Rijden Gelijkwaardige en Voorrangskruispunten

 Rijden en handelen bij kruispunten

Een kruispunt is een kruising of splitsing van wegen. Dit kun je zien als een kruispunt in de vorm van: een + , een T-splitsing , of een Y -splitsing. Er zijn kruispunten van gelijke orde (ook wel gelijkwaardige kruispunten genoemd), waarbij je bestuurders van rechts voorrang moet verlenen, én je hebt kruispunten waar je het handelen moet aanpassen zoals dat door de geplaatste verkeerstekens van je verlangd wordt (denk aan voorrangs-kruispunten, verkeerslichten, verplichte rijrichting enz.) Als je een kruispunt op grote afstand herkend, ben je in staat in grote lijnen alvast een voorspelling te maken van het gedrag dat mogelijk van je verlangd gaat worden. Rijdend op een voorrangsweg houd je over het algemeen je snelheid aan, terwijl je een kruispunt van gelijke orde met minder snelheid nadert. Je rijgedrag bij naderen van kruispunten stem je uiteraard ook altijd af op de weersomstandigheden en de drukte op en om het kruispunt dat je nadert en wilt overrijden of waar je wilt afslaan.

* Een aantal verkeersborden die zoal vóór, op en over een kruispunt geplaatst kunnen zijn.
* Kijk voor een volledig overzicht bij:  de verkeersborden in Nederland

Handelen – Rijden van kruispunten van gelijke orde
  1. Op afstand moet je het (type) kruispunt herkennen. Door tijdig herkennen van het kruispunt en signaleren van verkeerstekens en de (mogelijke) drukte op het  kruispunt dat je nadert, kun je hier bij je rijgedrag alvast rekening mee houden.
  2. Beoordeel hoe het zicht op het kruispunt is en maak vast een inschatting van de drukte; ook op of bij eventuele VOP’s (voetgangeroversteekplaatsen) fietsstroken, aanliggende fietspaden enz.
  3. Kijk bij aan komen rijden in (vooral) je binnenspiegel, zodat je op de hoogte bent van het verkeer achter je. Kijk  ook in de buitenspiegel(s), zodat je weet of er zich verkeer naast de auto bevindt.
  4. Pas je snelheid aan, aan het zicht en de ruimte die je hebt, én aan de drukte en het soort verkeer dat je op het kruispunt waarneemt. Je snelheid pas je altijd zodanig aan, dat je veilig kunt voldoen aan de voorrangsverplichtingen.
  5. Stop als je voorrang moet verlenen. Houd met de plaats van stoppen eventueel rekening met de sleeplijn van afslaande vrachtauto’s, autobussen, auto met aanhanger enz., zodat je deze bestuurders niet hindert bij het afslaan. Kijk vóórdat je stopt in de binnenspiegel met oog op achteropkomend verkeer en pas je remgedrag eventueel aan.
  6. Kijk bij het kruispunt op korte afstand links (het eerste conflict), over en rechts van het kruispunt. Herhaal dit kijkgedrag bij oprijden van het kruispunt.
  7. Verleen voorrang (bestuurders), of laat voor gaan (voetgangers) als je voorrang moet verlenen, maar….let ook op of je zelf wel voorrang krijgt, als men jou voorrang moet verlenen. Voorrang moet je krijgen, niet afdwingen!
  8. Kijk vóór oprijden van het kruispunt, of je wel rechtdoor kunt of mag rijden. Let goed op verkeersborden over het kruispunt die een gebod of verbod aangeven.
  9. Als het kruispunt aan beide zijden én over het kruispunt vrij is, overrijd je het kruispunt vlot en soepel, zonder te twijfelen. Als er géén mogelijkheid is de auto tussen de kruisende verkeersstromen op te stellen (middenberm), wacht je met oprijden van het kruispunt, tot je het kruispunt in één keer kunt oversteken. Het kruispunt, of VOP mag je bij het overrijden niet blokkeren.
  10. Voer een nacontrole uit in de binnenspiegel en de linkerbuitenspiegel zodra je het kruispunt overreden bent. Je bevindt je weer in een nieuwe verkeerssituatie, waarvan je direct weer op de hoogte moet zijn.
Handelen – Rijden van Voorrangskruispunten
  1. Je kijkgedrag en het handelen is gelijk aan wat hierboven beschreven is, maar…
  2. Kies eventueel tijdig de rijstrook voor rechtdoor als dit nodig mocht zijn.
  3. Als je zelf op een voorrangsweg rijdt, houdt je in principe bij het naderen en overrijden van de kruispunten je snelheid aan; dit geldt ook voor het overrijden van voorrangskruispunten . Blijf bij aan komen rijden en overrijden  van het kruispunt wel goed op het gedrag van (vooral) bestuurders van rechts en links letten. Mogelijk hebben ze je niet gezien, of verlenen geen voorrang.
  4. Nader je een voorrangskruispunt waar bord B6  is geplaatst, dan zijn er veelal ook haaientanden op het wegdek aangebracht. Bord B6 betekent: verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg ! Let op: zijn er alleen haaientanden op het wegdek aangebracht zonder bord B6, dan moet je toch handelen alsof bord B6 er staat.
  5. Is bord B6 geplaatst (of haaientanden), dan nader je het kruispunt in principe, rustig in de tweede versnelling. Kijk goed rondom de auto en let ook op VOP’s en fietspaden, fietssuggestiestroken enz.
  6. Bij nadering van bord B7  kom je met gepaste snelheid aanrijden / laat de auto uitrollen en stopt de auto vóór de stopstreep. Zet de auto ook werkelijk stil en tel -al lettend op het verkeer op de kruisende weg- twee seconden om er géén twijfel over te laten bestaan dat je ook werkelijk stil staat met de auto. Indien wenselijk stop je de auto eerder, zodat je de weg vrijhoudt voor bestuurders op de kruisende weg. Kijk goed in de autospiegels bij aan komen rijden en stoppen, met oog op het achteropkomend verkeer.

