Voorbij gaan en Tegemoet komen in de (Les)Auto

Tegemoet komen of voorbij gaan

Voorbijgaan is het passeren van een object, of obstakel dat niet deelneemt aan het verkeer, maar op de weg wel een belemmering vormt dat je tijdig moet zien en veilig moet voorbij rijden. Denk hierbij aan een dubbel geparkeerd voertuig, een op de weg geplaatste container, een tijdelijk afzetting bij wegwerkzaamheden, of een willekeurig ander voorwerp dat je aandacht vraagt. Onder normale omstandigheden zal je van tegemoetkomend verkeer geen hinder hoeven ondervinden. Zijn de wegen echter smal, voertuigen breed of medeweggebruikers onoplettend, dan kan uitwijken of handelen vereist zijn.

Handelen bij voorbijgaan/voorbij rijden
  1. Kijk bij het artikel inhalen – ingehaald worden wat voor gedrag en handelen er van je verlangd wordt. Nader het voorbijgaan van een obstakel alsof je wilt gaan inhalen.
  2. Pas je snelheid aan naar de omstandigheden. Een obstakel op de weg betekent bijna altijd dat je minder ruimte op de weg hebt, snelheid moet minderen en je rijlijn moet verleggen.
  3. Omdat je veelal (zeer) langzaam rijdt, kan je zowel rechts als links door ander langzaam verkeer worden voorbijgegaan (voetgangers, fietsers). Blijf goed rondom de auto kijken!
  4. Kijk op afstand goed of er zich geen personen rondom of achter het obstakel dat je voorbij wilt gaan ophouden.
  5. Let goed op tegemoetkomend verkeer om jezelf te overtuigen dat je veilig kunt voorbijgaan en de zijdelingse verplaatsing die hier doorgaans op volgt veilig kunt uitvoeren, zonder het overige verkeer te hinderen.
  6. Kijk ook goed links naast de auto. Bij het voorbijgaan zal je meestal naar de linker weghelft moeten sturen. Hier kunnen voet- en fietspaden gelegen zijn, waar zich andere weggebruikers op kunnen bevinden.
  7. Geef vóór je de zijdelingse verplaatsing inzet richting aan, zodat je duidelijkheid geeft aan bestuurders achter je. Zij hebben mogelijk minder zicht op het obstakel en worden door jouw aangeven van richting en eventueel remsignaal geattendeerd op het obstakel.
  8. Rijd je zelf achter een voertuig dat een obstakel passeert, probeer dan door de ramen van de auto vóór je te kijken om het obstakel te beoordelen.
Handelen bij tegemoetkomen
  1. De ruimte tussen jouw voertuig en dat van de tegenligger moet voldoende groot / breed zijn om elkaar veilig te kunnen passeren
  2. Kijk regelmatig zo ver mogelijk vooruit om dit goed in te kunnen schatten en hier tijdig op te kunnen reageren als je problemen vermoedt.
  3. Door de breedtes van zowel de weg als de tegenligger goed in te schatten, kun je tijdig snelheid minderen en eventueel vroegtijdig stoppen als de passeer ruimte onvoldoende is.
  4. Let vóór het  minderen van de snelheid op achteropkomende bestuurders en geef eventueel een kort remsignaal.
  5. In een enkel geval kan het noodzakelijk zijn in de berm of naar rechts te sturen om extra ruimte te geven aan de tegenligger. Let hierbij op de berm (zachte berm, kuilen, plassen) en op rechts naast de auto gelegen voet- of fietspaden en eventuele weggebruikers die daarop aanwezig zijn.

* Een aantal Nederlandse Verkeersborden die van belang zijn bij voorbijgaan en tegemoetkomen.

                          

* Kijk hier voor alle Nederlandse Verkeersborden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *