Inzichtelijke Praktijkinstructie Deel 5

Autorijles – Een geheel andere aanpak

Hoe het visueel informatie management met betrekking tot dwarsverbanden en dus kruisend verkeer in de routescan kan worden meegenomen, wordt in deze aflevering nader toegelicht.
Het kernonderwerp ‘Verkeersregels, Communicatie en Coöperatie in het verkeer’ dat in aflevering 2 als zodanig gedefinieerd is komt ook in deze aflevering aan de orde. Het kernonderwerp ‘Rijstijl’ is in aflevering 6 aan de beurt.

Coulissen
Eén van de metaforen die ik standaard gebruik bij het uitbreiden van de routescan met aandacht en gerichte scans met betrekking tot dwarsverbanden, is de suggestie dat deze straat het ‘toneel’ is waarop jij je nu beweegt, en de zijstraten, kruisende straten en paden als het ware de coulissen. Net als bij de coulissen van het echte toneel die je zelfs van achterin de zaal kunt zien, kan je die dwarsverbanden van de weg al van verre herkennen aan gaten in bebouwing en/of groenvoorziening, en ook aan gevels en dergelijke in de zijstraat waar je naar rechts of links kijkend tegenaan kijkt.
En tsja, geloof het of niet, maar coulissen zijn er om mede-acteurs de gelegenheid te geven het toneel op te komen of over te steken, dus moet je de eventuele opkomst van mede-acteurs ook verwachten. Jij speelt jouw rol hier op dit toneel, dan is het handig jezelf bij je routescans al af te vragen waar de eerstvolgende coulissen zijn.

Vervolgens wil jij als acteur natuurlijk wél op tijd weten hoe het script van dit stuk in elkaar zit: gaat die eventueel uit de coulissen opkomende mede-acteur dan éérst, of moet hij mij voorrang verlenen? Dus zodra je tijdens een routescan het eerstvolgende dwarsverband hebt ontdekt, zoek je bij de daaropvolgende scan bewust naar verkeerslichten of borden die over de voorrang gaan: dat is de vraag in jouw hoofd, bij die volgende scan.
Weet je zeker gezien te hebben dat er niets van dien aard is, dan vraag je jezelf bij de volgende scan af of er voor de ander of misschien voor jezelf sprake is van een uitritconstructie.
Zo niet, dan weet je eindelijk dat het om een gelijkwaardig kruispunt gaat, waarbij het script is: alléén rechts bepaalt in principe of ik kan dóórgaan. Natuurlijk verdeel ik mijn scans ook naar links om te kunnen oppikken of daar misschien een mede-acteur vandaan komt, die zijn script wellicht even niet kent, mij over het hoofd ziet, of het script gewoon aan zijn laars lapt. Een botsing op het toneel is sensatie voor het publiek hoor, maar ik neem aan dat je dit toch maar liever zachtzinniger wilt opvangen.
Je kunt jouw rol hier op het toneel het beste spelen door tegelijk óók zoveel mogelijk de regie te willen voeren over de situatie en je medeweggebruikers (“De regisseur/souffleur is vandaag ziek, dus moet jij proberen mede-acteurs aan te sturen door duidelijk gedrag van jezelf, en als dat geen effect sorteert door zonodig te improviseren”.).

Zoals steeds bij Inzichtelijke Praktijkinstructie het geval is leren we ook hier selectief te kijken, niet ‘met een leeg hoofd’, maar met concrete vragen waarnaar we in die korte scans op zoek gaan. U vindt dat ook weer terug in bovenstaande metafoor, die veel klanten erg aanspreekt.

Ridder, krijgsheer, hertog, barones, . . .
Andere ‘spellen’ die afhankelijk van de persoon in kwestie ook erg blijken aan te spreken is het in de rol kruipen van één van de hierboven genoemde figuren, die zich incognito door eigen gebied of door ‘te veroveren gebied’ rijdt. Dit soort mensen kijkt dan niet benepen een beetje naar beneden en dichtbij, maar laat zijn of haar ogen levendig scannen ‘tot zover hun rijk reikt’. En bedenkt daarbij als het ware: “Kijk, dat is allemaal van mij”. “Dáár regeer ik over (heb ik potentieel de regie), over dat land en alles dat zich daarin verplaatst. Al die onderdanen, al die anderen die te gast zijn in mijn rijk (hertogdom, baronie, . . .)”.

Je begint jezelf te manifesteren als een barones, en naarmate je kijkstijl en gebied waar we rijden zich uitbreidt promoveer je tot hertogin en groothertogin. Uiteindelijk zal jij met recht Queen of the Road zijn, waar ook ter wereld. Alles wat mijn ogen aanraken gaat tot mijn rijk behoren. Alles wat mijn ogen niet aanraken heeft potentieel de regie over mij (regeert over mij, heeft de macht over mij, bepaalt hoe het met mij zal gaan), alles wat mijn ogen wél aanraken valt onder mijn regie. En echt: ik vertrouw mijn onderdanen en die andere gasten niet blindelings, ik lever mezelf niet aan hun goede of slechte gedrag over! Kortom, als je kijkt als een vorst, regeer je als een vorst. Voor de beter opgeleiden onder de leerlingen: “Veni, vidi vici” van Julius Caesar, ofwel:

“Ik kom, ik kijk en ik overwin”. Dat ‘komen’ doe je al door te rijden, maar zonder te kijken is de macht aan anderen en zul je niet overwinnen, integendeel. Caesar zou zonder dat ‘vidi’ ook nooit gewonnen hebben!

Alle macht begint bij informatie, voldoende informatie, bij de kwaliteit waarmee je het vergaart en verwerkt. Hoe vaardig je ook met de auto zelf bent, het levert jou en/of een ander uiteindelijk ellende op als je die informatie op de tweede plaats zet. Maar tsja, sommige (?) mensen blijven liever Oost-Indisch doof. Geen onbekend verschijnsel, niet alleen bij leerlingen trouwens . . ..

Communicatie
Communicatie heb ik samen met verkeersregels en coöperatief gedrag al eerder samengevat als één van de kernonderwerpen in de rijopleiding conform Inzichtelijke Praktijkinstructie. Communicatie is niet een onderwerp dat ergens in het leerplan als een apart onderwerp voorkomt, maar is evenals koerskijktechniek en routescan een fundament dat door de hele praktijkopleiding heen loopt. Steeds maak ik mijn klanten bewust van het beeld dat hun eigen gedrag zal oproepen bij een ander, steeds probeer ik hen er bewust van te maken dat zij zelf onderdeel uitmaken van het verkeersbeeld van die ander.

En des te eerder die ander duidelijk is wat jouw plannen, jouw wensen en problemen daarbij zijn, des te meer en beter die anderen daarop kunnen gaan inspelen, vaak óók in hun eigen belang. Dus des te gemakkelijker en veiliger het voor jou wordt. Je hebt er dus alle belang bij allerhande gedrag – zoals het trouw gebruiken van je richtingaanwijzer – niet maar alleen te zien als een eis van een rij-instructeur en een examinator ‘met beroepsdeformatie’.

In het kader van deze serie wil ik mij hiertoe beperken. Enkele concrete voorbeelden komt u echter nog tegen in de volgende aflevering.

Kerntaak bediening van het voertuig
Dat ik deze kerntaak pas hier weer ter sprake breng, wil niet zeggen dat dit bij Inzichtelijke Praktijkinstructie als een ondergeschoven kindje wordt behandeld. Ik merkte het niet voor niets aan als kerntaak, één van de vier.
Integendeel, Inzichtelijke Praktijkinstructie onderkent nog méér dan bij de meeste andere opleidingsvarianten gebeurt – inclusief de RIS – hoe ernstig verstorend aandacht voor de bediening van het voertuig kan uitwerken op de kwaliteit van het visueel informatie management, juist in de opleidingsfase dat Inzichtelijke Praktijkinstructie alle aandacht voor de buitenwereld vraagt.

Een gat van pakweg vier seconden in het visueel informatie management tengevolge van een schakelactie heeft een gigantische negatieve impact, in het bijzonder voor een onervaren bestuurder. Behalve door het feit dat dit een te groot interval is voor het korte termijn geheugen waaruit de waarneming van het vorige beeld dan al grotendeels verdwenen is, is de ontwikkeling in het verkeersbeeld na die vier seconden al weer zóver gevorderd en dus afwijkend van het vorige beeld, dat er überhaupt nog moeilijk aansluiting bij kan worden gevonden.

De leerling raakt daardoor zowel ruimtelijk als in de beoordeling van het verkeersbeeld ‘eventjes’ gedesoriënteerd, op het moment dat de buitenwereld na dat hiaat van vier seconden weer tot hem begint door te dringen. De aansluiting met wat hij eerder zag en de verwerking daarvan is gebrekkig of ontbreekt, de continuïteit is zoek!

