Kruispunten herkennen Voorrangskruispunt Gelijkwaardig kruispunt

Kruispunten herkennen  – Naderen en Kijken

Een kruispunt = een kruising of splitsing van wegen. Een eenvoudige omschrijving voor een deel van de wegstructuur waarbij –veelal- complexe verkeersafhandelingen kunnen plaatsvinden. Lees de benoeming van verschillende kruispunten, de aandachtspunten, het kijken en handelen en de vijf taakprocessen, aan de hand waarvan je beslissingen neemt bij deelname aan het verkeer.

Kruispunten

Ruim van tevoren moet je een kruispunt herkennen. Bij het onderkennen en herkennen van kruispunten valt te denken aan:

Gelijkwaardige kruispunten daar waar bestuurders van rechts voorrang dienen te krijgen.
vp_2501_50×44.jpeg Gevaarlijk kruispunt
Kruispunt dat gelegen is op een punt, waar je veelal slecht zicht hebt op kruisende bestuurders, maar met name van rechts. Extra voorzichtigheid is vereist!
vp_2306_50×50.jpeg Gecompliceerde (voorrangs)kruispunten
Brede kruispunten met middenberm of iets dergelijks, waarbij je het voertuig veelal op het midden van het kruispunt kunt opstellen, om deze zodoende stap voor stap over te kunnen rijden. Meestal zijn dit dan ook voorrangswegen, of….
vp_2311_50×44.jpegplus vp_2857_112×501.jpeg Voorrangskruispunten
kruispungten waarbij je -afhankelijk van de richting van aan komen rijden- kruisende bestuurders voorrang moet verlenen, of voorrang moet krijgen. Vaak tref je hierbij ook naastgelegen fiets-/bromfietspaden en/of zebra’s aan
vp_2526_50×44.jpeg Kruispunten geregeld door verkeerslichten
Hierbij betekent ROOD: stop, GEEL: voor bestuurders die het teken zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is: doorgaan, GROEN: doorgaan. Er wordt over doorgaan gesproken in plaats van rijden, omdat het niet alleen voertuigen betreft waar dit voor geldt. Indien de verkeerslichten niet werken, gelden de algemene verkeersregels of regels die ter plaatse door verkeerstekens aangegeven zijn
Kruispunt van verharde met onverharde wegen Hierbij moet je het kruispunt -als je op de onverharde weg rijdt- benaderen alsof je een voorrangskruispunt nadert. Kruisende bestuurders moet je voorrang verlenen of voor laten gaan. Bij rechtdoor rijden -afslaande tegemoetkomende bestuurders- niet. Dan geldt namelijk: rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg gaat voor.
vp_2296_80×801.jpeg Kruispunt bij afbuigende voorrang
Als je de weg in de voorrang volgt, geldt dit verkeerstechnisch als rechtdoor. Wel is het aan te raden om zowel in, als uit de voorrang richting aan te geven, om duidelijkheid te verschaffen over de te volgen rijrichting en zodoende anderen niet onnodig op het kruispunt te laten wachten.
inritblokken.jpeghoekelementen.jpeg In- en uitritten
Zowel bij het in- als het uitrijden moet je al het overige verkeer (inclusief voetgangers) voor laten gaan. Het verdient tevens de voorkeur
bestuurders die uit de inrit komen voor te laten gaan. Zij rijden meestal op een smallere weg en hebben derhalve minder ruimte te manoeuvreren. Helaas is de aanleg of bestrating bij in- en uitritten lang niet altijd op een zelfde wijze uitgevoerd en dus verwarrend om te beoordelen.
Een uitrit herken je doorgaans aan de doorlopende bestrating van het trottoir en de trottoirband, maar kan ook een afwijkende betrating zijn van die op de rest van het kruispunt. Verwar dit niet met asfalt ten opzichte van straatklinkers. Dit verschil in bestrating zegt in principe niets over de geregelde voorrang. Nader een in- of uitrit hoe dan ook voorzichtig en let goed op.
vp_2504_50×44.jpeg   vp_2507_50×44.jpeg Kruising met een spoorweg of rail
Hierbij kruis je rails (trein of tram). Merk tijdig de signalen op, laat de rail uiteraard vrij en rijdt pas over zodra dit in één keer kan.
Doe ook de test –  Voorrang verlenen of voor laten gaan

Vijf taakprocessen

In verkeerssituaties en dus ook bij nadering van een kruispunt ga je uit van de zogenaamde vijf taakprocessen, aan de hand waarvan je uiteindelijk handelt. Deze zijn:

  • Waarnemen: door gebruik van je zintuigen komt er veel informatie op je af, waaruit je de informatie moet filteren, die voor jou in de bewuste situatie belangrijk is. Hierbij is verkeersinzicht en kennis van de verkeersregels noodzakelijk.
  • Voorspellen: aan de hand van de binnengekomen informatie voorspel je wat er zou kunnen gebeuren, zowel ten aanzien van je eigen gedrag, als die van de andere weggebruikers
  • Evalueren: ga na of zaken als, veiligheid, doorstroming, milieu niet worden geschaad als jouw voorspelling uitkomt
  • Beslissen: beslis –na bovenstaande taken doorlopen te hebben- wat je gaat doen
  • Handelen: voer uit waartoe je besloten hebt.

Kun je door een -zich wijzigende- situatie niet handelen, dan begint het hele taakproces weer van voor af aan, totdat je veilig je weg kunt vervolgen.

Herkennen van een kruispunt

Zoals gezegd moet je een kruispunt (of rotonde) al vroegtijdig herkennen en bepalen met wat voor kruispunt je te doen hebt (gelijkwaardig, voorrang etc.). Is het niet direct duidelijk of je een kruispunt nadert, dan kun je dit –ver vooruit kijkend- vermoeden/voorspellen door bijvoorbeeld onderbroken bebouwing, de afwezigheid van geparkeerde voertuigen, anders geplaatste straatverlichting, onderbreking van een bomenrij etc. Nader het kruispunt met gepaste snelheid (meestal de 2de versnelling), zodat je goed en rustig op de verkeerssituatie kunt inspelen. Je naderingssnelheid is natuurlijk mede afhankelijk van de breedte/ruimte van de weg, verkeersdrukte, fietspaden, V.O.P.’s (zebra’s) en dergelijke.
Ken de regels van voorrang/voor laten gaan en handel hier na. Denk er aan dat je voorrang altijd moet krijgen en nooit mag nemen!

Naderen van kruispunten of rotondes

Bij het naderen van een kruispunt of rotonde zijn een aantal aandachtspunten gelijk, ongeacht de keuze voor afslaan of rechtdoor gaan, deze zijn:

  1. beoordeel het kruispunt ruim van te voren. Weet hoe de voorrang geregeld is!
  2. kijk goed in je spiegels en wees je bewust van de situatie vóór, naast en achter de auto
  3. sorteer indien nodig op tijd voor of kies de juiste rijstrook bij aan komen rijden
  4. nader kruispunten (en rotonde’s) met geringe snelheid. Meestal de 2de versnelling
Verder geldt:

Bij recht door gaan
  1. op enige afstand kijk je voor je (het kruispunt over), links (het eerst mogelijke gevaar), recht voor je en vervolgens rechts. Doe dit ook als een kruispunt door verkeerslichten of door een verkeersregelaar geregeld wordt. Dit geeft misschien de suggestie van veiligheid, maar geeft geen garantie dan iemand niet door rood rijdt of een teken negeert.
  2. bij verdere nadering herhaal je punt 1 nogmaals
  3. bij oprijden en oversteken herhaal je punt 1 weer, maar dan stap voor stap, totdat je het kruispunt veilig over gereden bent
  4. ben je het kruispunt overgestoken, dan doe je een na-controle in je spiegels, zodat je op de hoogte bent van de nieuwe verkeersomstandigheden waarin je jezelf bevindt

Denk er aan dat je bij het overrijden van een kruispunt andere verkeersstromen niet mag hinderen en het kruispunt niet mag blokkeren; je moet dus in één keer het kruispunt over kunnen rijden. Dit laatste geldt niet wanneer er een middenberm (of iets dergelijks) is waar je de auto veilig kunt opstellen.

Bij rechts af slaan:
  1. kijk ruim voor de bocht reeds rechts naast de auto (‘dode hoek’) en let ook op naastgelegen fiets-/bromfietspaden
  2. let ook op of tegemoet komend verkeer en verkeer van links juist handelt
  3. kijk vóór je afslaat nogmaals over je rechter schouder en blijf (al rond kijkend) op het overige verkeer letten. Kijk de bocht door in de richting waar je naartoe wilt/denkt te gaan, zodat je een juiste positie/rijstrook kiest
  4. let op een eventueel om de bocht gelegen voetgangersoversteekplaats
  5. herhaal punt 3 zonodig nogmaals, totdat je overtuigd bent dat je veilig door kunt
  6. na de bocht na-controle in je spiegels, je bevindt je immers weer in een nieuwe verkeerssituatie
Bij links afslaan:
  1. ingeval van voorsorteren, let op verkeer rechts en links naast je of achter je
  2. recht doorgaand verkeer en verkeer van rechts voorrang verlenen/voor laten gaan als de situatie dit vereist
  3. nogmaals punt 1 vóór het aansnijden van de bocht en kijk de bocht ook hier door voor de juiste positie/rijstrook
  4. let op een eventueel door de bocht gelegen voetgangersoversteekplaats
  5. na het afslaan na-controle in je spiegels met oog op veranderde verkeerssituatie

Onthoud bij afslaan 

  • Korte bocht gaat voor lange bocht. Bij links afslaan: als je de bocht links indraait, bevindt de andere bestuurder zich in feite rechts van je. Bij rechts afslaan rijdt jij rechts van de links afslaande tegemoetkomende bestuurder.
  • Recht doorgaand verkeer op dezelfde weg gaat vóór afslaand verkeer (denk hierbij ook aan voetgangers)

Let in het algemeen ook op
Zwakkere weggebruikers zoals: voetgangers, gehandicapten, fietsers, snor- en bromfietsers, maar ook motorrijders, deze zijn kwetsbaaren/ of instabiel (b.v. bij harde wind)

 

Bronnen en/of referenties:
Pré-B Autorij-instructie
RVV 1990

44 gedachten over “Kruispunten herkennen Voorrangskruispunt Gelijkwaardig kruispunt”

  1. Hoi,

    Bij deze heb ik een vraag m.b.t. rijlessen..

    1.De ene rij-instructeur zegt:
    1e versnelling is alleen om weg te rijden bij stilstand. Op het moment dat je nog aan het “rollen” bent is de 2e versnelling beter, met koppeling daarbij oplaten komen omdat snelheid te laag is voor de 2e versnelling. Toegepaste situaties: bijv. bij het afslaan of kruispunt oversteken..

    2.Een andere rij-intructeur zegt weer, dat als de auto nog aan het rollen is bij 10km/u of lager je dan naar zn 1 mag terugschakelen, zonder eerst te hoeven stoppen.

    Mijn vraag is nu, welke methode vindt de examinator beter of goed, de eerste of tweede en waarom en welke is toegestaan tijdens examen?

    Tot horens, alvast bedankt..

    Mvg,
    Janco

    1. Beste Janco,

      Het is mijn inziens geen ‘zwart of wit’. Over het algemeen kan je stellen dat rijdende / rollende situaties in de tweede versnelling worden opgelost, al dan niet met gebruik van een (zo min mogelijk) slippende koppeling. Er kunnen zich echter situaties voordoen waarbij de snelheid dusdanig laag is, dat de tweede versnelling net even te weinig trekkracht oplevert en terugschakelen naar de eerste versnelling noodzakelijk kan zijn. Zolang de motor niet bokt / stottert in de tweede versnelling, is deze goed. Bij de meeste moderne motoren zal dit ook geen problemen opleveren, zeker bij een diesel niet (motoren in de meeste lesauto’s)
      Dus;
      – de eerste versnelling is in principe alleen om de auto in gang te zetten
      – tijdens het rijden wordt in principe niet naar de eerste versnelling terug geschakeld (voel de versnellingsbak maar eens goed aan. Bij een te hoge snelheid gaat terugschakelen naar de eerste versnelling moeizaam en niet zonder kracht of gekraak)
      Maar…wanneer wel en wanneer niet is uiteindelijk een kwestie van ervaren en een gevoel met het voertuig / de auto.

      Bij het examen is het belangrijk dat je laat zien dat je het voertuig goed beheerst en je jezelf besluitvaardig toont binnen het handelen in het verkeer. Of je dan misschien eens op het ‘randje’ van een versnelling zit is nauwelijks van belang, zolang je maar in staat bent vlot en soepel te handelen zonder dat de motor (te vaak) afslaat.

      Mvg – Sjaak

  2. heey

    hoe zit het nou met voorang en afslaan regels voor trams enzo
    waneer moet je een tram voor laten gaan en waneer niet.
    en als hij een bord heeft om voorrang te vervelen en haaientanden wat dan heeft hij dan nog steeds voorrang?ook al gaat hij rechtdoor of links of rechtsaf?
    en als jij niks hebt en de tram haaientanden?

    ik hoop op een goeie informatie

    1. Beste Lena,

      Een tram moet je als bestuurder altijd voorrang geven of voor laten gaan. Het maakt niet uit of de tram van rechts of links komt, een korte bocht of een lange bocht heeft.
      Behalve…..als voorrangsborden regelen dat jij voorrang hebt en de tram niet, of…als verkeerslichten dit anders regelen.

      Mvg – Sjaak

  3. Vraag: mijn rij-instructeur leert mij dat ik bij het naderen van een kruispunt, voordat ik mijn richtingaanwijzer mag aandoen, eerst ‘voorcontrole’ moet doen. Dwz: voor me kijken, binnenspiegel, buitenspiegel, over schouder en dan nogmaals binnenspiegel en voor kijken. Kan het, dan pas richtingaanwijzer aan, nogmaals buitenspiegel en over de schouder kijken voordat ik mag voorsorteren.

    Dit zijn zoveel handelingen dat ik betwijfel of het wel klopt. Graag uw commentaar.

    1. Beste Liesbeth,

      Wat je instructeur zegt klopt. (ook over het kruispunt kijken) Maar….je moet beseffen dat dit -naarmate je vordert in je rijopleiding- al meer een automatisme wordt, waarbij je niet meer hoeft na te denken.
      Daarnaast is het zo dat deze manier van kijken niet op het laatste moment plaatsvindt, maar (op tijd) gedurende de periode van aan komen rijden.
      De reden is dat je alle (wisselende) verkeersstromen een aantal keren goed hebt moeten kunnen waarnemen, voordat je een beslissing kan maken hoe en of je een bepaalde handeling (b.v. snelheid minderen en / of remmen) of manoeuvre veilig uit kunt voeren (b.v. voorsorteren).
      Dus in jouw voorbeeld: inderdaad een aantal keren het totaalbeeld, en vervolgens buitenspiegel en schouder omdat je iets met je stuur (rijlijn) en snelheid gaat doen alvorens af te (kunnen) slaan.

      Mvg – Sjaak

  4. goedendag,
    Vandaag aanrijding gehad erg vervelend.
    Wil nu ff weten wie er voorrang heeft had.
    Ik was bij een kruising met haaientanden wou rechtdoor rijden naar de middenberm toe.
    echter stond er een auto op de middenberm aan de linkerkant van de middenberm daar stond ook haaientanden.
    zodra de weg vrij was wou ik oversteken naar de rechterkant van de middenberm.
    Tegelijkertijd gaat meneer naar links en raakt mijn linker deur en voor scherm.
    De weg die ik wou oversteken bestaat uit 2 rij stroken in dezelfde rij richting.
    wie heeft er voorrang.
    Volgens meneer ik want hij nam een korte bocht.
    Ik dacht dat rechtdoor rijden verkeer voorrang had.

    1. Beste Ali,

      De haaientanden voor jullie beiden betreffen de kruisende bestuurders die jullie voorrang moeten verlenen.
      Van korte bocht gaat voor lange bocht is in dit geval geen sprake, wel van:
      rechtdoorgaande bestuurders op dezelfde weg gaan voor afslaande bestuurders.
      De andere bestuurder is fout, tenzij de middenberm breder is dan 10 meter en de andere bestuurder alleen bij oprijden (aan komen rijden) van het kruispunt haaientanden had.

      Mvg – Sjaak

  5. Ben wel erg gespannen en mag wel wat meer kijken in de spiegels etc,verkeersinzicht heb je nog niet echt als je intotaal 5 uur in een auto hebt gezeten.maar of het nou zo erg is probeer wel echt mijn best te doen en weet ook wel dat een ongeluk in een klein hoekje licht. mvg ferry kolijn

    1. Beste Ferry,

      Sorry voor de late reactie.
      Het is van hier uit moeilijk te beoordelen wat de redenen zouden kunnen zijn. Vraag je instructeur eens om meer duidelijkheid en/of een motivatie voor zijn mening.

      Ieder persoon is verschillend en zoals je aangeeft is het haast onmogelijk om bepaalde zaken al te beheersen als je pas 5 uur gereden hebt.
      De één zal bepaalde zaken snel oppakken en de ander zal hier meer tijd voor nodig hebben. Mijn mening is dat het (onder andere) de taak is van de rij-instructeur om op een juiste manier in te spelen op de kwaliteiten van iedere leerling en de manier van les geven hier op aan te passen.

      Het is wel belangrijk dat je jezelf op je gemak en gesteund voelt. Kom je er met je instructeur niet uit, dan kan je -als je geen pakket hebt- altijd nog besluiten om naar een ander uit te zien.

      Succes en houd moed !

      Mvg – Sjaak

  6. Beste Sjaak,

    Wie heeft er voorrang?

    Ik kom uit een uitrit en de overkant is ook een uitrit. Wij moeten beide de kruisende weg voorrang verlenen en de twee rijstroken worden gescheiden door een middenberm en een opstelmogelijkheid met haaientanden.

    De overkant wil de lange bocht naar links en kan eerder oprijden naar het midden en staat klaar bij zijn opstelmogelijkheid ter hoogte van de haaientanden. Ik wil rechtdoor.

    Normaal gesproken kun je zeggen beide zijn een uitrit en gaat rechtdoor voor de lange bocht maar omdat hij eerder kan oprijden en stil kan staan bij de haaientanden en ik nog steeds bij de uitrit sta vraag ik me af of hij nu eerder mag omdat de haaientanden weer voor een uitrit mag. Hopelijk snap je mijn vraag en kun je deze beantwoorden.

    Alvast bedankt.

    M.v.Gr,

    Joost

    1. Beste Joost,

      Een weg loopt van berm tot berm of van huis tot huis (inclusief trottoir). In dat licht bezien kan je dus stellen dat de andere bestuurder op de kruisende weg -bij de middenberm- stond opgesteld, terwijl jij de inrit nog moest verlaten. Bij het verlaten van een inrit moet je al het overige verkeer voor laten gaan.
      Naar aanleiding van je situatieschets zou jij m.i. de ander dus voor moeten laten gaan.

      Mvg – Sjaak

  7. Hey Sjaak,
    In mijn theorieboek staat dit:
    “Bij het links afslaan op een kruispunt waarop u voorrang hebt, omdat u op een voorrangsweg of voorrangskruispunt rijdt of het verkeerslicht voor u op groen staat, moet u tijdens een verkeersnoodzakelijke stop – als het mogelijk is – u op het kruispunt opstellen.”

    Ik vind dit een beetje wazig. Is dit een goed advies? Komt zo’n noodzakelijke stop op het kruispunt niet alleen maar voor bij tegenmoetkomend rechtdoorgaand verkeer wanneer je linksaf slaat? Als je dit doet en een tegemoetkomende auto wil ook linksaf dan blokkeer je de doorgang voor hem waardoor jij weer als eerste verder kan.. Is dat de achterliggende gedachte van dat advies of zie ik dit verkeerd?

    1. Beste Eric,

      Voorzover ik uit je vraagstelling kan afleiden, is dit inderdaad vooral bedoeld om tegemoetkomende, rechtdoorrijdende bestuurders een ongehinderde, vrije doorgang te verlenen. Waar het het afslaan betreft, is dit afhankelijk van het kruispunt en eventuele geleidingsstrepen / belijning op het wegdek. Denk dan aan de mogelijkheid om voor elkaar langs te kruisen t.o.v. het om elkaar heen kruisen. Deze mogelijkheid bepaalt mede de plaats waar je de auto opstelt.

      Mvg – Sjaak

  8. Bedankt! maar het is nog niet helemaal duidelijk.. ik vraag me af of, als ik in tweede al rijdt en een kruispunt of rotonde nader, mag (toegelaten?)ontkoppelen en verder bollen en wanneer er iemand aankomt de rem indrukken zodat ik meteen stil sta en indien er geen verkeer is de koppeling laten komen en het kruispunt oprijden.Of is het zo dat je in deze situatie niet mag ontkoppelen en in tweede moet blijven rijden tenzij je volledig moet stoppen? Want ik hoor regelmatig dat je alleen mag ontkoppelen als je bijna dreigt stil te vallen?
    Wanneer ik een kruispunt of rotonde oprijd in tweede rem ik altijd iets bij, duw ik ondertussen het koppelingspedaal in, analyseer ik het verkeer en laat ik de pedaal komen en geef gas bij. Ik moet namelijk bijna mijn examen doen en wil meteen de juiste techniek gebruiken.
    Bedankt

    1. In vele situaties kan het zoals je aangeeft. Veelal wordt dit -zeker in het begin van de rijopleiding- niet gestimuleerd omdat de neiging bestaat te vroeg met ingetrapte koppeling te rijden, zodat een mindere controle over de auto ontstaat. Bij aankomen rijden -na eventueel terugschakelen- eerst de koppeling op laten komen.
      Dus……’spelen’ met de koppeling…ja, maar niet te vroeg en alleen als het een functie heeft. Realiseer je tevens dat een intructeur of examinator -vooral bestuurders/verkeer van links lastiger/later ziet dan (jij) de bestuurder. Voorkom dus dat je dit te gehaast doet en het risico loopt dat de examinator (uit voorzorg) op de rem gaat staan.
      Bespreek de wijze van handelen ook met je instructeur; die kan reageren op een specifieke situatie.

      Mvg – Sjaak

  9. Stel da je in een straat rijdt waar je maar 30 mag, en deze straat eindigt met een kruispunt. Mag je dan in tweede blijven en ontkoppelen om te zien of er geen verkeer is en zoniet koppeling laten komen en terug vertrekken?
    mvg

    1. Beste Jan,
      Dit is een beetje afhankelijk van het overzicht op het bewuste kruispunt en het het zicht dat je hebt op het kruisende en aankomende verkeer op een bepaald type weg, plus de snelheid van aan komen rijden. In lesverband is -naar mijn idee- ook de voortgang in de rijopleiding bepalend en is dit niet altijd verstandig.
      Is alles overzichtelijk en onder controle, dan verdient het mijn inziens de voorkeur om zodoende vlot en soepel door te kunnen rijden en de doorstroming te bevorderen. Ik geef dan wel aan -bij de geringste twijfel- de rechtervoet bij de rem te houden tijdens dit proces van waarnemen, voorspellen, evalueren, beoordelen en handelen.

      Mvg – Sjaak

  10. Beste Hayriye,

    Ik zou geen rustgevende medicijnen innemen. Je weet namelijk niet hoe je lichaam hier op reageert als je dit niet gewend bent. Eventueel kan je voor Valeriaan of Sint Janskruid keizen. Dit zijn homeopatische middelen en brengen ook rust. (bij drogist)
    Maar bovenal………..
    heb vertrouwen in jezelf. Als het -totdat je les van de vader kreeg- goed ging, is er geen reden om te twijfelen. Natuurlijk is een examinator ook een vreemd iemand bij wie je een ‘test’ moet afleggen. Misschien helpt het als je jezelf inbeeld dat het je eigen rij-instructrice is of een goede bekende. Ik weet dat velen erg zenuwachtig zijn voor een examen, maar wat kan er nu eigenlijk gebeuren. Niets, hooguit zakken, maar daar verander jij niet van. Ik weet wel dat dit balen is en een hoop geld kost, maar ik wil hier alleen maar mee zeggen dat je het niet groter/zwaarder moet maken dan het is.
    Dus……ga ervoor, geloof in jezelf: kleine foutjes mag je heus wel maken, als het totaalbeeld van je rit maar goed is.

    Ik duim voor je en succes dinsdag !

    Mvg – Sjaak

  11. beste Sjaak,

    ik moet dinsdag 16 juni afrijden, het ging zo goed met lessen,
    ik beheers het voertuig goed, de snelweg gaat nu ook goed, zelfs mijn inzicht op de weg is steeds beter geworden, tot mijn instrecteur haar vader erbij haalde voor examen training.
    ik weet niet maar ik ben weer gaan twijfelen over hoe het nou moest
    dus maak ik steeds fouten door mijn denken (faalangst) mag ook wel nu de 6 keer afrijden. zal ik beta blokkers gebruiken zou dat mij helpen denkt u?
    ik weet het niet meer, ik was zo opgelucht dat alles zo goed ging, en nu weer die angst. ken je mij hierbij wat advies geven a.u.b. ik weet geen raad meer.

    alvast heel erg bedankt voor de moeite

    met vriendelijke groeten Hayriye

  12. Beste Hayriye,

    Bij in- en uitvoegen is het belangrijk dat je voor jezelf al vroegtijdig een plan maakt. Ver voor je dit gaat doen houdt je het verkeer en de ruimte die er is om je handeling te verrichten in de gaten. Hier pas je de snelheid van je eigen voertuig op aan, zodat je (minimaal) eenzelfde snelheid rijdt als het overige verkeer. Zodoende heb je maar weinig ruimte nodig om je auto te verplaatsen. (eigenlijk niet veel meer dan de lengte van je eigen voertuig)
    Bij invoegen rijdt je eerst op de toeleidende weg. Zodra je hier rijdt kun je al links naast je op de doorgaande rijbaan (snelweg) kijken om te zien of het druk is, de auto’s dicht op elkaar rijden, er veel vrachtverkeer is enz. Je hebt dus altijd een paar honderd meter om je plan te maken / ruimte van invoegen te kiezen. Kijk je tevens zo ver mogelijk vooruit, dan heb je ook zicht op de doorstroming op de snelweg en de lengte van de invoegstrook die je kunt gebruiken. Maak dus binnen het totaalplaatje gebruik van de ruimte die je hebt en bewaar je rust.

    Bij uitvoegen een beetje hetzelfde verhaal waar het het gebruikmaken van de ruimte betreft. Op 1200, 900, 600 of 300 meter afstand weet je al dat je uit moet rijden. Vanaf dat moment kun je al een plan gaan maken om je ruimte kiezen en de snelheid eventueel aan te passen. Gegeven het feit dat je dan rechts rijdt, hoef je alleen nog maar met de verkeersstroom mee te rijden. Het wordt wat lastiger als je twee rijstroken naar rechts (van de blokmarkering) moet verplaatsen. Maar ook dan moet je voldoende snelheid houden (niet onbewust van het gas gaan als dit niet nodig is) en de verplaatsingen in stappen uitvoeren. Kijk ook nu weer zo ver mogelijk vooruit zodat je weet hoeveel afstand je hebt om dit te doen. Meestal heb je ruimte genoeg om dit rustig te doen. Heb je bij het verlaten van de snelweg een U-bocht, dan kun je meestal al ruim van te voren -rijdend over het viaduct- zien hoe druk het verderop op de weg is door tijdig rechts naast de auto, beneden op de weg te kijken. Door dat te doen kun je vast een voorspelling maken van de drukte/doorstroming die je de bocht door (of in de bocht) kunt verwachten.

    Mvg – Sjaak

  13. beste sjaak,

    bedankt voor de goede uitleg.
    ik wil graag erbij zeggen dat ik al ver gevorderd ben
    als het gaat om voertuig beheersing en beheer van het voertuig,
    het enige waar ik moeite mee hebt is vooruitzicht bij het invoegen en uitvoegen op snelweg, en dat is omdat ik niet snel genoeg kijk heb daar moeite mee,mijn vraag is hoe zou ik dat kunnen uitbereiden?

    alvast bedankt voor de moeite

    vriendelijke groeten hayriye

  14. Beste Hayriye,

    Veelal kun je stellen dat het ver vooruit kijken pas aan bod komt als de voertuigbeheersing in orde is en de verkeersregels voldoende bekend en toe te passen zijn. Dit kost tijd en oefening, dat bij de één sneller zal gaan dan bij de ander. Heb misschien wat meer geduld en vraag je instructeur naar vorderingen en verbeteringen. Pas als je voldoende vertrouwd bent met de auto en jouw plaats in het verkeer zul je de rust in je rijden hebben om jezelf op verder gelegen aandachtspunten te richten. Uiteraard moet je wel voortdurend gewezen worden op bepaalde zaken door je instructeur tijdens de lessen. Je moet natuurlijk wel weten waar je op moet letten om het te kunnen weten. Stel je maar eens bewust voor hoe je kijkt en waarneemt als je met voor jou vertrouwde zaken bezig bent (wandelen, fietsen). Waarschijnlijk neem je veel meer informatie op dan je denkt, maar dit is een onbewust proces en verloopt automatisch. In de auto komt de ervaring met de jaren en/of kilometers. Tijdens je rijlessen gaat het erom een verantwoorde basis te leggen.
    Misschien helpt bijgaand artikel je:

    http://www.autorij-instructie.nl/?p=957

    Succes en groeten,

    Sjaak

  15. Beste Sjaak,

    Ik ben een dame die al een tijd best wel goed kan rijden tijdens het lessen,
    alleen niet zo goed vooruit kan kijken.
    Hoe zou ik een beter zicht in het verkeer kunnen krijgen?

    Alvast bedankt groeten hayriye.

  16. Beste Wilfred,

    Vanuit m’n stoel lastig te overzien, maar:
    voor zover ik kan beoordelen voert de ander een zijdelingse verplaatsing, oftewel bijzondere manoeuvre uit, waarbij hij of zij al het overige verkeer voor moeten laten gaan.
    Dit is de standaard regel, maar uiteraard spelen er ook factoren als rijgedrag, voldoende ver vooruit kijken e.d. een rol.

    Mvg – Sjaak

  17. Bij een gelijkwaardige kruising wil ik rechtsaf slaan. Van rechts nadert een auto die naar links uitweek voor een andere auto die op zijn rechterweghelft geparkeerd staat (buiten de 5 meter).
    Terwijl die auto naar links uitweek ben ik nog bezig rechtsaf te slaan en botsen wij frontaal.
    Wie is hier fout?

  18. Beste Paula,

    Zoals jij de situatie schetst geldt:

    “rechtdoor op dezelfde weg gaat voor”

    In dit geval ben jij de bestuurder die rechtdoor rijdt en de ander degene die afslaat.

    Mvg – Sjaak

  19. Ik heb een vraagje

    Als je met je schooter op een fietspad rijdt en het stoplicht staat op groen
    er komt een auto aan die slaat rechts af waardoor je moet remmen en je komt te vallen is, de bestuurder zeg dat hij je niet zag, is de bestuurde van de auto dan aansprakelijk

    Groetjes Paula

  20. Beste Liza,

    Ga uit van je eigen kunnen. Als je er aan toe bent en tijdens je lessen goed rijdt, is er geen reden om te twijfelen.

    Wees scherp, zorg dat je goed uitgerust bent en ga lekker een uurtje rijden alsof het een les is.

    Tips heb je verder als het goed is niet meer nodig…..ga er voor !!

    Succes – mvg – Sjaak

  21. Hallo,
    ik ga over een week afrijden voor het eerst ( heb al 40 lessen gehad)… willen jullie mij wat tips geven? ( zeg maar dat ik het in 1 keer haal en dat ik niet van die stomme fouten moet maken).

    nou alvast bedankt.
    groetjes

  22. Beste Vanessa,

    Het naderen van een kruispunt doe je bijna altijd in de tweede versnelling. Zoals beschreven moet je een kruispunt al op ruime afstand herkennen en je snelheid op de situatie aanpassen. In de praktijk betekent dit vaak dat je -rijdend in de derde of vierde versnelling- op tijd de gastoevoer verminderd, waardoor de snelheid ook verminderd. Tegen de tijd dat je het kruispunt dicht genaderd bent (20-30 meter), kun je veelal volstaan met terugschakelen naar de tweede versnelling en laat je de koppeling weer opkomen. Veelal hoef je dan vóór het terugschakelen niet eens, of slechts licht (bij) te remmen. Indien je rustig door kunt rijden, doe je dit niet met ingetrapte koppeling, zodat je een optimale controle over je voertuig houdt. In het algemeen trap je de koppeling -als je de auto stil moet zetten- pas in, vlak voor dat je stil staat, voor dat de auto gaat ‘bokken’. Dit zal je dan als je b.v. in de derde versnelling aan komt rijden iets eerder moeten doen dan in de eerste versnelling. Dit is per auto ook een beetje verschillend en moet je uiteindelijk voelen en ervaren.

    Mogelijk heb je ook nog wat aan onderstaand artikel.

    http://www.autorij-instructie.nl/?p=23

  23. ik was de eerste keer gebuisd omdat ik altijd remde met mijn koppeling een foute remtechniek maar als je alles moet toestampen en je duwt alleen op je rem dan val je toch stil,
    moet je dan snel eerst je voet op de rem en daarna de koppeling induwen?
    is dat we juist dan want ik wist niet dat dat niet mocht?!!

  24. Beste Vanessa,

    Als je stil staat zal je de auto wel moeten ontkoppelen, anders slaat de motor af. Kom je rustig aangereden en kun je -min of meer- meteen doorijden, dan stem je hier je snelheid op af en probeert dit in de tweede versnelling -al rijdend- op te lossen. Soms is het dan nodig om met de koppeling te ‘spelen’, zoals je b.v. bij file-rijden ook doet, om de auto vloeiend met de verkeersstroom mee te laten rijden.

    Nee, je moet de versnelling niet in z’n vrij zetten, of te vroeg de koppeling intrappen, dan ben je namelijk je remmend vermogen op de motor kwijt. Probeer maar eens hoe de auto aanvoelt terwijl je de koppeling intrapt en in eenzelfde situatie waarbij je het niet doet. Je zult merken dat de auto -indien je het niet doet- beter controleerbaar blijft. Daarbij is het beter voor het milieu om in een zo hoog mogelijke versnelling te rijden en zo min mogelijk te schakelen (goed vooruit kijken/anticiperen). Uiteraard moet de auto dan wel voldoende trekkracht behouden. Het beste moment om te ontkoppelen is net vóór dat de motor gaat ‘bokken/schudden’. Dit is rond het stationair toerental .Je vader heeft zijn eigen rijstijl ontwikkeld, dat is niet erg, maar voor een beginnend bestuurder niet de bedoeling. Een andere reden om de versnellingspook niet in z’n vrij te zetten, is om direkt weg te kunnen rijden als dat nodig mocht zijn. Een ervaren bestuurder handelt over het algemeen sneller, dus dan speelt dit niet zo.

    Succes met het examen – Mvg – Sjaak

  25. ik heb een vraagje:
    als je een kruispunt nadert, en je moet wachten, je staat dus stil mag je de auto dan ontkoppelen (uit vites zetten)??
    ik moet dit van papa doen maar is dat niet gevaarlijk als er vanachter een auto tegen je op bots?
    papa zegt dat dit gezond is voor de motor??
    en mag je rijden in ontkoppelende stand?
    dus als je komt aangereden en je moet remmen, mag je de auto dan ontkoppelen terwijl je aant remmen zijt?(uit vites zetten?) zodat je alleen nog op de rem moet duwen???

    ik hoop dat jullie een antwoord kunnen geven want
    ik moet maandag voor mijn examen gaan en ik leer dat wel van papa maar ik weet niet of dat eigelijk wel mag!

  26. Beste Cioola,

    Even een paar opmerkingen:

    Het is altijd moeilijk om een uitspraak te doen naar aanleiding van een stelling, zonder zelf de specifieke situatie te kennen. Zoals jij het omschrijft, is het volgende mijn mening:

    Een voetganger heeft nooit voorrang, maar laat je voor gaan. Als een leerling dat onderscheid niet maakt, valt dit te begrijpen, een rij-instructeur moet echter beter weten.

    Wat ik uit je verhaal opmaak, is dat je de situatie goed overziet. Drukte, tram, overstekende voetgangers, winkelgebied, geparkeerde auto’s, achteropkomend verkeer, VOP, fietser (oud brikkie) enz. Je lijkt het allemaal opgemerkt te hebben en het heeft je aandacht.

    Mijn visie -als je de fietser tijdig hebt opgemerkt en zijn gedrag niet vertrouwd- zou zijn: gas los en eventueel remmen, met inachtneming van het achteropkomend verkeer. Voorwaarde is wel dat je ook konstant goed in je spiegels kijkt, zodat je de situatie rondom de auto goed kunt inschatten.

    Het is uiteraard nooit een optie de fietser het ziekenhuis in te rijden omdat hij een bestuurder is en géén voetganger. VOP of niet, maakt niet uit. “Geef je verstand eens voorrang” is in dit verband een mooie uitspraak. In het algemeen geef ik aan: bij reëele twijfel: zet de auto desnoods stil. Wat reëel is ligt niet vast en is steeds afhankelijk van de verkeerssituatie van het moment en dient iedere keer opnieuw beoordeeld te worden, maar……neem nooit onnodig risico.

    Dus………
    Zoals jij de situatie voorspiegelt, zou ik (na duidelijkheid te hebben over je beweegredenen) je eerder een compliment geven, dan je afvallen. Soms is de ‘lijn’ tussen wel en niet remmen echter moeilijk te trekken en gebaseerd op ‘gevoel’, verkeersinzicht, gevaarherkenning en ervaring. Een absolute regel is er voor het remmen echter (bijna) nooit te geven.

    Succes met de rij-opleiding. Mvg – Sjaak

  27. Vraagje ..

    Vandaag had ik les, we reden op een vrij druk stukje bij ons in Rotterdam.
    Smalle rijweg, met links een trambaan, en rechts winkels enz, renende mensen die tussen de geparkeerde auto’s vandaan rennen, om die tram te halen.

    Best een btje een rommeltje soms daar ..
    Vandaag reden we richting een v.o.p , daar kwam opeens vanaf de stoep een jonge man aanrijden, op zijn fiets .. Hij kwam met zo’n rot gang aangereden, dat ik niet durfde door te rijden, ik remde af ..
    Verkeer achter me reed niet hard dus het was gewoon veilig ..

    Maar, mijn instructeur werd een btje pist 🙁 …
    Zovan je weet toch dat alleen voetgangers voorrang hebben op het v.o.p, fietsers horen op de weg, krijgen geen voorang..
    De fiets van de jonge man, zag er niet zo uit alsof hij hele goede remmen had ( een oud brikkie) ..En ik gaf als antwoord, ik rem liever, dan dat hij op de voorruit licht …
    De situatie achter de auto was veilig om te remmen, maar ik denk dat ik, als er een auto dichter achter op gezeten had, ik toch had ggaan remmen,..
    Het ging me niet om de voorrang , maar meer .. nou jah.. Ik schrok een btje van die jongen..
    Die fietser is er opeens, met een rot vaart de bocht om, om het v.o.p te racen..

    Oké ik vraag mij af.. was mijn reactie nu echt zo fout ?
    nou jah ben benieuwd ..

  28. Beste Henny,

    Je kunt je afvragen of de fietsers correct handelen? Punt is echter dat je in het verkeer ook het gedrag van anderen niet mag verergeren, ook al zijn de fietsers -volgens de regels en wellicht hun eigen veiligheid- niet goed bezig.
    Daarnaast zijn fietsers -waaronder ook ouderen en kinderen- zwakke verkeersdeelnemers die met extra voorzichtigheid benaderd moeten worden.

    Wees daarom blij dat je -door een dergelijke situatie op te merken- in staat bent de fout van een ander op te vangen. Uiteindelijk is dit belangrijker dan de vraag wie fout is of niet.

    Mvg – Sjaak

  29. mijn vraag is, dat twee naast elkaar fietsers die links af slaan, zonder achter uit te kijken,zo oversteken. ze steken alleen hun hand naar links. ik kom van achteren en wil recht door. moet ik ze voor laten gaan.

  30. Beste Micha,

    Allereerst: voorsorteren mag, maar moet niet en voor rechts inhalen in een dergelijke situatie geldt hetzelfde.
    Het is natuurlijk altijd moeilijk, zo niet onmogelijk om een oordeel te geven zonder de situatie zelf te kennen, mede omdat ik ‘slechts’ rij-instructeur ben en geen politiefunctionaris of ongevaldeskundige.
    Echter: er vanuitgaande dat je tijdens het uitvoeren van de zijdelingse verplaatsing/voorsorteren goed om en naast de auto bent blijven kijken en deze veilig hebt uitgevoerd, kun je naar mijn idee alleen maar de conclusie trekken dat de ander zeer roekeloos gedrag heeft getoond, waarbij artikel 5 van de wegenverkeerswet geldt. Dit artikel stelt:

    Het is eenieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt, of kan worden veroorzaakt, of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd.

    Probleem in de praktijk is echter dat je dit wel moet kunnen bewijzen (getuigen e.d.) en de gegevens van de andere bestuurder moet hebben. Heb je dit, dan zou ik aangifte doen bij de politie en informeren wat zij voor je kunnen betekenen.

    Succes met de afhandeling – Mvg – Sjaak

  31. ik heb vandaag een aanrijding gehad.
    het ging als volgt.
    ik wilde links afslaan en maakte dat kenbaar door richting aan te geven en voor te sorteren naar links. hierbij keek ik in mijn binnenspiegel en zag een personenauto achter mij rijden.
    deze personenauto bleef ook achter mij rijden, totdat ik de bocht naar links nam.
    Op dat moment scheurde hij links van mij en ik dacht dat hij mij wilde afsnijden naar links.
    Maar tot mijn grote schrik sneed hij me af om vervolgens recht door te kunnen blijven rijden, waarbij hij mijn linker voorkant raakte.
    nou is toch echt mijn mening dat wanneer je naar links afslaat en je richtinh aanzet en vervolgens voorsorteert dat de gene die mij in wil halen dat van rechts hoort te doen!! deze personen auto is daarna ook nog eens door gereden. wie heeft er gelijk??

  32. Jij hebt voorrang in dit geval Kraan, je hebt het helemaal. juist, rechtdoorgaand verkeer gaat voor afslaand verkeer, of het de andere bestuurder nou naar links of naar rechtssgaat, dat maakt niet uit

  33. Ik rijd een kruising tegemoet die voor mij geen voorrangskruising is. Er staan haaietanden op mijn weg, en dus ook bij het voor mij tegemoet komend verkeer. Mijn weg is gescheiden door een middenberm. Een auto komt mij tegemoet, slaat linksaf en ik wil rechtdoor. heeft hij nou voorrang of ik?
    Volgens mij ik omdat ik rechtdoorga op dezelfde weg. volgens anderen heeft de ander voorrang omdat er haaietanden staan.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.