Theorie – Aanvulling nieuwe verkeersregels

Theorie – Aanpassingen van de verkeersregels 2008

Mistlampen
Als de mistlampen en de dimlichten aan de voorzijde van de auto tegelijk branden, bestaat de kans dat je verblind wordt door de reflectie van je eigen dimlicht. Daarom hoeven de dimlichten niet meer aan als de mistlampen branden.

Speciale dagrijlichten mogen aan
Sommige auto’s hebben speciale ‘daglichten’ die bedoeld zijn om de auto overdag beter zichtbaar te maken. Automobilisten mogen die lichten nu ook gebruiken.

Alleen passagiers vervoeren op échte zitplaats
U mag passagiers in de auto alleen vervoeren op een échte zitplaats, die gemaakt is voor het gebruik door volwassenen tijdens het rijden. Passagiers mogen dus tijdens het rijden niet zitten op een geïmproviseerde zitplaats of een zitplaats voor gebruik bij stilstand, zoals een zitbank in een camper. Er zijn uitzonderingen, bijvoorbeeld het vervoer van kinderen tot 1,35 meter op een standaard of achteraf ingebouwd bankje in een stationwagen en passagiers die gebruikmaken van een rolstoel.

Tijdelijke verkeerstekens gaan voor
Bij wegwerkzaamheden staan vaak tijdelijke verkeerstekens op het wegdek. Die gaan boven andere verkeerstekens op de weg.

Matrixborden gelijk aan gewone verkeersborden
Elektronische verkeersborden (matrixborden) boven of naast de weg die bijvoorbeeld een maximumsnelheid aangeven, hebben voortaan dezelfde betekenis als ‘gewone’ verkeersborden. Maar staat er op het matrixbord een andere maximumsnelheid dan op het verkeersbord, dan geldt het bord met de laagste snelheid.

Nieuw vlak op het wegdek: het puntstuk
In de nieuwe verkeersregels komt een nieuw woord voor: ‘puntstuk’. Dit is een vlak op het wegdek op de plaats waar wegen zich splitsen of bij elkaar komen. Puntstukken mogen, net als verdrijvingsvlakken, niet gebruikt worden. Daarop is één uitzondering. Als een puntstuk in een spitsstrook ligt, mogen de bestuurders die deze spitsstrook volgen, over het puntstuk heen rijden.

Bromfietsers 45 km/uur op de rijbaan
Op de rijbaan mogen bromfietsers en gemotoriseerde gehandicaptenvoertuigen voortaan 45 km/uur rijden. Dat is veiliger, omdat deze snelheid beter aansluit bij de snelheid van de auto’s op de weg. Let wel op, want op het (brom)fietspad blijft de maximumsnelheid voor bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen 30 km/uur binnen de bebouwde kom en 40 km/uur daarbuiten. De maximumsnelheid van de snorfiets blijft 25 km/uur. Op de stoep of het voetpad mogen gemotoriseerde gehandicaptenvoertuigen niet harder rijden dan 6 km/uur. Dit in verband met de veiligheid van de voetgangers.
Skaters ook op het fietspad
Behalve op de stoep of het voetpad mogen skaters voortaan ook op het fietspad. En als er geen fietspad of stoep is, mogen skaters op de rijbaan.

Tot slot: gordels om!
Bovenstaande verkeersregels gaan in per 1 april 2008. Er gaat er ook nog één op 1 mei in. In auto’s die op alle zitplaatsen gordels hebben, mogen niet méér inzittenden worden vervoerd dan er gordels zijn. Heeft u dus maar twee gordels op de achterbank, dan mogen er geen drie personen zitten.
Er zijn nog meer nieuwe verkeersregels in de maak. Die gaan naar verwachting in de loop van volgend jaar in. Daarover tegen die tijd meer.

Aanvulling/aanpassing theorie vanaf 1 januari 2008   

Om beter voorbereid te zijn op de vernieuwde praktijkexamens Rijbewijs-B, is ook het theorie- examen op een aantal punten aangepast, danwel aangevuld. De kandidaat krijgt -gebaseerd op de volgende onderwerpen- een vraag of stelling voorgelegd, waar hij of zij het juiste antwoord op moet kunnen geven. De aanpassing/aanvulling betreft de volgende onderwerpen:

Onderwerp D: (techniek, controle en onderhoud van voertuigen)

Controlemaatregelen bij sneeuw.

  • extra aandacht voor de werking van de ruitensproeier

Onderwerp E: (gebruik gordels en helmen: zitplaats voor passagiers)

Plaats bevestiging veiligheidshamer.

  • beste plaats voor de bevestiging van de veiligheidshamer

Onderwerp G: (risico’s i.v.m. toestand bestuurder (vermoeidheid, rijervaring) lichamelijke en geestelijke gesteldheid, alcohol, (drugs) en medicijnen)

Weten waar informatie is te vinden over medicijnen die de rijvaardigheid beïnvloeden.

  • bijsluiter, sticker

Onderwerp H: (risico’s i.v.m. eigenschappen en toestand eigen voertuig)

Benoemen van de voor- en nadelen van een anti-blokkeersysteem (ABS).

  • ABS heeft als voordeel dat het voertuig bij hard remmen bestuurbaar blijft. ABS geeft echter niet altijd een kortere remweg. De door de overheid gepropageerde volgafstand moet dus niet ingekort worden.

Op de hoogte zijn van de mogelijke nadelen van cruise-control.

  • gebruik kan ten koste gaan van de oplettendheid van de bestuurder, doordat hij minder belast wordt, danwel minder actief is

Het kunnen herkennen van de zogenaamde dode hoek.

  • schematisch bovenaanzicht van een personenauto waarop onder andere de dode hoek is weergegeven

Onderwerp J: (risico’s i.v.m. aanwezigheid en gedrag ander verkeer)

Wat te verwachten en wat te doen bij het naderen van een (voorliggende) fietser. Al dan niet in combinatie met een tegenligger.

  • verwachtingspatroon: fietser wijkt uit, rijdt rechtdoor, stopt
  • gedragskeuze: snelheidsregeling, waarschuwen claxon

Wat te doen bij het invoegen op de autosnelweg met  ‘inhalende’  vrachtauto op de hoofdrijbaan.

  • invoegen vóór of achter de vrachtauto

Wat te doen als een vrachtauto achteruit een uitrit verlaat en de bestuurder van de vrachtauto geen zicht heeft op het verkeer op de rijbaan.

  • stoppen, doorrijden, waarschuwen

Wat te doen bij een inhalende tegenligger die zijn of haar inhaalmanoeuvre heeft onderschat.

  • krachtig remmend de berm in sturen, waarschuwen, snelheid minderen, plaats rijbaan verleggen

Wat te doen bij een achteropkomende inhaler die zijn of haar inhaalmanoeuvre heeft onderschat.

  • snelheidsaanpassing, waarschuwen

Wat te doen bij het rijden tussen twee vrachtauto’s terwijl niet kan worden ingehaald.

  • volgafstand vergroten, volgafstand verkleinen

Kennis van de relatie tussen snelheid in km. per uur en de afgelegde afstand per tijdseenheid.

  • km. per uur, meter per seconde

Kennis van de relatie tussen snelheid en remweg.

  • verdubbeling snelheid, verviervoudiging van de remweg

Wat te doen om de doorstroming bij fileverkeer op een autosnelweg te bevorderen.

  • volgafstand aanpassen, wisseling rijstrook, aanhouden eenmaal gekozen rijstrook

Onderwerp K: (risico’s i.v.m. weg-, zicht- en weersomstandigheden)

Het soort autoband kunnen benoemen dat een relatief hoger risico heeft op aquaplaning.

  • smalle banden of normale banden ten opzichte van extra brede banden

Wat te doen met de bediening van het voertuig bij een besneeuwd wegdek.

  • voorkomen doorslippen van de wielen, gedoseerd gebruik van het gaspedaal

Onderwerp L: (handelen bij ongevallen en pech onderweg)

Weten wat de juiste houding is voor een bewusteloos of brakend (verkeers)slachtoffer.

  • stabiele zijligging

Wat te doen als eerst aanwezige bij een ongeval.

  • zorgen voor de eigen veiligheid

Gebruik veiligheidshamer als hulpmiddel bij het ontsnappen uit het voertuig.

  • kiezen welke ruit het beste kan worden ingeslagen

Ontsnappingsmoment bij te water raken van de auto.

  • voertuig boven water, voertuig onder water

Gedragskeuze na ongeval met geringe schade.

  • vrijmaken rijbaan, gebruik vluchtstrook, verder rijden naar parkeerplaats

Onderwerp V: (geven van tekens en signalen; gebruik gevarendriehoek)

Wanneer richting aangeven bij verlaten van een rotonde.

  • bij half rijden van rotonde, bij driekwart rijden van rotonde

Onderwerp X: (verkeersborden)

(Verkeers)borden.

  • L14  vp_4340_160×159.jpeg  en L19  vp_4345_160×28.jpeg

Onderwerp Y: ( verkeerslichten en aanwijzingen)

Het verschil kennen tussen een ‘algemeen’ verkeerslicht en een verkeerslicht voor een bepaalde rijrichting.

  • verwachtingspatroon ten opzichte van tegemoetkomend verkeer

Bron: Reflector November 2007

  • Wat verandert er?
    Het theorie-examen bestaat vanaf 1 januari 2008 uit drie onderdelen:
    – Een onderdeel over regelgeving bestaande uit 40 vragen
    – Een onderdeel over verkeerinzicht/risico’s bestaande uit 10 vragen
    – Een onderdeel over gevaarherkenning bestaande uit 5 vragen

Bij het onderwerp gevaarherkenning krijg je vijf foto’s -alsof je in de auto zit- te zien. Je ziet op deze foto’s een mogelijk gevaar, aan de hand waarvan je naar eigen inzicht een beslissing moet nemen. De antwoorden waaruit je kunt kiezen zijn steeds hetzelfde, namelijk:

1. remmen (dat wil zeggen flink snelheid verminderen of zelfs stoppen)
2. gas loslaten (dat wil zeggen extra opletten en voorbereid zijn op een andere gedragskeuze)
3. niets (dat wil zeggen gewoon door blijven rijden met dezelfde snelheid)

Het aantal vragen over verkeersinzicht/risico’s zal geleidelijk worden uitgebreid.
Het onderdeel gevaarherkenning telt voorlopig niet mee voor het eindoordeel. Zo kunnen opleiders en kandidaten aan dit nieuwe onderdeel wennen. De verwachting is dat het onderdeel gevaarherkenning vanaf de tweede helft van 2008 wel gaat meetellen en dan wordt uitgebreid tot 25 vragen.

Kijk voor de veranderingen, die op 1 januari 2009 ingaan bij:
http://www.autorij-instructie.nl/?p=744

Bron: CBR

7 gedachten over “Theorie – Aanvulling nieuwe verkeersregels”

  1. Beste Peter,

    Strikt volgens de regels zouden bestuurders de vluchtstrook vrij moeten laten. (uitzondering spitsstrook) Zoals je echter zelf al aangeeft komt dan de doorstroming in gevaar en kunnen er mogelijk gevaarlijke situaties ontstaan als – de op de rechter rijstrook rijdende – bestuurders onvoldoende antciperen. Kennelijk heeft het bewuste weggedeelte ook niet de capaciteit om de verkeersstromen (in de spits) te verwerken.

    In je voorbeeld hebben andere bestuurders de vluchtstrook gekozen in het verlengde van de uitrijstrook. In een dergelijk geval zou ik de rijlijn van de overige bestuurders volgen, omdat dit uiteindelijk in deze situatie de duidelijkheid, de veiligheid en de doorstroming ten goede komt, ook al is dit volgens de regels niet correct.

    Bijkomend probleem kan zijn dat jouw gedrag verkeerd wordt uitgelegd en men het idee heeft dat je de auto er op het laatste moment nog even voor zet, of dat men je er niet tussen laat.

    Mvg – Sjaak

  2. L.S.

    Een vraag: Vandaag op de A2 Amsterdam – Utrecht, afslag Vinkeveen:
    De afrit stond helemaal vol en bleef aangroeien tot een flink eind op de vluchtstrook. Ik (automobilist) wilde daar ook afslaan.

    Wat moet ik dandoen?

    – Langs alle auto’s dat op de vluchtstrook staat te wachten rijden en me ter hoogte van de gemarkeerde afslag tussen de vrijwel stilstaande rij afslaande auto’s zien te ‘wurmen’ (waardoor ik achteropkomend verkeer hinder dat niet wil afslaan)

    – Of moet ik achter aansluiten óp de vluchtstrook, waardoor doorgaand verkeer niet gehinderd wordt?

    Ik koos zo’n beetje als enige voor het eerste omdat bij mijn weten de vluchtstrook alleen voor noodgevallen mag worden gebruikt, echter zolang ik niet ingevoegd was, hield ik het achteropkomend verkeer op, dat gebaarde en claxonneerde. Een erg onprettige situatie.

    Deze situatie kom ik ook op regionale wegen wel eens tegen.

    Graag uw reactie,

    Met vriendelijke groet,

    P. Wester

  3. Dat was ook mijn gedachtengang, maar onderstaande uitspraak van de Hoge Raad doet anders vermoeden. Kennelijk bestaat er vooralsnog veel onduidelijkheid over (ook bij mij).

    “maximumsnelheid kampeerwagen op autosnelwegen. In casu weegt de kampeerauto meer dan 3500 kg. Niet kan worden aangenomen dat een kampeerauto met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg een vrachtauto is in de zin van het RVV 1990. Het hof is van oordeel dat voor kampeerauto’s geen bijzondere maximumsnelheid geldt. Derhalve is art. 21, aanhef en onder a, RVV 1990 van toepassing, hetgeen betekent dat op autosnelwegen voor de onderhavige camper een maximumsnelheid van 120 km/u geldt”.

    Dus… dit zou de verandering van de verkeersregel voor kampeerauto’s wel rechtvaardigen. Het komt in ieder geval de duidelijkheid en de wijze van benaderen wel ten goede. Echte duidelijkheid komt ongetwijfeld op het moment van invoeren van de nieuwe maatregel, waarbij de kampeerauto nader gedefinieerd zal moeten worden.

    Mvg – Sjaak

  4. Volgens mij geldt de max snelheid van 80 km/u van kampeerauto’s alleen voor de catogorie die zwaarder is dan 3.500 kg. Nu mogen die nog 120 km/uur rijden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *