Bijzondere verrichtingen – Bijzondere manoeuvres

Bijzondere verrichtingen bij de rijles en het rijexamen

Bijzondere verrichtingen als: in- en uitstappen, schuin in een vak parkeren, stoppen evenwijdig aan de stoeprand, de halve draai en achteruit in een rechte lijn. Minder  voor de hand liggend als ‘straatje keren’, file parkeren, vakparkeren, hellingproef en bochtje achteruit, maar bijzondere verrichtingen die je wel moet kennen en dus ook tijdens de rijles en het praktijkexamen moet kunnen uitvoeren.

Laat het overig verkeer voor gaan

Let op: laat bij alle bijzondere verrichtingen het overig verkeer vóór gaan, wees duidelijk bij wat je doet of wat je wilt gaan doen en doe het vlot en veilig. Zoek bij twijfel oogcontact met de betrokken weggebruiker of gebaar deze om duidelijkheid te verkrijgen. Zet eventueel je alarmlichten –tijdelijk- aan als je wat ongelukkig staat opgesteld met de auto. Laat je regelkennis en verkeersinzicht spreken!

In- en uitstappen in de (les) auto

(bij opstelling evenwijdig langs de stoeprand, groenstrook e.d.)

In- en uitstappen doe je altijd tegen het verkeer in, zodat je altijd zicht hebt op het aankomend verkeer. Let er vóór het uitstappen op dat je goed in je spiegels kijkt en over je linker schouder, zodat je goed zicht hebt op het aan of achteropkomend verkeer.  De deur-greep hou je goed vast (harde wind e.d.). De deur open je met je rechterhand, hierdoor verplicht je jezelf al enigszins naar links te draaien, zodat het kijken over je schouder haast automatisch verloopt.

Denk erom dat in- en uitstappen ook telt als bijzondere verrichting en dat dit veilig moet gebeuren en volgens de voorgeschreven procedure.

Schuin in een vak parkeren met de (les) auto



Bijvoorbeeld bij winkelcentra of in woonwijken. Het vooruit insturen in een vak zal over het algemeen geen problemen opleveren. Bij het achteruitrijden –om je weg weer te kunnen vervolgen- moet je er echter van overtuigd zijn, dat dit goed en veilig kan. Rij dan uiterst langzaam/stapvoets achteruit, totdat je jezelf het zicht hebt gegeven op het overige verkeer. Kijk indien mogelijk door de ruiten van de naast je opgestelde voertuigen. Let goed op –soms- chaotisch gedrag bij in- en uitparkeren. Het feit dat er in deze situatie slecht zicht kan zijn geldt mogelijk ook voor anderen bestuurders. Blijf bij het achteruit rijden in principe op je eigen weghelft. Let bij het overrijden van de andere weghelft goed op tegemoet komende bestuurders en laat hen voorgaan.

Recht vooruit parkeren langs de stoeprand met de (les) auto



Hierbij breng je de auto netjes langs de stoeprand tot stilstand, aan de rechter of linkerzijde van de weg, afhankelijk van de instructie die je krijgt of de keuze die je maakt. Kies een ruime plek en breng de auto tot stilstand op lijn van de reeds geparkeerde voertuigen. Je mag met de voorbanden niet over de stoeprand rijden bij het insturen, maar wordt geacht de breedte en het stuurgedrag van de auto goed in te schatten en rustig en scherp in te sturen, zodat je netjes en evenwijdig aan de stoep komt te staan. Spiegel goed bij het aan komen rijden en geef een signaal met je richtingaanwijzer als de situatie hier om vraagt en/of het de duidelijkheid ten goede komt.

