Rijstijl en Kijkstijl in de (les)auto

Belang van een goede rijstijl en kijkstijl

Waarom zo belangrijk
Een goede rijstijl en een goede kijkstijl zijn voor iedere autobestuurder van belang, maar in het bijzonder voor een bestuurder die net zijn rijbewijs heeft gehaald. Het vormt de basis
voor een relatief veilige verdere ontwikkeling tot een ervaren bestuurder, op een wijze die veel leuker is dan ‘je alleen maar uit te leven achter het stuur’ zonder te weten waar je echt mee bezig bent ook al denk jij van wel. Ik wil wedden dat er voor iedereen de nodige eye-openers in deze instructieset voorkomen. Zowel voor de vlotte macho of macha, als voor bedeesdere types. Met de kennis en inzichten van deze instructieset heb je al een dikke streep vóór op die van de gemiddelde ervaren autobestuurder, ook al zijn veel van diens vaardigheden in eerste instantie nog superieur aan die van jou als beginnend bestuurder. Niet persé omdat hij alles béter doet dan jij, maar wel doordat zijn lange ervaring hem desondanks voordelen geeft. Race niet door de tekst heen, maar neem minstens éénmaal de moeite het allemaal echt op je te laten inwerken. Alleen dan heb je er wat aan.
Verder zeg ik ‘u’ tegen jou, want dit stuk heb ik aanvankelijk geschreven voor de ervaren autobestuurder, en zin om het aan te passen heb ik niet, vandaar. Hopelijk stoor jeje er niet teveel aan.

Rijstijl en kijkstijl
Voor alle duidelijkheid maken wij een onderscheid tussen ‘rijstijl’ en ‘kijkstijl’. Rijden zonder te kijken is natuurlijk onmogelijk, en de mate van veiligheid staat in direct verband met de mate van aandacht en de wijze waarop u kijkt. Maar hoe goed u dat ook zou doen, met een matige rijstijl haalt u de winst van een goede kijkstijl toch weer gedeeltelijk onderuit. Andersom is er met een matige kijkstijl geen optimale rijstijl mogelijk!

Rijstijl
Onder rijstijl verstaan we hier in het bijzonder:

  • Hoe u uw snelheid eruit haalt en afremt, of juist hoe u uw snelheid opvoert of optrekt.
  • Hoeveel (volg)afstand u bewaart, en hoe u die opbouwt.
  • In hoeverre u zijdelings afstand bewaart: ten opzichte van bijvoorbeeld een fietser, of van een andere verkeersstroom.
  • Hoe u ‘uw rijlijn’ legt, bijvoorbeeld bij het nemen van een bocht, en hoe u uw rijlijn verlegt, bijvoorbeeld bij het in- of uitvoegen, na het inhalen, of bij het uitwijken voor iets of iemand (fietser, geparkeerde auto, . . .)
  • Hoe u uw richtingaanwijzer gebruikt, of juist niet gebruikt.

Afstand houden: het grote gevaar
Bij het hoofdstuk rijstijl is afstand houden het onderwerp met de meeste impact op de (on)veiligheid voor wat betreft het ontstaan van aanrijdingen, nog meer dan hard rijden.

Dat zit zo: hard rijden maar tegelijkertijd de daarbij behorende behoorlijke afstand houden en navenant goed anticiperen levert natuurlijk wel een verhoogd risico op, maar dit valt toch in het niet bij de risico’s van te weinig afstand houden ook al rijd je rustig. Laat staan de risico’s van weinig afstand houden als je flink doorrijdt.

Laten we in gedachten vanuit een stil hangende helikopter op zo’n 500 meter hoogte boven een drukke snelweg recht naar beneden de stroom auto’s en vrachtauto’s eens goed observeren. Eén van de autobestuurders begint plotseling een strook naar links sturen. Klaarblijkelijk heeft hij daar een andere auto over het hoofd gezien. Een voorbeeld van wat dagelijks meermalen ergens in Nederland een inleiding tot een ongeval kan zijn. Vanuit de helikopter zien we dat de bestuurder van de bedreigde auto in een reflex bovenop de rem gaat, die hij niet meer loslaat totdat hij stil staat, gezien de verdere ontwikkeling van de situatie zoals die zich voor onze ogen ontvouwt.

Zijn directe achterligger, een rode auto, hield niet al te veel afstand, maar reageert gelukkig wel vlot en remt nu ook voluit, in de hoop niet op z’n voorligger te klappen. Misschien zal hem dat lukken, misschien ook niet.
Hier ‘drukken we even op de pauzeknop van deze film’, en proberen te beseffen wat het grootste gevaar voor de bestuurder van die rode auto is:
dat hij het zelf niet helemaal redt en op z’n voorligger klapt is één kwade kans op schade en op letsel. Maar dat één of meer van z’n pakweg eerste vier achterliggers grof tekort komen levert nog eens vier kwade kansen op. Vooral als daar een vrachtwagen bij blijkt te zitten, warempel niet zo’n erg kleine kans. Hij zal de eerste niet zijn, die dan als onderdeel van een harmonica alsnog tussen voorligger en de meute achter hem in elkaar wordt gedrukt. En dan maar hopen dat hij zonder teveel letsel nog een deur of raam van z’n verwrongen auto kan open krijgen, want lekker zit hij daar niet als de zaak in de hens blijkt te gaan.

Tsja, daar vráágt hij dus al die tijd als het ware om, als hij zijn volgafstand uitsluitend baseert op het idee dat hij zelf zo’n geweldig goede chauffeur is met een nooit aflatende continu beschikbare korte reactiesnelheid, en ondertussen vergeet dat er onder z’n achterliggers vroeg of laat wel eens mindere goden kunnen zitten. Nog los van het feit dat hij zijn eigen vaardigheid schromelijk overschat. Hij heeft dus een rijstijl, waarbij hij zonder dat het noodzakelijk is de meeste tijd in een potentieel levensgevaarlijke situatie verkeert, zonder dat te beseffen. Zodra z’n voorligger op de rem gaat, zit hij meestal als een rat overgeleverd in de val.

Kortom: minstens driekwart van het gevaar dat je loopt komt van achteren, als je onverwacht krachtig en langdurig moet remmen. Bovendien komt het van bestuurders, op wiens rijstijl (inclusief afstand houden) en kijkstijl (inclusief aandacht) je geen enkele invloed hebt.

Afstand houden: jezelf verdedigen
Om jezelf enigszins tegen die al gauw falende achterop komende meute te kunnen beschermen, zal je dus duidelijk méér volgafstand moeten nastreven dan wat je strikt voor jezelf nodig hebt om voluit remmend je eveneens voluit remmende voorligger net niet te raken. Hoe groot moet die volgafstand dan minimaal zijn?
Bekend is het alom gegeven advies: “Houdt twee seconden afstand”.
Bedoeld wordt: als uw voorligger een (hectometer)paaltje voorbij rijdt, moet het nog twee volle seconden duren voordat u dat doet.

Deze adviesnorm is helaas echter alléén gebaseerd op uw eigen reactiesnelheid: een extraatje om tussentijds óók nog even uw rem iets te laten vieren als één of meer achterliggers het overduidelijk niet gaan redden, is hierin niet begrepen!
Daarom hoort een eerlijk en goed advies dus te zijn: ”Houdt zoveel als mogelijk is drie seconden afstand”. In sommige landen is dit inderdaad het advies van overheid en van verkeersveiligheidsorganisaties! (als u nu denkt te moeten afhaken van dit verhaal met de oprisping ”Dat is op de drukke Nederlandse wegen onmogelijk”, lees dan toch dóór: verderop onder “Tegenwerping één” wordt u op uw wenken bediend!).
Bij drie seconden volgafstand hoef je de rem dan niet direct tot op de bodem in te trappen, maar kan je de remdruk eventjes gedoseerd opbouwen, met korte controlerende blikken in je binnenspiegel, zodat je jouw achterliggers óók wat respijt geeft. Bovendien heb je dan relatief veel méér tijd om nog een veilige vluchtweg naar rechts of naar links te ontdekken en daarheen te sturen!

Door jouw strategie hebben je directe achterliggers zelf óók weer een duidelijk kleinere kans van achteren aangereden te worden. Zonder dat zij het beseffen, fungeert u met die drie seconden volgafstand als hun bewaarengel. Je doorbreekt daarmee feitelijk de onveiligheid van het onveilige gedrag van veel anderen, op dat stukje weg achter u. Al zou maar één op de vijf autobestuurders de drie seconden regel zoveel mogelijk nastreven, dan zou dat al heel veel kop-staartbotsingen voorkomen!


Afstand houden: hoever is ‘drie seconden’
Nu is dat tellen – éénentwintig – tweeëntwintig – drieëntwintig – en ondertussen dat paaltje in de gaten houden op zichzelf al gevaar verhogend. Het gaat ernstig ten koste van de aandacht op de weg recht voor u en verder weg. Maar omgerekend levert die drie seconden-regel een simpel sommetje op, resulterend in een eenvoudig te onthouden rijtje.
Drie seconden komt bij elke snelheid ongeveer overeen met 80% van je snelheid.
Afgerond komt dat bij de drie belangrijke snelheden op buitenwegen op het volgende neer:

Snelheid km/uur volgafstand meter afstand tussen twee hectometerpaaltjes (100 m)

120 km/uur –  volgafstand ± 100 meter –  hele afstand hectometerpaaltjes (100 m)

100 km/uur – volgafstand ± 80 meter –  viervijfde deel van de afstand (100 m)

80 km /uur – volgafstand ± 67 meter –  tweederde deel van de afstand (100 m)

Voorbeeld: u rijdt 100 km/uur. Als u zelf een hectometerpaaltje passeert, moet uw voorligger op het oog al zo’n viervijfde deel naar het volgende paaltje hebben afgelegd. Een korte blik is voldoende om vast te stellen of hier ongeveer aan voldaan is.

Afstand houden: veel méér voordelen
Vanaf hier gaan we de voordelen van het afstand houden maar eens nummeren.
Voordeel één was uiteraard uw eigen veiligheid: het verschil tussen potentieel – en in geval van een incident vóór u reëel – overgeleverd te zijn aan het meer of minder goed blijkende gedrag van de meute achter u, óf uzelf effectief kunnen verdedigen.

Voordeel twee was, dat u daarmee het onveilige verkeersbeeld achter u ook meteen ontkracht, voor die achterliggers zelf. Door uw gedrag lopen ze zelf óók veel minder kans van achteren aangereden te worden.

Voordeel drie. Op een drukke (snel)weg houdt u met die drie seconden regel gemiddeld al gauw vijf maal méér afstand dan velen om u heen dat doen. Daardoor vormt uw eigen voorligger een 25 maal kleiner visueel obstakel voor u (oppervlakte gaat in het kwadraat).

Met positief gevolg, dat u véél verder langs hem heen kunt zien wat er op de linker of rechter strook gebeurt. Bovenop die vijfmaal grotere fysieke afstand die u heeft, ziet u minstens vijfmaal vaker áánkomen dat uw voorligger zijn snelheid waarschijnlijk moet gaan verlagen, of wellicht zelfs heftig zal moeten reageren. Zodat u alvast kunt beginnen uw snelheid wat te temperen, ruim voordat uw eigen voorligger boven op zijn rem gaat staan.

Slechts in één op vijf van de noodgevallen een noodstop moeten maken ten opzichte van iemand die maar 20 meter afstand houdt (bijvoorbeeld bij 120 km/uur) in plaats van uw 100 meter, plus dan óók nog eens vijfmaal méér ruimte hebben als het dan toch een noodstop moet worden doordat de oorzaak voor u niet te (voor)zien was, maakt dat u een 5 x 5 = 25 maal kleinere kans heeft dan die ander om een verpletterende meute over u heen te krijgen.

Die ander is met die 20 meter volgafstand bovendien volslagen kansloos als zijn voorligger plotseling boven op de rem gaat en blijft staan: geen mens ter wereld heeft (bij 120 km/uur) voldoende reactiesnelheid om te voorkomen dat hij op zijn voorligger klapt!

Voordeel vier. Als u bij uw afstand van 100 meter eventjes naar uw voorligger kijkt (op hem focust), is het verkeer verderweg véél minder onscherp dan dat u naar een voorligger kijkt op 20 meter afstand. Andersom is uw voorligger bij uw grotere volgafstand veel minder onscherp in beeld, op momenten dat u ver weg naar de weg en het verkeersbeeld kijkt.

Voordeel vijf. Ook emotioneel ben je bij die honderd meter afstand veel beter in staat die voorligger minder scherp in de gaten te houden, maar in plaats daarvan verderweg te kijken.

Dichterbij rijden kost (ongemerkt) bakken méér van uw energie dan als u de drie seconden regel zoveel mogelijk hanteert. U blijft dus fitter, dus veiliger. Bovendien bewaren wij die energie liever voor nuttiger of prettiger dingen!

Voordeel zes. U ziet wegbewijzering (borden) véél eerder. Prettiger, en veiliger!

Voordeel zeven. Ook een veiligheidsvoordeel, maar nu in het kader van uw gezondheid.

Uitlaatgassen (volume) verdunnen naar achteren toe tot de derde macht. Dat betekent dat de concentratie van de uitlaatgassen die bij u via de inlaatroosters uw auto binnen komen,

5 x 5 x 5 = 125 maal minder geconcentreerd zijn dan die bij de bestuurder die maar 20 meter afstand houdt! Wellicht veel beter voor uw fitheid en voor een duurzame gezondheid.

Voordeel acht. Ten gevolge van uw grotere volgafstand zult u minder heftig hoeven te reageren als iemand anders vóór u invoegt. Weliswaar is uw ideale afstand dan direct weg.

Maar die krijgt u meestal met enig geduld voor een flink deel weer terug, aangezien de invoeger meestal van het soort is dat blijft opstomen totdat hij dicht achter uw oorspronkelijke voorligger rijdt. En ook al doet hij dat niet of komen er nog meer auto’s voor u: heel geleidelijk wat gas minderen en uw volgafstand weer opbouwen is dan het parool.

Oók als u een bumperklever heeft die er anders over denkt. Die klaarblijkelijk vindt dat u óf moet ‘aansluiten’, óf naar de rechter strook moet gaan. Hij vindt u gelijk ‘een linker strook rijder’, en wil dat graag afstraffen (niet reageren Lena, is de bekende toepasselijke uitdrukking!).

Hij heeft er de pest in dat:

  1. U hem als belangrijkste persoon alhier in de weg zit; zelfs al heeft hij dit keer geen haast, dan ervaart hij het waarschijnlijk wel als een machtsspel dat hij winnen moet (de zielenpiet, wat je al niet nodig hebt om je grote ego te beschermen!).
  2. U door uw rijstijl anderen de gelegenheid geeft voor u in te voegen – en dus indirect voor hem (!) – of om eindelijk ook eens achter die vrachtwagen vandaan een strook naar links te kunnen lopen; feitelijk dwingt u uw drammende achterligger dus sociaal weggedrag af. (U mag trots zijn op uzelf: u steekt ook dáármee met kop en schouder boven al die halve zolen uit die u massaal om u heen kunt waarnemen!).
  3. U hem kwaad’ maakt. Dat hij dat voor honderd procent zelf doet ontgaat hem geheel, eveneens dat het volledig onterecht is. De intelligentie te beseffen dat u nu feitelijk als zijn bewaarengel fungeert ontbeert hij compleet. Evenals de intelligentie te beseffen, dat u nu tot op de centimeter bepaalt hoever hij met zijn voorbumper verwijderd dient te blijven van de achterbumper van uw voorligger (zolang hij u niet rechts of links inhaalt). Feitelijk bent u het nu, die de ruimte tussen die twee bumpers bepaalt: uw drammende achterligger heeft zichzelf als het ware tot een ‘aanhangwagen van u’ gedegradeerd, zich volledig aan u overgeleverd. Weg alle feitelijke macht bij hem, die heeft hij onbedoeld en onbewust geheel aan u overgedragen!

U heeft de volledige regie over hem. Windt u dus niet op, en nogmaals: doe helemaal niets in de geest van even remlicht geven, even alarmlichten aan, middelvinger omhoog, etc. Doe gewoon of je de grootste onnozele hals ter wereld bent: “Ik merk niets, ik begrijp niets”.

Samenvattend: uw volgafstand is . . .

  • uw veiligheid
  • uw (uit)zicht
  • uw ‘ruimte’
  • uw ‘lucht’
  • uw sociale weggedrag
  • uw recht: u mag er zijn: letterlijk en figuurlijk!

Afstand houden: de bekende tegenwerpingen
Ook het hele scala aan tegenwerpingen zullen we maar nummeren.

Tegenwerping één. “Afstand houden lukt niet als het druk is, want dan komen er om de haverklap anderen vóór je en ben je jouw afstand weer kwijt”.
Ontkrachting: lees hetgeen onder voordeel nummer acht staat. Dat is géén theorie. Wijzelf en de mensen die we dat geleerd hebben bewijzen in de dagelijkse praktijk dat het werkt!
Bovendien gebeurt dit inderdaad vrij veel bij invoeg en weefsituaties, maar verder valt dat in de praktijk heel erg mee!

Tegenwerping twee. “Mijn rit kost mij dan véél meer tijd”.
Ontkrachting. Dit is meer dan eens uitgetest. Op een rit van een uur scheelt het maar enkele minuten, als je hoe dan ook niet hele stukken honderdvijftig kilometer per uur kunt dóórrijden.
Maar ook wiskundig is het bewijs sluitend: stel dat er gezien de drukte met een gemiddelde snelheid van 90 km/uur gereden wordt. Tijdens een rit van een half uur (bijvoorbeeld van Ring Utrecht naar Ring Amsterdam over de A2) komen er bij u duidelijk méér auto’s tussen dan als u heel veel minder afstand houdt. Stel (nogal overdreven) op 80 auto’s extra. Elke auto neemt inclusief zijn eigen volgafstand gemiddeld 25 meter in beslag. Als uw oorspronkelijke voorligger bij Utrecht de Ring Amsterdam opdraait, heeft u door die extra auto’s nog 80 x 25 meter = 2 kilometer te gaan. En die legt u bij die 90 km/uur in precies 80 seconden af (nog geen anderhalve minuut)! Moet wel een héél belangrijke afspraak zijn, als anderhalve minuut te laat komen een ramp betekent, klaarblijkelijk nog groter dan de onveiligheid en stress die weinig afstand houden betekent.

Tegenwerping drie. “Als ik fatsoenlijk afstand houd intimideren achterliggers mij vaker, val ik als uitzondering op ‘in de groep’, voel ik mij vaker afgekeurd, hebben anderen de macht over mij, . . .”
Ontkrachting. U weet nu toch wie de asociale dombo is en wie de goede slimme vent of vrouw? Laat u dus niet intimideren, door emotioneel noch in gedrag erop te reageren!
So what dat u in de groep opvalt en bij een aantal mensen klaarblijkelijk afkeuring oproept over uw gedrag. Wordt eindelijk eens assertief, en onderken dat groepsnormen en groepsgedrag lang niet altijd navolging verdienen!
Anderen macht over u ? Dan heeft u de voordelen hierboven nog niet goed begrepen, in het bijzonder wat daarover staat bij punt 3 onder ‘voordeel acht’.

Tegenwerping vier. “Toch blijft een bumperklever mij angst aanjagen. Als ik ondanks alles toch onverwacht op mijn rem moet, ben ik in ernstig gevaar”.
Ontkrachting. Uw bumperklever rijdt per definitie niet harder dan u, wellicht in tegenstelling tot een achterligger die een behoorlijke afstand houdt op het moment dat u onverwacht stevig en langdurig op de rem moet.
Uw bumperklever raakt u zeker, maar met een snelheidverschil van hooguit 5 km/uur. Dat kost u hooguit uw bumper, u houdt gewoon de macht over het stuur, mits u maar koel calculerend reageert. Geen schijn van kans op lichamelijk letsel als u het zo doet.
Neem dan die andere chauffeur, die aanvankelijk nog wel een behoorlijke afstand heeft als u op de rem gaat. Wellicht is hij er voldoende met zijn aandacht bij en reageert hij adequaat, maar als u veel minder geluk heeft begint hij pas te remmen als hij al vlak bij u is. Bovendien kon het zijn, dat hij oorspronkelijk al (veel) harder reed dan u deed, zoals u hierboven las.
Kortom: u rijdt al heel veel langzamer dan hij, op het moment dat hij er bij u in knalt. U wordt als het ware gelanceerd, met de vraag of u de macht over het stuur nog terugkrijgt.
Die bumperklever is met zijn rijstijl vooral voor zichzelf erg gevaarlijk bezig, veel minder voor u! Het veiligste blijft natuurlijk een achterligger die én fatsoenlijk afstand houdt én goed anticipeert. Maar ja, we kunnen klaarblijkelijk niet altijd alles hebben. Accepteer dat nou maar.

Tegenwerping vijf. “Als iedereen afstand houdt staat heel Nederland stil; zoveel ruimte hebben we niet op de weg”.
Ontkrachting. Dit soort wijsheden wordt meestal geventileerd door verkeerswetenschappers, en daarna overgenomen door ‘het volk’.
Ten eerste zijn wij niet van plan om grof in te leveren op onze eigen persoonlijke veiligheid omdat de maatschappij tekort is geschoten in haar mobiliteitsstrategie. Een redelijke mate van veiligheid is ons geboorterecht!
Ten tweede is die zogenaamde wijsheid van deze dames en heren dat helemaal niet, ondanks hun wetenschappelijke status. In tegendeel, juist door hun wetenschappelijke status is ze het debiteren van dergelijke onzin extra kwalijk te nemen.

Wij nemen aan dat ze het prima berekend en in modellen beproefd zullen hebben. Waarschijnlijk niets op aan te merken. Maar vervolgens gooien ze alle wetenschappelijke normen aan de kant, door ons de situatie voor te schotelen dat alle automobilisten fatsoenlijk afstand zullen gaan houden! Terwijl uit allerlei ander wetenschappelijk onderzoek gebleken is wat iedereen dagelijks met eigen ogen op de weg kan constateren: al die campagnes om twee seconden afstand te houden werken bij wijze van spreken ‘voor geen meter’! Je moet wel een heel uitgelezen soort voorlichting en campagne voeren, wil je al pakweg één op de vijf autobestuurders zover zien te krijgen dat ze drie seconden afstand als norm gaan hanteren.

Dat betekent dan wél een belangrijke doorbreking van de onveiligheid op de weg (zie o.a. voordeel 2). En leveren die één op de vijf óók al te weinig ruimte op, op de Nederlandse wegen? Zeker is in ieder geval het positieve gevolg op filevorming: we staan veel minder vaak stil als gevolg van aanrijdingen, en ook doordat invoegen/weven iets gemakkelijker verloopt blijft de zaak wellicht net iets langer in beweging. Wellicht hoeven de verzekerings-premies dan ook minder hard te stijgen (hetgeen helaas wellicht tegen het financiële belang van de verzekeraars is).

Advies: neem niet klakkeloos aan wat een doctorandus of professor verkondigt: hij is ook maar een feilbaar mens, zelfs op zijn vakgebied! Denk liever zelf goed na!

Een verkeerspsycholoog (doctorandus) en een verkeersprofessor verkondigden zelfs, dat we moeten ophouden de twee seconden regel als norm na te streven, omdat (…) toch weinigen zich daaraan houden. Helemaal mee eens: als we ooit nog eens in een situatie van gekte belanden waarin het gros van de bevolking moordt en steelt, moeten we onze wetten ook maar aan de realiteit aanpassen en onze morele normen ook maar honderdtachtig graden omdraaien! Tsja . . ..

Afstand houden: een ware kunst
Ook al ben je op de hoogte van alle ins en outs van het afstand houden en ben je van plan dat in praktijk te brengen, dan nog wil dat niet zeggen dat je dat direct lukt.
Het is echt ook een vaardigheid, een kunst! Om je ideale afstand zoveel mogelijk vast te houden, moet je op een heel andere manier kijken en je aandacht richten dan je gewend bent, om je rechter voet op het gaspedaal op subtiele wijze aan te kunnen sturen. Dat gaat echt niet automatisch, niet vanzelf. Maar die know how en de oefening van die vaardigheid houden we in petto voor u alleen, onze klant.

Rijstijl: méér dan alleen afstand houden
Fatsoenlijk afstandhouden is één van de belangrijkste pijlers van een goede en defensieve rijstijl. Maar zoals u in de opsomming in het begin heeft gezien is er nog meer bepalend voor een meer of minder veilige rijstijl. Dat komt tijdens de trainingen of therapie zonodig aan de orde.
Maar om tenslotte een alom heersend misverstand de wereld uit te ruimen: een defensieve rijstijl is niet per definitie hetzelfde als een bezadigde, truttige rijstijl, of hoe je het ook noemen wilt. Daar komt u wel achter als u onze trainingen volgt.


Kijkstijl

Onder kijkstijl verstaan we hier eigenlijk veel méér dan dit gemakkelijk in het gehoor liggende woordje wellicht doet vermoeden. Wij van RijRelaxed hebben er een mooie naam voor verzonnen: visueel informatie management. Maar hier zullen we het voor de eenvoud verder kijkstijl noemen.

Wij verstaan eronder

  • In hoeverre u met uw aandacht bij de weg en het verkeer blijft.
  • Hoe u daartoe uw kijkactiviteit inricht: in de verte en dichtbij, vooruit en achteruit, en zijdelings verderweg of dichterbij.
  • En of u dit ‘continu-volgend’ doet of ‘scannend’.
  • Of u selectief, dat wil zeggen gericht zoekend kijkt, of zomaar ‘met een leeg hoofd op de automatische piloot’, en erop vertrouwt dat u met uw ervaring alles altijd op tijd zult opmerken.
  • Hoe u in concrete situaties kijkt, zoals bij nadering van een kruispunt of rotonde, bij nadering van een bocht, en hoe u die situaties dan ervaart en tot beslissingen komt.
  • In hoeverre u van spiegels gebruik maakt en de dode hoeken compenseert.
  • In hoeverre u zichtbenemende elementen opmerkt (mooie haag of geparkeerde bestelauto vlak voor kruispunt, enzovoort.). Wij noemen dat ook wel ‘visuele obstakels’, die ‘dode hoeken’ kunnen veroorzaken.
  • Of u kijkt en uw aandacht beperkt om uw eigen taken naar behoren te kunnen uitvoeren, of dat u dat ook doet om eventuele fouten van anderen veel eerder te kunnen ontdekken zodat u er wat minder abrupt en heftig op hoeft te reageren (dus mede om een optimale rijstijl mogelijk te maken!).

Want laten we wel wezen: als we allemaal – inclusief de fietsers en voetgangers om ons heen – even competente en oplettende verkeersdeelnemers zouden zijn, dan is de kans dat op enig moment één van de anderen in jouw omgeving een steek begint te laten vallen pakweg tienmaal zo groot dan de kans dat jou zelf dat gebeurt. Inclusief jezelf ben je in een gemiddeld drukke situatie immers al gauw met z’n tienen bij elkaar in de buurt.

Nou loopt lang niet elke steek die iemand begint te laten vallen uit op een ongeval. Maar andersom is – uitgezonderd bij technische mankementen of ander volstrekt onafwendbaar onheil – er geen ongeval mogelijk als niet minstens één partij ooit begonnen is een steek in zijn taakuitoefening te laten vallen. Pas als hij die niet of te laat opmerkt en zichzelf niet corrigeert, en u dat óók niet op tijd opmerkt, is aan de belangrijkste voorwaarden voldaan om het daadwerkelijk uit de hand te laten lopen: hoeveel rijervaring je ook mag hebben!

Als je onveilig wilt rijden, moet je jouw ‘visuele informatie management’ zoveel mogelijk beperken tot je eigen strikte takenpakket. Wil je het ‘honderdmaal’ veiliger doen, dan moet jouw kijk- en denkactiviteit wel het tienvoudige bestieren: óók hetgeen ‘het pakkie an’ is van je medeweggebruikers, inclusief de nog niet te overziene hoeken waar zij vandaan kunnen komen: terecht of onterecht, op de goede of op de verkeerde manier.

Hoewel het om een tragisch probleem gaat, hebben wij van RijRelaxed vaak de lachers op de hand als we het hebben over de kans op een dementerende bejaarde achter het stuur die de verkeerslichten niet ziet (laat staan wat voor kleur ze hebben) en links noch rechts kijkend u niet ziet aankomen. Of die crimineel, die net de supermarkt beroofd heeft van de dagopbrengst en zich met minstens tachtig kilometer per uur uw deur inboort. Tsja, dat overkomt natuurlijk alleen maar anderen. Wordt u nu alleen nog maar banger dan u al voor het autorijden was? ‘De kop in het zand steken’ maakt het er echt niet beter op, wel met ijzeren zelfdiscipline actief en goed kijken.

Bedenk dat de ander met wie je een aanrijding kunt krijgen niet zomaar opeens uit de lucht is komen vallen, of al honderd meter vóór je op het kruispunt jou staat op te wachten om tegen hem aan te rijden. Hij is evenals jij dat bent, onderweg naar dat punt! En van die mogelijkheid dien jij je bewust te zijn om met een terecht gevoel van zelfvertrouwen aan het verkeer te kunnen deelnemen.

Moeilijk is dat echt niet. Je kunt dit soort ongevallen altijd voorkomen: door alert te zijn, door ver vooruit gericht kijkend (met aandacht!!!) te checken of dit niet die sporadische maar niet onmogelijke keer is dat gezonde achterdocht u voor een ongeval behoedt.

Met een goede kijkstijl zoals RijRelaxed die voorstaat, gecombineerd met een goede rijstijl en de nodige vaardigheid, zult u gemakkelijk tot de vijf procent (!) beste en veiligste chauffeurs van Nederland behoren!

Wat die kijkstijl precies verder inhoudt, wat die aan uw gevoel van onveiligheid en mogelijk tekortschieten kan doen, of wat u eraan kunt hebben als onderdeel van de strategie om uw fobie achter het stuur te overwinnen, doen wij u hier niet uit de doeken.

Afhankelijk van de aard van uw rijprobleem kunnen zaken aan de orde komen als:

  • Koerskijktechniek in het algemeen en bij bochten, de gevolgen daarvan op veiligheid en op een goed of een slecht gevoel van controle over de auto.
  • Ruimtelijke visueel ankeren, bij fobische rijangst cruciaal, maar ook bij primaire rijangst handig om te weten.
  • Uw ogen als belangrijkste dwingende kracht om controle te houden, en uw handen als ‘meer of minder willig’ eindpunt van dat proces. Enzovoort.

Tenslotte over kijkstijl nog dit, speciaal voor degene die met primaire (niet fobische, maar ‘gewone’) rijangst kampt. Misschien komt dit verhaal over kijkstijl u over als bijna onmogelijk veel te moeten kijken en te moeten zien, te moeilijk en teveel voor u. Maar dat is schijn.

Eigenlijk is het principe heel eenvoudig als je rijdt: je hoeft feitelijk niets anders te beoordelen dan of je je snelheid en/of je rijlijn wel kunt aanhouden in de situatie een stuk verderop. Méér valt er niet te veranderen aan het rijden: dezelfde snelheid of langzamer en soms harder, en je rijlijn is oké of je moet hem min of meer naar links of naar rechts verleggen (bijvoorbeeld om een fietser of geparkeerde auto heen, om in te voegen, enzovoort.).

Je ‘projecteert’ het gevoel van je huidige snelheid en je rijlijn als het ware met je ogen op de situatie verderop, en besluit dan of je alles kunt houden zoals dat is, of beter van niet.

Natuurlijk moet je ook op de hoogte zijn van de regels die er kunnen gelden. En weten hoe je het beste een grote rotonde kunt rijden, of hoe je invoegt als het druk is en er weinig ruimte is. Maar ook daarbij krijgt u bij RijRelaxed exact en eenvoudig voorgeschoteld hoe dat gaat en hoe u uw kijkstijl daarbij het beste kunt inrichten, om altijd veilig en vol zelfvertrouwen aan het verkeer te kunnen deelnemen. Wij brengen voor u alles tot duidelijke een eenvoudige inzichten en vaardigheden terug!

Bovendien schakelen wij voorlopig voor u, als u geen recente rijervaring meer heeft, zodat u zonder onderbreking uw aandacht kunt richten op het aanleren van onze speciale kijkstijl. U zult dan al gauw gaan ervaren dat u ‘de ogen van uw instructeur’ niet meer als reserve nodig hebt!

Veiligheidsvangnetten bij het invoegen, bij uitvoegen, en bij dergelijke strookwisselingen

Veiligheidsvangnetten zijn maatregelen in je gedrag, die maken dat een fout of ‘black out’ van jezelf of van een ander niet automatisch tot een aanrijding leidt. Die gedragsmaatregelen kunnen in het vlak liggen van je rijstijl en van je kijkstijl. Bij het invoegen en dergelijke kan je zelfs méér dan één vangnet aanbrengen. Of ze allemaal achterwege laten. Dat werkt als volgt.

Stel u wilt een strook naar links lopen om een vrachtwagen in te halen, terwijl er op die strook net een auto met hogere snelheid nadert en dadelijk links naast u zal zitten. Zoals het hoort beoordeelt u via uw binnenspiegel, buitenspiegel en de check in de dode hoek, of u naar links kunt gaan lopen.

Vangnet 1. Ook al zou het u ondanks een goede kijktechniek deze ‘sporadische’ keer overkomen dat de manoeuvre van die auto niet tot u doordringt, dan nog bestaat de kans dat uw kijkactiviteit die bestuurder opvalt, waardoor hij alert wordt op het vervolg.
Zoals het behoort geeft u nu éérst richting naar links aan, ondanks het feit dat u dacht dat er niemand was! En u stuurt niet tegelijkertijd naar links, maar pas daarna!

Vangnet 2. Ook al zou uw kijkactiviteit die inhalende bestuurder niet zijn opgevallen (hetgeen zeker geldt als u de fout maakte überhaupt niet goed te kijken omdat u wel dacht te weten dat er niemand aankomt), dan nog valt hem die plotseling op een ongelukkig moment aan gezette richtingaanwijzer wellicht op en wordt hij alert op het mogelijke vervolg.
Zoals het hoort stuurt u uw auto niet snel en scherp hopsakee naar de linker strook, maar u ‘verlegt uw rijlijn’ in ‘een lange wig’ naar links.

