Energielabel op auto’s

De acht zuinigste benzineauto’s

Per 1 februari 2008 geldt er een energielabel voor nieuw verkochte auto’s. Afhankelijk van het verbruik en de uitstoot van CO2 geldt een korting, of toeslag op de aankoopprijs.

 

Merk en type Verbr. ltr/100km    Km/ltr CO2 gr/km
Smart ForTwo MHD       4,3     23,3      103
Toyota Prius THSD       4,3     23,3      104
Daihatsu Cuore 1.0       4,4     22,7      104
Citroën C1  1.0       4,6     21,7      109
Honda Civic 1.3 DSI Hybrid       4,6     21,7      109
Peugeot 107       4,6     21,7      109
Toyota Aygo 1.0       4,6     21,7      109
Daihatsu Trevis       4,8     20,8      114

Tips
Uiteindelijk wordt het verbruik en de uitstoot mede bepaald door de (beheersing) van de rechtervoet.

Door je zoveel mogelijk aan onderstaande tips te houden draag je bij aan een betere doorstroming op de weg, meer veiligheid voor jezelf en anderen in het verkeer, verminderde belasting voor het milieu, en ‘last but not least’ verlaging van de autokosten (brandstofbesparing en verminderde slijtage).

Het Nieuwe Rijden

  • Schakel zo vroeg mogelijk op naar een hogere versnelling (lage toeren, rustig motorgeluid)
  • Voor benzineauto’s : bij maximaal 2500 toeren.
  • Voor dieselauto’s : bij maximaal 2000 toeren.
  • De moderne auto’s kunnen dit makkelijk aan; de brandstofinspuiting wordt elektronisch geregeld. Gaat de auto “bokken”, dan schakel je een versnelling terug. Hierbij kun je eventueel een versnelling overslaan (b.v. van 5 naar 3)
  • Rijd zoveel mogelijk met gelijkmatige snelheden met een laag toerental, in een zo hoog mogelijke versnelling. Optrekken en remmen kost veel energie (en slijtage) en belast het milieu zwaarder.
  • Kijk zo ver mogelijk vooruit, zodat je goed kunt anticiperen en handelen op aankomende situaties. Hierdoor kun je veelal met een min of meer constante snelheid blijven rijden.
  • Zie je dat je snelheid moet minderen of moet stoppen voor een kruispunt, verkeerslicht e.d., laat dan tijdig je gas los en laat de auto in de versnelling van dat moment uitrollen. Houd hierbij wel rekening met achteropkomende bestuurders. Indien nodig kun je later alsnog een lagere versnelling kiezen en/of de auto tot stilstand brengen.
  • Zet de motor af bij kortere stops, zoals bij een openstaande brug, een gesloten spoorwegovergang, een file, wanneer je iemand afhaalt/afzet etc. Start je weer, doe dit dan zonder gas te geven.
  • Controleer minimaal ééns per maand de bandenspanning. Zachte banden betekent: méér slijtage, méér brandstofgebruik en een slechtere wegligging/stuurgedrag van de auto, hetgeen weer tot gevaarlijke situaties kan leiden.
  • Maak –indien aanwezig- gebruik van toerenteller, cruise-control, boordcomputer en dergelijke. Gebruik van deze hulpmiddelen komen de veiligheid, het milieu, doorstroming, rust en autokosten ten goede.
  • Schakel stroomverbruikers zoals: airco, verlichting radio etc. uit als je ze niet meer nodig hebt. Deze zorgen voor extra benzineverbruik. Dit geldt natuurlijk ook voor geopende ramen, imperials etc. en alle zaken die de stroomlijn van het voertuig (negatief) beïnvloeden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.