Kijk ook bij: Rechts en Links Afslaan

Doe de test:  Voorrang verlenen of Voor laten gaan

10 gedachten over “Rijden Gelijkwaardige en Voorrangskruispunten”

  1. Beste Sjaak,

    Bij kruispunten die op korte afstand van elkaar liggen, is het best die naderen op zo gelijkmatig mogelijke snelheid op 2de versnelling of op wisselende snelheden tussen 3de en 2de versnelingen?

    Mvg,
    Suzanne

    1. Beste Suzanne,

      De keuze van de versnelling waar je in rijdt zal afhankelijk zijn van de drukte met het overige verkeer, de afstand tussen de kruispunten, het kruispunt zelf en de conditie van de weg. Er is dus niet één antwoord op te geven.
      Volgens het nieuwe rijden zal je zo snel mogelijk moeten opschakelen, maar dit moet wel logisch zijn en een vloeiend rijgedrag geven.
      In de derde versnelling kan een optie zijn als er voldoende ruimte en afstand is. Je kan dan -ver vooruit kijkend- bij naderen van het kruispunt snelheid minderen en terugschakelen naar z’n twee. Dit kan dan mogelijk zonder te hoeven remmen of slechts weinig te remmen als je ziet direct door te kunnen rijden.

      Mvg – Sjaak

  2. beste,bij ons in de wijk zijn alle straten doodlopend. zo ook bij mij in de straat. wij wonen achter in de wijk en het einde van de straat kun je naar rechts een doodlopend straatje in waar parkeervakken zijn of rechtdoor als fietser waar een fietspad loopt zonder trottoirband ( met bord G13) mijn vraag is of dit een gelijkwaardige kruising is en alle verkeer van rechts inclusief fietsers en autoverkeer van rechts voorang geniet. recent heeft hier een aanrijding plaatsgevonden met mijn auto waarbij ik van rechts kwam en op het kruissingsvlak werd aangereden door een auto die linksaf wilde slaan, echter de meningen zijn verdeeld over het al dan niet als autobestuurder hebben van voorrang of niet als je uit deze doodlopende straat komt. Wij zijn van mening dat dit wel degelijk zo is, een fietser die van het fietspad komt geniet ook voorrang op de auto die rechtsafwil slaan de doodlopende straat in. ik hoor graag uw mening.
    https://www.google.nl/maps/@52.1273684,5.1856231,3a,75y,343.35h,76.78t/data=!3m6!1e1!3m4!1sGAF1g-i1kUGL_aIBVCMXqg!2e0!7i13312!8i6656!6m1!1e1

    1. Beste Annette,

      Artikel 15 van het RVV geeft hier duidelijkheid over, nl:

      1. Op kruispunten verlenen bestuurders voorrang aan voor hen van rechts komende bestuurders.
      (dus niet: tenzij er sprake is van een doodlopende weg o.i.d.)
      (overigens gelden op parkeerplaatsen -zo dit zou gelden- ook de “normale” voorrangsregels)
      2. Op deze regel gelden de volgende uitzonderingen:
      a. bestuurders op een onverharde weg verlenen voorrang aan bestuurders op een verharde weg;
      b. bestuurders verlenen voorrang aan bestuurders van een tram.