Inzichtelijke Praktijkinstructie hecht eraan dat de leerling een zodanig goed niveau van bediening bereikt, dat hij daarmee zijn wil aan de auto kan opleggen zonder dat dit leidt tot noemenswaardige verstoring van zijn aandacht voor de buitenwereld. Dat betekent dat het kwaliteitsniveau dat Inzichtelijke Praktijkinstructie nastreeft gemiddeld hoger ligt dan in de reguliere rijopleiding vaak het geval is!

Om die aandachtverstoring tijdens de strak gestructureerde opbouw van het visueel informatie management bij Inzichtelijke Praktijkinstructie te elimineren, neemt de rij-instructeur het meest complexe onderdeel van de bediening, het schakelen, vrij langdurig voor zijn rekening. Zodat al vanaf de kennismaking met stuur, gas en rem met volle overgave de opbouw van het visueel informatie management ter hand kan worden genomen. Juist doordat die wrede aandachtverstoring achterwege blijft voelt het ook voor de leerling veel prettiger aan, gaat hij beseffen dat autorijden voorál een kwestie van visueel informatie management is, en is er sprake van véél snellere progressie. Dit feit plus het inzicht en de daarop gerichte trainingen conform Inzichtelijke Praktijkinstructie vormen een belangrijk gedeelte van het geheim waarom klanten zo enthousiast achter mijn aanpak staan.

Wat ik bij alle onderwijskunde in de rijopleidingsbranche met grote verbazing zie, is dat er gezondigd wordt tegen de eigen belangrijkste onderwijskundige mantra, in mijn eigen woorden: bouw stapsgewijs op met stappen die de leerling optimaal behappen kan. Dat wil onder andere zeggen dat je geen zaken combineert die in het leerproces een duidelijk onderling verstorende invloed hebben.

Beste doctorandussen en andere onderwijskundigen: U weet waarschijnlijk wel dat de techniek van het schakelen aanzienlijk complexer is dan de techniek van het sturen, gasgeven en remmen. Die laatste technieken raken véél eerder geautomatiseerd dan dat schakelen. Wat zou u ervan vinden, als de juf op de basisschool de leerlingen tegelijkertijd twee nieuwe complexe onderwerpen zou laten oefenen? Bijvoorbeeld zinsontleding voor het eerst, en breuken voor het eerst.
Juf geeft opdracht: vijf seconden breuken start, twee seconden zinsontleding, breuken nu vier seconden, zinsontleding nu vier seconden, breuken nu . . ..

Wat jongeren willen
“Jongeren willen graag doen. Vooral jongens willen graag doen, en zich daarna eventueel verdiepen in de achtergronden ervan.” Deze en soortgelijke constateringen van psychologen, gedragsdeskundigen, marketingdeskundigen etcetera zijn langzamerhand gemeengoed. De markt speelt hier steeds meer op in. Er is ook een grote behoefte aan leukheid. Nu zal ik de laatste zijn om te beweren dat het onbelangrijk is aan te sluiten bij de denk- en gevoelswereld en de behoeften van de klant, in het bijzonder de jonge leerling. Maar anderzijds vraag ik me geregeld af of we hier en daar niet te ver doorschieten, in de balans tussen het behagen van de jonglui enerzijds en hetgeen wijselijk gezien het beste zou zijn anderzijds.

Ook denk ik dat in de rijopleidingsbranche en in zich daarmee bemoeiende contreien veel te eenzijdig de (te) vlotte stoere jongere als uitgangspunt wordt genomen bij de ontwikkeling van nieuwe opleidingsvarianten. Men lijkt nauwelijks te zien dat de grootste groep uit wezenlijk bedeesdere figuren bestaat, al is het alleen al de groep van de vrouwen. Er zijn nog altijd veel mensen die éérst wat meer fundamenteel inzicht nodig hebben om het gevoel te kunnen krijgen controle te hebben over het doen.

Bovendien is het een misverstand dat jongens die bij voorkeur doen, nauwelijks te interesseren zouden zijn voor dergelijk fundamenteel inzicht. Net zoals met ‘saaie’ vakken als geschiedenis of wiskunde is het maar net hoe je de stof brengt. Leraren die dit verstaan bewijzen dagelijks dat het mogelijk is veel meer jongeren met hun verhalen te interesseren dan op het eerste gezicht mogelijk leek.
Het is echter vaak het gat tussen theorie en praktijk, dat de leraar of instructeur niet volledig weet te vullen – vaak zonder dat hij daar zelf erg in heeft – dat maakt dat velen afhaken en dan maar liever gelijk aan de slag gaan.

