Remmen en remtechniek in de (Les)Auto

Remmen of stoppen met de lesauto

Bij het maken van een verkeersstop kun je een onderscheid maken tussen vrijwillig stoppen en onvrijwillig stoppen. Bij vrijwillig stoppen moet je denken aan in- en uit laten stappen van passagiers, ask snel afgeven van een pakketje enz. Bij onvrijwillig stoppen is dit noodzakelijk omdat een situatie in het verkeer dit van je verlangt. Alhoewel je in beide gevallen goed en juist moet kijken en veilig moet handelen alvorens te stoppen, vind je onderstaand de wijze van handelen bij een stop uit noodzaak in het verkeer.

Handelen bij Remmen – Remtechniek bij een Verkeersstop

Uit Noodzaak

  1. Als de verkeersregels, verkeersveiligheid of de verkeerssituatie van je verlangen dat je stopt, praat je over stoppen uit noodzaak.
  2. Hierbij moet je bijvoorbeeld denken aan stoppen voor een VOP (voetgangersoversteekplaats), een verkeerslicht, om voorrang te verlenen, vóór een stopstreep bij verkeersbord B7  , om blinden en slechtzienden vóór te laten gaan, bij het inrijden van een inrit en uitrijden  van een uitrit enz.
  3. Kijk vóór je gaat stoppen voor de auto en in de binnenspiegel, zodat je op de hoogte bent van de verkeerssituatie rondom /  achter de auto. Word je kort gevolgd door een ander voertuig, dan kun je het gedrag hier op afstemmen.
  4. Verminder je snelheid door met de rechtervoet gas te minderen, en….
  5. Tik het rempedaal kort aan. Door oplichten van je remlichten maak je anderen weggebruikers kenbaar dat je wilt gaan stoppen.
  6. Kijk nogmaals in de binnenspiegel om te zien of de andere weggebruikers je remsignaal hebben opgemerkt en hier goed op reageren.
  7. Door bewust naar de bestuurder van het achteropkomende voertuig te kijken, kun je ook de nodige informatie opdoen (let deze wel of niet goed op). Daarnaast kan een achteropkomende bestuurder mogelijk minder ver vooruit zien, omdat jouw voertuig  hem of haar het zicht op de weg (deels) ontneemt.
  8. Doorremmen: als het veilig kan, voer je de remdruk geleidelijk op, totdat je tijdig en vloeiend tot stilstand komt.
  9. Het koppelingspedaal trap je -kort voordat de auto tot stilstand komt- vlot en vloeiend, geheel in met met de linkervoet. Hiermee voorkom je dat de motor afslaat.
  10. Net vóór het tot stilstand komen van de auto, verminder je de remdruk licht, maar blijft natuurlijk wel remmen. De auto komt dan vloeiend en zonder schokken tot stilstand. Rustig en gelijkmatig remmen is comfortabel voor jezelf en voor eventuele medepassagiers.
  11. Bij een noodstop in het verkeer gaat het uiteraard vooral om het voorkomen van problemen voor jezelf en voor anderen en zal je veelal af moeten wijken van hetgeen hier beschreven is. Wel is het zo dat het aanhouden van voldoende volgafstand, én regelmatig kijken in de spiegels met oog op het achteropkomende verkeer, je meer ruimte van handelen geven als dit nodig mocht zijn.

Onthoud artikel 19 van het RVV:
De bestuurder moet in staat zijn zijn voertuig (veilig) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.