Deze handeling kan zowel aan de rechter als linker zijde van de weg uitgevoerd moeten worden. Na uitvoering van dit deel van de instructie moet je wel weer makkelijk weg kunnen rijden. Stop dus niet te dicht op reeds geparkeerde auto’s of andere obstakels, zodat je het jezelf bij het uitsturen /wegrijden niet onnodig lastig maakt. Eerst achteruit rijden om voor jezelf ruimte te scheppen is géén optie.  Voor de rechter zijde pas je -voor het wegrijden-  eenzelfde (standaard) gedrag toe alsof je vanuit stilstand aan het verkeer gaat deelnemen. Voor de linker zijde in feite ook, maar dan extra aandacht voor tegemoetkomend én achteropkomend verkeer .  Vergeet dus niet richting aan te geven voor het wegrijden (je gaat vanuit stilstand weer aan het verkeer deelnemen) en kijk goed en zoals het moet!

Halve draai met de (les) auto



In één keer op een brede weg terug draaien. Kijk goed in je spiegels vóór je de auto –aan de rechterzijde- tot stilstand brengt en wees duidelijk in wat je doet of gaat doen (signaal, richtingaanwijzer). Neem zoveel mogelijk ruimte om de verrichting uit te voeren Zet de auto eerst stil vóór je gaat draaien, of laat uiterst langzaam doorrollen, zodat je jezelf de tijd geeft goed te kijken en rustig te handelen. Let –voordat je gaat handelen- goed op achteropkomende, maar ook tegenliggende bestuurders en overig verkeer. Je mag ze niet hinderen tijdens de uitvoering van de halve draai. Kijk goed, geef richting aan naar links –direct voor aanvang- en stuur vloeiend, vlot en soepel naar links om de halve draai uit te voeren. Ben je gedraaid, dan kijk je weer in je spiegels voor de zogenaamde nacontrole.

Recht achteruit rijden in een rechte lijn



Stop de auto met de wielen  in de rechtuit stand, op een afstand van ongeveer 50 cm, evenwijdig aan stoeprand, groenstrook e.d.
Zoek de stoeprand of iets anders door het midden van het achterruit als richtpunt.  Blijf –rustig rijdend met slippende koppeling- evenwijdig aan de stoeprand, graskant, parkeervakken en dergelijke rijden, afhankelijk van de opdracht die je gekregen hebt of de plek die je hebt gekozen. Als je het prettiger vindt, mag je hierbij het bovenlichaam naar achter (rechts) draaien, of je mag het alleen via je spiegels doen. Rijd zoveel mogelijk in een rechte lijn, voer eventuele stuurcorrecties met minimale stuurbewegingen uit, anders blijf je corrigeren. Slechts een zeer weinig sturen zorgt met de auto al voor koersverandering.
Laat het overige verkeer eventueel vóór gaan totdat je de ruimte hebt. Het inschakelen van de achteruit versnelling doe je pas als er geen achteropkomend verkeer nadert (schrikreactie witte achteruitrijlichten). Blijf tijdens de uitvoering rondom de auto kijken, zodat je zicht houdt op het overige verkeer, vooral achter de auto.

Rijles: lees ook de volgende Bijzondere Verrichtingen / Bijzondere Manoeuvres :

Voertuigcontrole – controle van de auto vóór aanvang van de rit

Vakparkeren  – achteruit en vooruit parkeren in een vak

Straatje keren keren door middel van drie keer steken

File parkeren – parkeren langs de trottoirband achter een voertuig

Bocht achteruit – achteruit rijden in een bocht evenwijdig aan de stoeprand

De Hellingproef stoppen en wegrijden op een hellend vlak

Misschien nog wat extra lessen?

Bronnen en/of referenties
  • Pré-B Autorij-instructie

2 gedachten over “Bijzondere verrichtingen – Bijzondere manoeuvres”

  1. ik heb onlangs examen gedaan voor fase 3a van de rijinstrukteurs opleiding ik ben daar voor gezakt mijn lesplan was kruispunten,dit bleek geen goede keuze,te lastig .heb je voor mij misschien wat tips welk onderwerp ik beter zou kunnen gebruiken voor een volgend examen?bvd gr Hans

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.