      Mvg – Sjaak

  3. vraagje over definitie uitrit bij ons in de wijk zijn er kruispunten zonder borden e.d. waarbij de stoep vanaf rechts doorloopt maar ok de weg die je van rechts in wil rijden. Mijns inziens gelijkwaardige kruising en rechts heeft voorrang. heb ik gelijk?
    en hoe zit dat bij een kruising waar de stoep alleen doorloopt met de weg die ik in wil slaan?

  4. Hallo Sjaak,

    Kan ik by t naderen van een kruispunt/rotonde al zeg mr halverwege de weg (wat de afstand tot de kruispunt/rotonde) is het beste beginnen te remmen en schakelen nr zn 2 en daarna de andere helft van de ‘strook’ gebruiken voor t misschien byremmen of doorryden? Wat ik nu doe ik zeg mr halverwege afremmen en tegen het einde schakelen. ik dacht goed bezig te zyn maar dan zegt de examinator dat ik de kruispunt niet herkend heb of dat ik de handelingen te dicht op elkaar doe. Is da wat hy bedoelt? Dat ik misschien de 1e manier die ik opnoemde beter kan doen? Hoe doet u het want ik denk het niet meer zo goed te weten. Myn ry-instructeur heeft anders nooit die opmerking gemaakt *zucht* 🙁 help!

    Alvast bedankt

    1. Beste Mani,

      Simpel gezegd nader je een kruispunt of rotonde met gepaste snelheid in de juiste versnelling. Dit is het uitgangspunt!
      Verder hangt het uiteraard van de -steeds wisselende- verkeerssituaties af hoe je dit precies invult.
      Je moet (uiteindelijk) een kruispunt op grote afstand al signaleren en kunnen/leren herkennen. Afhankelijk van de situatie en het overig verkeer om je heen, kan je op enige afstand al gas minderen.
      Terug schakelen naar de tweede versnelling -al dan niet met bijremmen, wat afhankelijk is van de snelheid die je dan nog hebt- doe je rustig en voldoende op tijd, zodat je op plusminus 10 meter voor begin van het kruispunt of rotonde klaar bent met de handelingen in de auto en je aandacht volledig op het verkeer kunt richten.
      De beslissing om eventueel vloeiend door te kunnen rijden, terwijl je de auto laat doorollen neem je als de situatie dit toelaat in de fase vanaf eventueel bijremmen, terugschakelen en de afstand tot het kruispunt.

      Mvg – Sjaak

  5. Beste Sjaak,

    Ik heb bij toeval je site ontdekt en er staat een hoop zinnige zaken op, zoals ook dit artikel. hulde!

    Echter, er is iets wat ik niet duidelijk zie/snap: Voetgangers krijgen voorang als ze rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg zijn, ook als er geen zebrapad is, maar in andere voorbeelden zie je weer dat een voetganger alleen op een zebrapad voorrang krijgt, zonder sprake van rechtdoorgaand verkeer, alhoewel bijvoorbeeld de voetganger wel rechtdoor wilt/gaat. Hoe zit het?!

    1. Beste Rubin,

      Allereerst bedankt voor het compliment!
      Wat je vraag betreft:
      Er zijn een aantal standaard regels, die gelden zolang een verkeersbord/verkeersteken/verkeersregelaar niet anders aangeven.
      Op een VOP (zebrapad) moet je de voetganger die kennelijki wilt oversteken voor laten gaan. Hierop geldt bij een VOP géén uitzondering. (voorrangsvoertuigen die optische- en geluidssignalen voeren uitgezonderd)
      Dan….recht doorgaand verkeer op dezelfde weg gaat voor afslaand verkeer. Door het woord “verkeer” betreft het hier ook voetgangers en NIET alleen maar bestuurders zoals in andere situaties.
      Dus….als jij als bestuurder wilt afslaan met een voertuig en de voetganger gaat rechtdoor, dan moet je de voetganger voor laten gaan. Dit geldt altijd!
      Ezelsbruggetje: als je de voetganger op de rug of in het gezicht kijkt, én jij slaat af, dan moet je de voetganger vóór laten gaan.
      Voorrang is alleen geregeld tussen bestuurders onderling (dit is vaak de verwarring), alhoewel ook voor bestuurders geldt “rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg gaat vóór afslaand verkeer.
      Hoop dat het duidelijk is.

      Mvg – Sjaak

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.