Verkeerstheorie – Aanvullingen – Gevaarherkenning

Website autorij-instructie.nlTheorie en praktijk voor het rijbewijs-B

In 2008 is het theorie- en praktijkexamen voor het rijbewijs B (auto) en het rijbewijs AM (brommer, scooter) op vele punten aangepast, danwel aangevuld. In Januari 2009 (theorie) en Maart 2009 (gevaarherkenning) kwam hier een vervolg op. Lees in onderstaand artikel wat er in de verkeerstheorie en aan de verkeersregels veranderd is én wat er vanaf 2009 voor veranderingen en aanvullingen zijn doorgevoerd.

Autorij-examen: theorie en regels 2008 én – nieuws voor 2009 –
Na invoering van de nieuwe wijze van examineren -door het CBR- bij het praktijkexamen voor het rijbewijs B, kon een accentverschuiving bij het theorie-examen natuurlijk niet uitblijven. Binnen het examen nemen zaken als zelfstandig rijden, zelfreflectie, verkeersinzicht en gevaarherkenning een belangrijke plaats in. Om het theorie-examen beter aan te laten sluiten bij het (zelfstandig) autorijden in de praktijk, zijn een aantal thema’s en inzichten binnen het theorie-examen aangevuld en/ of aangepast. Hierbij een overzicht van deze aanvullingen en aanpassingen, zoals die in 2008 hebben plaatsgevonden, én welke je in 2009 nog mag verwachten.

Theorie en verkeer – aanpassingen en aanvullingen

Onderwerp A: algemene bepalingen verkeerswetgeving
Januari 2009

  • Hoe lang kan een rijverbod opgelegd worden wegens het gebruik van alcohol: maximale (onbepaalde) tijdsduur.
  • Wat zijn de consequenties van een rijverbod wegens het gebruik van alcohol: verbod tot het besturen van voertuigen.

Onderwerp D: techniek, controle en onderhoud van voertuigen
Maart 2008

  • Controlemaatregelen bij sneeuw: extra aandacht voor de werking van de ruitensproeier.

Juli 2008

  • Techniek, controle en onderhoud van voertuigen. Geldigheidsduur en tijdstip van de APK keuring: tijdstip, geldigheid, zowel voor motorvoertuigen met benzinemotor als dieselmotor.

Januari 2009

  • Wat is het doel van ventieldopjes: het tegengaan van stof en vuil.
  • Wat is de meest voor de hand liggende oorzaak van het sneller knipperen van de richtingaanwijzer: een defect.

Onderwerp E : gebruik gordels en helmen: zitplaats voor passagiers
Maart 2008

  • Plaats bevestiging veiligheidshamer: beste plaats voor de bevestiging van de veiligheidshamer.

Januari 2009

  • Wanneer is een hoofdsteun goed afgesteld: visuele herkenning onjuist afgestelde hoofdsteun(en).

Onderwerp F: (milieubewust en energiezuinig rijden
Januari 2009

  • Wat kan het brandstofverbruik aanmerkelijk verhogen: airco; constante snelheid versus wisselende snelheid.
  • Welke voorziening verbruikt de meeste energie: airco versus achterruitverwarming en verwarming van de buitenspiegels

Onderwerp G: risico’s i.v.m. toestand bestuurder
(vermoeidheid, rijervaring, lichamelijke en geestelijke gesteldheid, alcohol, (drugs) en medicijnen)
Maart 2008

  • Weten waar informatie is te vinden over medicijnen die de rijvaardigheid beïnvloeden: bijsluiter, sticker.

Januari 2009

  • Waarom zijn jonge, beginnende bestuurders vaker bij een ongeval betrokken dan ervaren bestuurders: overschatten van eigen vaardigheden; onderschatten van de verkeersrisico’s.
  • Waar moet je extra rekening mee houden als je vermoeid bent en toch gaat rijden: vermindering van het waarnemings-vermogen.
  • Hoeveel procent van de verkeersongevallen is het gevolg van vermoeidheid: percentage: 15%
  • Wat zijn de gevolgen van het gebruik van medicijnen in combinatie met het gebruik van alcohol: vermindering van het reactievermogen.
  • Waar moet extra rekening mee worden gehouden indien men passagiers vervoert: afleidende factoren.
  • Wat kunnen de gevolgen zijn van het roken van een joint: beïnvloeding van de rijvaardigheid.

Onderwerp H: risico’s i.v.m. eigenschappen en toestand eigen voertuig
Maart 2008

  • Benoemen van de voor- en nadelen van een anti-blokkeersysteem (ABS): ABS heeft als voordeel dat het voertuig bij hard remmen bestuurbaar blijft. ABS geeft echter niet altijd een kortere remweg: de door de overheid gepropageerde volgafstand moet dus niet ingekort worden.
  • Op de hoogte zijn van de mogelijke nadelen van cruise-control: gebruik kan ten koste gaan van de oplettendheid van de bestuurder, doordat hij minder belast wordt, danwel minder actief is.
  • Het kunnen herkennen van de zogenaamde dode hoek: schematisch bovenaanzicht van een personenauto waarop onder andere de dode hoek is weergegeven.

Juli 2008

  • Risico’s i.v.m. eigenschappen en toestand eigen voertuig: het kunnen herkennen van de zogenaamde dode hoek. Filmpje dode hoek. Je moet weten: schematisch bovenaanzicht van een personenauto (met of zonder aanhangwagen), motorfiets of autobus waarop onder andere de dode hoek is weergegeven.

Januari 2009

  • Wanneer heeft een band de juiste spanning voor een goede wegligging: visuele herkenning juiste bandenspanning; te hoge bandenspanning; te lage bandenspanning.

Onderwerp J: risico’s i.v.m. aanwezigheid en gedrag ander verkeer
Maart 2008

  • Wat te verwachten en wat te doen bij het naderen van een (voorliggende) fietser. Al dan niet in combinatie met een tegenligger: verwachtingspatroon: fietser wijkt uit, rijdt rechtdoor, stopt. Gedragskeuze: snelheidsregeling, waarschuwen claxon .
  • Wat te doen bij het invoegen op de autosnelweg met ‘inhalende’ vrachtauto op de hoofdrijbaan: invoegen vóór of achter de vrachtauto
  • Wat te doen als een vrachtauto achteruit een uitrit verlaat en de bestuurder van de vrachtauto geen zicht heeft op het verkeer op de rijbaan: stoppen, doorrijden, waarschuwen.
  • Wat te doen bij een inhalende tegenligger die zijn of haar inhaalmanoeuvre heeft onderschat: krachtig remmend de berm in sturen, waarschuwen, snelheid minderen, plaats op de rijbaan verleggen.
  • Wat te doen bij een achteropkomende inhaler die zijn of haar inhaalmanoeuvre heeft onderschat: snelheidsaanpassing, waarschuwen.
  • Wat te doen bij het rijden tussen twee vrachtauto’s terwijl niet kan worden ingehaald: volgafstand vergroten, volgafstand verkleinen.
  • Kennis van de relatie tussen snelheid in km. per uur en de afgelegde afstand per tijdseenheid: km. per uur, meter per seconde.
  • Kennis van de relatie tussen snelheid en remweg: verdubbeling snelheid, verviervoudiging van de remweg.
  • Wat te doen om de doorstroming bij fileverkeer op een autosnelweg te bevorderen: volgafstand aanpassen, wisseling rijstrook, aanhouden eenmaal gekozen rijstrook.

Juli 2008

  • Wat te doen bij het naderen van twee achter elkaar stilstaande autobussen waar passagiers instappen: snelheidsregeling.
  • Wat te doen wanneer men met hoge snelheid met de rechterwielen in een zachte berm terecht komt: gas loslaten; remmen; sturen.

Januari 2009

  • In welke stand voorkomen de voorwielen extra risico’s bij een kop- staartbotsing: wielen rechtuit; wielen naar rechts; wielen naar links.
  • Wat is de belangrijkste oorzaak van verkeersongevallen: mens; weg; voertuig.
  • In hoeveel procent van de ongevallen ligt de oorzaak bij de mens: percentage: 90%.

Onderwerp K: risico’s i.v.m. weg-, zicht- en weersomstandigheden
Maart 2008

  • Het soort autoband kunnen benoemen dat een relatief hoger risico heeft op aquaplaning: smalle banden of normale banden ten opzichte van extra brede banden.
  • Wat te doen met de bediening van het voertuig bij een besneeuwd wegdek: voorkomen doorslippen van de wielen, gedoseerd gebruik van het gaspedaal.

Juli 2008

  • Risico’s i.v.m. weg-, zicht- en weersomstandigheden. Inzicht in risico’s van wegen: ‘N-weg’ versus autosnelweg.

Januari 2009

  • Waar moet je rekening mee houden als het begint te sneeuwen: verlenging van de remweg.
  • Wat te doen indien het begint te sneeuwen: snelheid verminderen en rijgedrag aanpassen.
  • Welke weggedeelten worden het eerste glad als het gaat vriezen: benoemen weggedeelte (bruggen, viaducten etc.)

Onderwerp L: handelen bij ongevallen en pech onderweg
Maart 2008

  • Weten wat de juiste houding is voor een bewusteloos of brakend (verkeers)slachtoffer: stabiele zijligging.
  • Wat te doen als eerst aanwezige bij een ongeval: zorgen voor de eigen veiligheid.
  • Gebruik veiligheidshamer als hulpmiddel bij het ontsnappen uit het voertuig: kiezen welke ruit het beste kan worden ingeslagen.
  • Ontsnappingsmoment bij te water raken van de auto: voertuig boven water, voertuig onder water.
  • Gedragskeuze na ongeval met geringe schade: vrijmaken rijbaan, gebruik vluchtstrook, verder rijden naar parkeerplaats.

Juli 2008

  • Handelen bij ongevallen en pech onderweg: het kiezen van een veilige plaats voor het neerzetten van een defect voertuig op een autosnelweg. Je moet weten: vluchtstrook, berm.
  • Gebruik van de veiligheidshamer als hulpmiddel bij het ontsnappen van het voertuig: kiezen waar een ruit het beste kan worden ‘ ingeslagen’.
  • Wat te doen bij het krijgen van een lekke band op een autosnelweg: remgedrag, gas loslaten, sturen.

Januari 2009

  • Wat te doen als een verkeersslachtoffer bewusteloos en rustig ademend op de grond ligt: slachtoffer laten liggen en hulpdiensten alarmeren.

Onderwerp V: geven van tekens en signalen; gebruik gevarendriehoek
Juli 2008

  • Wanneer richting aangeven bij verlaten van een rotonde: bij half rijden van rotonde, bij driekwart rijden van rotonde.

Onderwerp X: verkeersborden
Maart 2008

Onderwerp Y: verkeerslichten en aanwijzingen
Maart 2008

  • Het verschil kennen tussen een ‘algemeen’ verkeerslicht en een verkeerslicht voor een bepaalde rijrichting: verwachtings-patroon ten opzichte van tegemoetkomend verkeer.

De nieuwe verkeersregels per 1 April 2008 vind je HIER !

7 gedachten over “Verkeerstheorie – Aanvullingen – Gevaarherkenning”

  1. Beste Sjaak.

    Ik word binnenkort 18 en ik wil nu beginnen met auto theorie te leren. Wat moet ik het beste eigenlijk allemaal leren en weten ?
    Kunt u mij hiermee helpen.

    Groetjes,
    Melissa

  2. Beste Sjaak,
    nog een vraag: wat wordt er precies verstaan onder een “wagen”? is een kinderwagen of kruiwagen ook een wagen? of een handkar? als ik met een kruiwagen op de weg loop, ben ik dan een bestuurder?
    bedankt. Inge

    1. Beste Inge,

      Bij een “wagen” moet je inderdaad aan een handkar e.d. denken en ben je bestuurder. Oftewel: onbespannen wagens (handkar) of bespannen wagens (paard en wagen). Loop je met een kruiwagen, een kinderwagen, een winkelkar, een fiets of motorfiets aan de hand etc., dan ben je geen bestuurder maar voetganger.(deze ‘vervoersmiddelen’ zijn makkelijker hanteerbaar en eenvoudig tot stilstand te brengen, waarmee je je doorgaans op het trottoir zal verplaatsen).
      Een scootmobiel (invalidenvoertuig) kan daarentegen voetganger of bestuurder zijn. Dit is afhankelijk van de plaats op de weg; het trottoir (volgen regels voor voetgangers) of de rijbaan (volgen regels van bestuurders).

      Mvg – Sjaak

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.