De opbouw van begin tot eind in Inzichtelijke Praktijkinstructie
Min of meer tussen de regels heb ik in deze serie al wat prijs gegeven over de opbouw van de praktijkinstructie volgens Inzichtelijke Praktijkinstructie. Toch zal ik in deze serie een belangrijk gedeelte hiervan niet aanbieden, evenmin als een aantal ‘tips en trucs’, waaronder zeer wezenlijke.

De belangrijkste reden is wel, dat ik van mening ben dat niet alles gratis hoeft te zijn. Dat ik recht heb op een redelijke vergoeding voor al hetgeen ik in die twintig jaar geïnvesteerd en ontwikkeld heb. Daarom zal ik bij voldoende belangstelling een korte aanvullende cursus en bijbehorend cursusmateriaal ontwikkelen, waarin u alle ontbrekende sleutels worden aangereikt om Inzichtelijke Praktijkinstructie als interessante tegenhanger van de RIS en van de reguliere rijopleiding te kunnen gaan aanbieden, of om desgewenst onderdelen ervan in de rijopleiding te implementeren zoals u die nu geeft en wilt blijven geven.
Die keus is geheel aan u.

Ook zal ik bij voldoende belangstelling een ‘werkboek’ voor de leerling ontwikkelen, in plaats van de losse instructiebladen zoals ik die voor eigen gebruik al ontwikkeld heb, en daarvoor een uitgever in verkeersleermiddelen proberen te interesseren. De huidige bij mij in gebruik zijnde instructiekaart Inzichtelijke Praktijkinstructie zal ik dan ook nog wat verder door-ontwikkelen. Voorop staat dat de kosten voor u als rij-instructeur/rijschoolhouder uitermate beperkt blijven: zij zullen in het niet blijken te vallen bij de kosten zoals u die bijvoorbeeld aan de inmiddels waardeloos lijkende RIS-kwalificatie kwijt bent.

Wat mij betreft wordt het nu eens tijd dat u allen, rij-instructeur en rijschoolhouder, de mensen in het veld die het allemaal wáár moeten zien te maken, eindelijk eens ‘van onderen af’ het heft zelf in handen gaat nemen, in plaats van u altijd maar weer van alles te laten wijsmaken ‘van hoger hand’. Deze serie is hopelijk een eerste belangrijke kans daartoe, die u met beide handen zult aangrijpen.

De volgende aflevering is voorlopig tevens de laatste in deze serie, en gaat onder andere over het kernonderwerp rijstijl. Ik wijk hierbij af van de stijl van deze serie, door het toe te voegen in de vorm zoals ik die aan al mijn klanten verstrek. Het is dus geschreven op die doelgroep, en niet op u. Alleen de eerste paragraaf heb ik aangepast: voor rijlesleerlingen in plaats van rijangstige rijbewijsbezitters met rijbewijs of vastgelopen leerlingen.
En hoewel ik zelf tegenwoordig hoofdzakelijk te maken heb met rijbewijsbezitters, weet ik dat het beginnende leerlingen voor het rijbewijs bijna altijd al op herkenbare wijze aanspreekt. Bijna iedereen is tegenwoordig als passagier bekend met de verkeersbeelden en het gedrag op de snelweg en dergelijke, als autopassagier. Onderschat uw leerlingen niet.

Reden om dit stuk over Rijstijl & Kijkstijl op deze afwijkende wijze in deze serie op te nemen is, om u de toestemming en de gelegenheid te bieden deze ‘instructieset’ te vermenig-vuldigen voor eigen gebruik binnen uw eigen rijschool, en voor ten hoogste de kostprijs van vermenigvuldiging aan uw leerlingen beschikbaar te stellen.

Het copyright blijft echter verder geheel bij mij, hetgeen betekent dat u het niet voor andere doeleinden mag vermenigvuldigen of mag verspreiden, ook niet op het internet. Wel kunt u het aan collega’s en andere bij de rijopleiding en verkeersveiligheid betrokkenen doorsturen, hetgeen trouwens voor deze hele serie geldt. Graag zelfs.

Tenslotte is absolute voorwaarde dat u de vermelding ‘(**copyright) Jan Voerman’ er nergens van af haalt. Dat kan ik niet anders dan als schending van mijn rechten opvatten, waarnaar ik dan ook zeker zal handelen.

Doe er uw voordeel mee, en nog meer het voordeel van uw leerlingen!

Met collegiale groet,

** toestemming tot publicatie verleend door- Jan Voerman www.femrijopleiding.info

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *