waneer je als bestuurder vertraagt, verplaatst het gewicht van bromfiets in combinatie je eigen gewicht zich naar voren (aslastverplaatsing). Door dit effect op de juiste wijze te benutten, kan optimaal worden geremd. Technische beheersing van de remmen uit zich in het bewust doseren en gebruiken daarvan. In combinatie met de bediening van de remmen mag worden teruggeschakeld, waarbij voorkomen moet worden dat de bromfiets sterk vertraagt wanneer er wordt gekoppeld (alleen mogelijk bij bromfietsen met een handgeschakelde versnellingsbak).

Als er geremd moet worden, kan dit het veiligst gebeuren tijdens het rechtuit rijden. De wielen mogen, onder normale omstandigheden, niet blokkeren. Wanneer er toch een wiel blokkeert, dit opheffen en zo spoedig mogelijk opnieuw beginnen met remmen. In principe worden de voor- en achterrem gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig tezamen gebruikt. Onder bepaalde omstandigheden, bijvoorbeeld de aanwezigheid van split of sneeuw, kan worden afgezien van het gebruik van de voorrem.

Voorrem

  • de remhendel wordt met alle vier de vingers bediend, waarbij de duim het handvat blijft omsluiten
  • er wordt in beginsel gekoppeld geremd, zodat de remwerking van de motor wordt benut. Bij een zeer krachtige remming wordt gelijktijdig ontkoppeld (alleen mogelijk bij bromfietsen met een handgeschakelde versnellingsbak)
  • de op de remhendel uit te oefenen kracht moet vlot, maar geleidelijk worden op- en afgebouwd
  • het remmen geschiedt zo gelijkmatig mogelijk en wordt zonder onderbrekingen over de beschikbare afstand verdeeld
  • indien, onder normale omstandigheden, wordt geremd tot de bromfiets stilstaat, de remdruk net vóór het tot stilstand komen zodanig verminderen dat de ‘eindschok’ achterwege blijft.

Achterrem

  • de achterrem wordt met de voet of de hand bediend
  • de op het rempedaal uit te oefenen kracht wordt aangepast aan de remvertraging die op het voorwiel wordt opgebouwd (aslastverplaatsing)
  • de achterrem mag worden gebruikt om bij het manoeuvreren met de bromfiets en het rijden van korte bochten de bromfiets onder controle te houden of het evenwicht te bewaren.

Automaat

Tegenwoordig zijn de meeste bromfietsen voorzien van een automatische versnellingsbak of variomatic. Je hebt dan geen invloed op de schakelmomenten. Bij krachtig vertragen kan je zodoende meer aandacht schenken aan de bediening van de remmen omdat je niet hoeft te ontkoppelen.

De bediening van de verlichting en apparatuur

Wanneer er van de verlichting en/of apparatuur gebruik moet worden gemaakt geldt dat:

  • dit (op eigen initiatief) gebeurt op de juiste wijze
  • de bediening ervan niet ten koste gaat van de aandacht voor het overige verkeer en de beheersing van de bromfiets
  • dit niet langer gebeurt dan noodzakelijk of wenselijk is

Het betreft hier het voeren van de juiste verlichting en het gebruik van de op de bromfiets aanwezige (hulp)apparatuur zoals:

  • brandstofkraan (afhankelijk van merk en type)

Bekendheid met de indeling van het dashboard en de functies van de diverse bedieningsorganen is noodzakelijk.

Rijden bij dag

Verlichting wordt niet alleen gevoerd om beter te zien, maar vooral ook om beter gezien te worden! Omdat een groot aantal ongevallen met bromfietsers wordt veroorzaakt doordat zij niet tijdig opgemerkt worden door andere weggebruikers, wordt dringend geadviseerd om bijvoorbeeld in een bosrijke omgeving of bij laagstaande zon, ook overdag verlichting te voeren.

Rijden bij nacht en wanneer het zicht in relatie tot de snelheid onvoldoende is

Gedurende de wettelijk aangegeven periode en tijdens andere daarvoor in aanmerking komende omstandigheden moet de juiste verlichting worden gevoerd. In beginsel wordt dimlicht gevoerd.

Het voeren van groot licht is onder andere nodig:

  • tijdens een donkere nacht bij geen of onvoldoende straatverlichting
  • bij nacht, bij het rijden met hogere snelheden wanneer de weg onvoldoende kan worden overzien.

Bij het voeren van groot licht mag geen hinder ontstaan voor anderen.

Opmerkingen

  • wees bedacht op stilstaande voertuigen en kwetsbare verkeerdeelnemers
  • houd rekening met mogelijk op de rijbaan of het fiets/bromfietspad liggende voorwerpen of stoffen, zoals brandstof, olie, zand of split
  • ondanks goede (achter)verlichting is de snelheid waarmee voertuigen rijden en/of de afstand waarop zij zijn verwijderd vaak moeilijk te bepalen
  • op de rijbaan stilstaan is, vooral op buitenwegen, gevaarlijk

Andere bestuurders kunnen de gevoerde achterverlichting te laat opmerken.

Beter is dit soort situaties te vermijden. Bij tegemoetkomen van verlichte voertuigen is het beter langs dan in die lichten te kijken. Dit voorkomt verblinding. In dergelijke situaties zijn bermpaaltjes en kantlijnen meestal een goed oriëntatiemiddel.

Omstandigheden die het zicht ernstig kunnen belemmeren zijn in dit verband:

  • klimatologische omstandigheden zoals: mist, sneeuwval, regen
  • verblindend zonlicht
  • wegomstandigheden, zoals de aard van de rijbaan, in tunnels waar het daglicht onvoldoende is, een weg waar het daglicht door de aanwezigheid van bomen niet voldoende tot de rijbaan doordringt

Wanneer de meeste andere bestuurders verlichting voeren, mag men er vanuit gaan dat dit inderdaad noodzakelijk is. Ook hier geldt dat verlichting niet alleen gevoerd wordt om beter te zien, maar vooral ook om beter gezien te worden!

Beheersing van het voertuig

Het gaat bij dit onderwerp om de totale voertuigbeheersing. Daar is sprake van als je bij de uitvoering van de diverse handelingen het voertuig volledig en zelfstandig onder controle kunt houden.

Deze handelingen betreffen de technische bediening van het voertuig in combinatie met het uit te voeren kijkgedrag, de vereiste stuurvastheid en het bewaren van de balans. Het tijdig onderkennen van een verkeer- / wegsituatie en het reageren daarop in combinatie met een juiste voertuigbediening, komt de beheersing van het voertuig ten goede.

Karakter van het voertuig

Voor een goede voertuigbeheersing is het noodzakelijk dat je het karakter van jouw bromfiets kent. Krachten die tijdens het rijden op de bromfiets en/of jou als bestuurder inwerken moeten onderkend en beheerst worden.

Krachten die door handelingen tijdens het rijden ontstaan, zoals rem-, acceleratie- en centrifugaalkracht, moeten geleidelijk en beheerst worden op- en afgebouwd omdat anders de stabiliteit en de wegligging in gevaar kunnen komen.

Op andere krachten, zoals zijwind spoorvorming en/of oneffenheden in de weg en wegverkanting, moet tijdig worden gereageerd zodat de bromfiets slechts weinig van de normale rijlijn afwijkt. Ook jouw gewicht als bestuurder, de aanwezigheid van een passagier, koffers, lading of een stuurscherm zijn van invloed op het (stuur) karakter van de bromfiets.

Slipgevaar

Bij een situatie met verhoogd slipgevaar zal de bediening van het voertuig hierop moeten worden afgestemd. Voorkomen moet worden dat de bromfiets in een slip raakt. Slippen ontstaat wanneer de wrijvingsweerstand tussen band en wegdek wordt overschreden.

Dit kan worden veroorzaakt door:

  • te hard remmen, waardoor één of beide wielen blokkeren
  • te snel accelereren, waardoor het achterwiel “spint”
  • te vroeg terugschakelen, waardoor het achterwiel blokkeert
  • te abrupt sturen, waardoor het voorwiel “wegglijdt”
  • te snel een bocht rijden, waardoor één of beide wielen “wegglijden”
  • soort en toestand van de banden.
  • soort en toestand van het wegdek

Stuurvastheid

Een permanente stuurvastheid is vereist. Als je technische handelingen uitvoert en/of hulpapparatuur bedient moet de bromfiets steeds de juiste rijlijn blijven volgen. Een goede kijktechniek en het juist gebruik van acceleratiekracht zijn bepalend voor de stabiliteit van de bromfiets en het volgen van de gekozen rijlijn. Wanneer je van rijlijn verandert, doe je dit in een vloeiende lijn en voorkomt onnodige en abrupte stuurbewegingen. Als je tram- of spoorrails moet oversteken mag je van een vloeiende rijlijn afwijken om slippen te voorkomen. Het kijkgedrag, het uitvoeren van bedieningshandelingen en het

oplossen van verkeerssituaties mogen de besturing en stabiliteit van het voertuig niet nadelig beïnvloeden.

Milieu-/energiebewust gedrag

Er wordt door vele instanties en organisaties geattendeerd op een spaarzaam gebruik van energie en het voorkomen van onnodige geluidsoverlast om het milieu leefbaar te houden.

Ook van bestuurders van bromfietsen mag een ‘milieubewust’ rijgedrag worden verwacht.

Brandstofgebruik

De hoeveelheid brandstof die gebruikt wordt bij het bromfiets rijden, kan in belangrijke mate worden beïnvloed door de conditie van de motor, een goede routeplanning, maar vooral door de wijze waarop jij als bestuurder rijdt.

Opmerkingen

  • de motor tijdens stilstand niet onnodig laten draaien
  • voor een goede afstelling van de motor zorgen
  • bij een ‘koude start’ de choke zo kort mogelijk gebruiken (wordt vaak automatisch geregeld)
  • niet te ver doortrekken in de versnellingen (alleen voor handgeschakelde bromfietsen)
  • fel accelereren voorkomen
  • zo veel mogelijk met een gelijkmatige snelheid rijden
  • zo weinig mogelijk onnodig remmen

Het rijden met hogere snelheid leidt tot meer brandstofverbruik en daarmee tot grotere uitstoot van schadelijke stoffen.

Geluidshinder

Hoge geluidsniveaus zijn niet alleen schadelijk voor het gehoor van de mens, maar leiden ook vaak tot irritatie.

Opmerkingen

  • met een aangepaste snelheid, in een zo hoog mogelijke versnelling langs dieren en kwetsbare weggebruikers, zoals voetgangers en (snor)fietsers rijden
  • met een aangepaste snelheid, in een zo hoog mogelijke versnelling in kwetsbare natuurgebieden, op dijkwegen en in woonwijken rijden
  • bij een zo laag mogelijk toerental doorschakelen naar een hogere versnellingen (alleen voor handgeschakelde bromfietsen)
  • fel accelereren voorkomen
  • zowel rijdend als stilstaand geen extra gas geven als dat niet nodig is

Bron: rijprocedure AM, CBR

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.