Autosnelweg – Rijden en Regels

Wat zijn de regels op een autosnelweg? Hoe voeg je in en hoe uit?Een autosnelweg herken je aan de bebording. Aan het begin van een autosnelweg is verkeersbord G1 geplaatst. Aan het begin van de toerit is ook bord C16 geplaatst om aan te geven dat de weg gesloten is voor voetgangers. Aan het einde van een autosnelweg is bord G2 geplaatst.

Aangehaalde verkeersborden/verkeerstekens

k1-lage-beslissingswijzer-langs-autosnelwegen-voor. Met de rode aanduiding op de bewegwijzeringsborden wordt het nationale routenummer van een autosnelweg aangegeven.

e34. Met het groene bordje wordt het internationale nummer van een Europese hoofdroute aangegeven.

Een autosnelweg heeft altijd gescheiden rijbanen, ongelijkvloerse kruispunten en vluchtstroken, welke ook als spitstroken (C23-01-02-03) gebruikt kunnen worden.
De langs deze autosnelweg gelegen parkeerplaatsen, tankstations en bushalteplaatsen maken geen deel uit van de autosnelweg.

Gebruik autosnelweg

Het gebruik van de autosnelweg is slechts toegestaan voor bestuurders van motorvoertuigen waarmee met een snelheid van tenminste 60 km per uur mag en kan worden gereden.
Op autosnelwegen is  geen minimumsnelheid van kracht, maar u mag het overige verkeer niet hinderen of in gevaar brengen. U moet dus uw snelheid zoveel mogelijk aan het overige verkeer aanpassen en niet onnodig langzamer rijden dan het overige verkeer ter plaatse. Dit uiteraard met inachtneming van de maximumsnelheid ter plaatse.

Autosnelweg en maximumsnelheden
  • Personenauto’s en bedrijfsauto’s, lichter dan 3500 kg.: 120 / 130 km per uur.
  • Vrachtauto’s, autobussen en kampeerwagens met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kilogram geldt een maximum snelheid van 80 kilometer per uur.
  • T100-bus: 100 kilometer per uur.
  • Motorvoertuigen die een aanhangwagen trekken met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kilogram:  geldt een maximum snelheid van 90 kilometer per uur
    (personenauto, bestelauto, driewielig motorvoertuig, motorfiets en kampeerwagen met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kilogram)
Matrixborden

Door middel van verkeersborden of elektronische signaleringsbord (A3 matrixborden) kan een lagere maximumsnelheid worden aangegeven. Bijvoorbeeld bij stremming van het verkeer, ongevallen, wegwerkzaamheden, slechte weersomstandigheden, uit milieu of veiligheidsoverwegingen, of als autosnelwegen dwars door woongebieden lopen (randsteden).

Op gedeeltes van autosnelwegen waar (door het verkeersbord A1) een maximumsnelheid is aangegeven, is daarna om de 100 meter op de groene hectometerborden de aldaar geldende toegestane maximumsnelheid  aangegeven (80, 100, 120).  De hectometerborden geven u ook nadere informatie over de weg waarop u rijdt.
De weergave van “ A16” (BB08) geeft het routenummer van een autosnelweg aan, “Re” betekent rechter weggedeelte, “Li” betekent linker weggedeelte  en 52,8 is een kilometeraanduiding. Om duidelijk te maken waar u zich bevindt, geeft u bij pech, ongeval of een ander noodgeval deze informatie door aan hulpdiensten.

Afstand houden – “de 2-seconden regel”

Een bestuurder moet in staat zijn het voertuig tot stilstand te brengen waarover de weg vrij is én te overzien! Dit betekent dat u zoveel afstand moet bewaren tot uw voorligger dat u in staat bent uw voertuig tijdig en veilig tot stilstand te brengen, gegeven de omstandigheden (overig verkeer, wegcondities, drukte, regen, gladheid, mist). Ga hierbij uit van de zogenaamde “2-seconden-regel”. De regel houdt de afstand in die u met het voertuig aflegt in twee seconden. Let op: deze afstand is de minimale volgafstand. Als u andere bestuurders niet hindert is 3 á 4 seconden veelal veiliger. U geeft uzelf door het aanhouden van een grotere volgafstand een veilige “buffer” en meer tijd op de wisselende verkeerssituaties te anticiperen én zo nodig te reageren.

Bepalen van de volgafstand

Een vuistregel voor de volgafstand bij personenauto’s met een gemiddelde belading is:

de gereden snelheid: 2 plus 10 % (120 km/u: 2 = 60, + 10% = 66 – afgerond 70 meter)

Als u de 2-seconden-regel hanteert, wacht u tot een voorligger een vast obstakel of bord boven of langs de autosnelweg passeert. Zodra de voorligger het obstakel passeert, tel voor uzelf “één-en-twintig, twee-en-twintig” om te bepalen of u minimaal twee seconden afstand tot de voorligger bewaart. Een voldoende veilige volgafstand vergroot de kans een kop-staart aanrijding te voorkomen aanzienlijk en u geeft inhalende bestuurders de gelegenheid om in te voegen, te ritsen enzovoort.

Invoegstrook op de autosnelweg

Een invoegstrook is een weggedeelte dat door een blokmarkering van de doorgaande rijbaan (=snelweg)  is afgescheiden en bestemd is voor bestuurders van motorvoertuigen die de doorgaande rijbaan willen oprijden. Kijk voor het gewenste gedrag bij aan komen rijden en invoegen op de autosnelweg bij…. artikel
Als u vanaf een naast de autosnelweg gelegen tankstation, parkeergelegenheid, vluchthaven of vluchtstrook wilt invoegen op de doorgaande rijbaan, dan handelt u ook zoals in het gelinkte artikel beschreven. Houd eventueel wel rekening met een korte(re) invoegstrook.

Gecombineerde invoegstrook – uitrijstrook

Het weefvak
Het zogenaamde “weefvak”. De invoegstrook en de uitrijstrook op de autosnelweg komen samen. Het invoegen en uitrijden vindt dan plaats op dezelfde strook door het  kort achter elkaar –gelijktijdig- invoegen en uitrijden. Bij het weven zullen bestuurders van rijstrook veranderen / een zijdelingse verplaatsing uitvoeren, wat een bijzondere manoeuvre is, waarbij bestuurders elkaar officieel vóór moeten laten gaan. In de situatie van een gecombineerde invoeg- uitrijstrook is bepaald dat de invoegende bestuurder(s) de uitrijdende bestuurder(s) vóór moet laten gaan.
Het is in deze situatie van belang dat u als bestuurder tijdig met de richtingaanwijzer  laat zien welke richting u wilt volgen. Geef blijvend naar rechts richting aan als u rechts wilt blijven rijden of naar rechts de doorgaande rijbaan wilt verlaten. Geef tijdig naar links richting aan als u wilt invoegen en de doorgaande rijbaan op wilt rijden. Verander pas dan van rijstrook als u voldoende snelheid en ruimte heeft en u de zijdelingse verplaatsing (invoegen) veilig kunt uitvoeren, zonder de overige bestuurders te hinderen.

Splitsing van autosnelweg(en)

Op plaatsen waar een autosnelweg zich splitst in twee afzonderlijke snelwegen, staat bij de splitsing een groen-wit rechthoekig bord met een pijlvorm (BB03) “splitsing autosnelweg”. Vanaf de plaatsing van het bord “splitsing autosnelweg” gaan de uitrijstroken, voorsorteerstroken of rijstroken door als zelfstandige autosnelweg(en).

Uitrijstrook op autosnelwegen

Als  u de doorgaande rijbaan van een autosnelweg wilt verlaten, dan moet u uiteindelijk gebruik maken van een uitrijstrook. Zorg dat u tijdig op de meest rechtse rijstrook rijdt. Een afrit op een autosnelweg wordt met bewegwijzeringsborden (K-serie) aangegeven. De bewegwijzeringsborden die de gekozen afrit / afslag aangeven staan op 1200, 900, 600 en 300 meter afstand van de afrit geplaatst.

Richting aangeven – Uitrijden
Vanaf plusminus 300 meter geeft u richting aan om het overige verkeer kenbaar te maken dat u het doel heeft de autosnelweg uit te rijden. Zie…artikel  voor het gewenste gedrag en handelen bij uitrijden.

Het is bestuurders op autosnelwegen verboden
  • Het voertuig te keren of achteruit te rijden.
  • Het voertuig te laten stilstaan.
  • Behalve in noodgevallen mogen weggebruikers géén gebruik maken van de vluchtstrook, de vluchthaven of de berm.
  • Met een motorvoertuig met aanhangwagen –als die combinatie langer is dan 7 meter- en bestuurders van een vrachtauto verboden op een rijbaan met drie of meer rijstroken enig andere dan de twee meest rechts gelegen rijstroken te gebruiken. Het verbod geldt niet voor het geval zij moeten voorsorteren (splitsing van een autosnelweg)

2 gedachten over “Autosnelweg – Rijden en Regels”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.