Vangnet 3. Al zou de inhalende bestuurder, die nu bijna naast u zit, uw richtingaanwijzer óók al niet tot alertheid hebben aangezet (of dat u zowel niet gekeken heeft als uw richtingaanwijzer niet heeft gebruikt, of daarbij al direct begon te sturen), dan nog krijgt hij nog korte tijd om te reageren: bijvoorbeeld door u met zijn claxon te waarschuwen, en/of door zelf binnen zijn eigen strook nog wat meer links te gaan rijden en zijn gas eventjes in te houden of de rem te pakken.
Maar nee, zéker als u van uw eigen rijcapaciteiten bent, stuurt u scherp naar links en zet u hem (en daarmee uzelf!) in één klap voor een voldongen feit: een aanrijding, al te vaak maar met ernstige gevolgen!
Kortom: als u alle standaardprocedures gemakshalve overboord gooit, is het toch een beetje ‘Russische roulette’ spelen: voor uzelf, en ongevraagd voor die ander!

Veiligheidsvangnet bij nadering van een file
Vaak zien we zeer ernstige gevolgen, als een voertuig en met name een vrachtauto van achteren inrijdt op een langzaam rijdende of stilstaande file. De file kan zich op de hoofdbaan bevinden, maar wellicht nog verraderlijker is een file stilstaande auto’s op een afrit.
Als je zelf een file nadert die je ruim tevoren opmerkt, dankzij je bij Inzichtelijke Praktijkinstructie horende anticiperende koerskijkactiviteit en minstens drie seconden volgafstand, span je als volgt een veiligheidsvangnet achter je.

  1. Je hebt zelf één of meer directe achterliggers. Je zet de waarschuwingslichten aan. Je wacht niet totdat je eventuele voorligger begint te remmen, maar start zeer ruim tevoren met het gedoseerd opbouwen van je remdruk, ondertussen je achterliggers in de gaten houdend. Pas als je een aantal voertuigen achter je verzameld hebt die een voldoende fysieke buffer vormen, sluit je achter de file aan.
  2. Er rijdt voorlopig niemand achter je. Je zet de waarschuwingslichten aan, en stopt ongeveer tweehonderd meter achter de file. Je houdt de weg achter je goed in de gaten.
    Als er een achterligger nadert kan je langzamerhand weer een beetje optrekken, maar nog niet aansluiten achter de file. Zonodig stop je nu met je achterligger opnieuw op enige afstand van de file. Pas als je een vertrouwenwekkende buffer hebt opgebouwd sta je jezelf en je achterliggers toe om achter de file aan te sluiten.

Veiligheidsvangnetten bij kruispunten
Op kruispunten waar je wellicht iemand voorrang zal moeten verlenen, vormen een naderingssnelheid (rijstijl) en kijktechniek (kijkstijl) alsof dat ook daadwerkelijk het geval zal zijn, het eerste veiligheidsvangnet.
Op kruispunten met groen verkeerslicht of waar je anderszins voorrang moet krijgen, wordt je veiligheidsvangnet opgehangen door altijd en tijdig voldoende te checken of er dadelijk niemand door rood komt rijden, of jou op de voorrangsweg toevallig niet lijkt op te merken.
Door hiervan een bewuste standaardprocedure te maken, is de kans groot dat je een ooit dreigende ernstige aanrijding nog voorkomen kunt, of de gevolgen kunt minimaliseren.
Deze standaardprocedure functioneert niet alleen als vangnet onder andermans fouten, het betekent ook een vangnet onder je eigen mogelijke fout: dat je ooit eens een rood verkeerslicht over het hoofd ziet, en dan het kruisende verkeer niet opvalt dat het kruispunt met volle snelheid nadert.

Veiligheidsvangnet bij het maken van een bocht
Met dit veiligheidsvangnet dat u spannen kunt onder uw eigen mogelijke fouten of die van een andere verkeersdeelnemer in uw omgeving, willen we het hierbij laten.
Wij zien er wekelijks meerdere voorbeelden van, hoe het ontbreken van dit speciale vangnet tot bijna-schade of bijna-aanrijding met ernstige gevolgen leidt.
Dit vangnet houdt de aandacht en de rijtechniek in, dat je vanaf het ingaan van de bocht tot en met het eruit komen je auto goed bij je ‘oriëntatielijn’ houdt: aan de binnenkant (korte kant) van je bocht. Bij een bocht naar rechts is dat bijvoorbeeld de goot, een kantstreep, de stoeprand. Bij een bocht naar links is dat bijvoorbeeld de as van de weg, een witte streep links naast je, enzovoort. Als er geen streep of iets dergelijks is, trek je een denkbeeldige oriëntatielijn.

Vooral bij het de bocht uitkomen zien we het regelmatig bijna fout lopen: dat doet men dan te wijd. Bijvoorbeeld nog nauwelijks bewust van het feit dat ernáást een busstrook begint, en niet wetend dat daar tegelijkertijd vanaf een andere richting komend een bus met behoorlijke snelheid op kan toe komen rijden, pal naast je! Hoef je ook niet te weten, als je dat vangnet van die oriëntatielijn maar spant: altijd, zeker waar je onbekend bent!

2006 © Jan voerman

Voor contact en / of informatie: www.femrijopleiding.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *