Theorie auto – Test verkeersregels – verkeersinzicht

InfoNuOefen je verkeerskennis

Voor vele automobilisten is het behalen van het rijbewijs B of BE al enige tijd geleden. Veel kennis van de verkeersregels en de verkeersborden zal niet meer geheel ‘up to date’ zijn. Belangrijk is deze kennis wel, om in staat te zijn adequaat en veilig te kunnen reageren op steeds wisselende verkeerssituaties. Fris dus je kennis op, doe deze test(s) en beoordeel je behaalde resultaat.

De verkeersvragen zijn bedoeld om je theoretische kennis te testen of gewoon voor de aardigheid. De vragen zijn gebaseerd op de theoretische kennis die benodigd is voor het behalen van het rijbewijs-B (auto). Kies bij iedere vraag het juiste of meest logische antwoord en schrijf vervolgens een 1 of een 2 op voor het antwoord, waarvan jij denkt dat het juist is. Onder aan dit artikel vind je de antwoorden en zo nodig de motivatie van de antwoorden. Ken jezelf voor ieder goed antwoord 1 punt toe en kijk wat je totaalscore is!

Theorie – Vragen voor het rijbewijs B

01. Bij slecht zicht mag je groot licht voeren
1. Waar.
2. Niet waar.

02. Als de binnenspiegel ontbreekt, mag je
1. Niet rijden want je ziet onvoldoende.
2. Wel rijden als er een linker en rechter buitenspiegel aanwezig is.

03. Een veiligheidsgordel tot 18 jaar…
1. Wordt gedragen door personen korter dan 135 cm. als heupgordel.
2. Wordt gedragen door personen korter dan 135 cm. gezeten op een ‘kinderzitje’.

04. Lading op de auto mag niet meer uitsteken dan….
1. 20 cm. per zijkant.
2. Tot een breedte van 2.50 meter.

05. De auto mag volgens kenteken 1200 kg trekken, de aanhanger inclusief laadvermogen weegt 1050. Je hebt nodig
1. Rijbewijs BE want de aanhanger is zwaarder dan 750 kg.
2. Rijbewijs B want de aanhanger mag door de auto worden getrokken en het totaalgewicht van de combinatie bedraagt minder dan 3500 kg.

06. Je voert op de privé-auto optische- en geluidssignalen, je bent 
1. Hiermee een voorrangsvoertuig geworden.
2. Strafbaar, dit is streng verboden.

07. Je bent 50 jaar en hebt 30 jaar mijn rijbewijs, je mag
1. Maximaal 0,5 promille alcohol in het bloed hebben.
2. Maximaal 0,2 promille alcohol in het bloed hebben.

08. Bij ongevallen die plaatsvinden, is de schuld
1. 50% de mens en 50% overige oorzaken, inclusief de techniek van de auto.
2. voor 92% is de mens schuldig aan het ontstaan van ongevallen.

09. De volgafstand die je aanhoudt is minimaal
1. 2 seconden.
2. 3 a 4 seconden.

10. Bij uitrijden op en autosnelweg
1. Geef je richting aan daar waar de dubbele belijning van de uitrijstrook begint.
2. Geef je ruim van tevoren, op ongeveer 200 a 300 meter richting aan’.

11. Bij aan komen rijden op een autosnelweg, vóór het invoegen
1. Geef je gas bij en voegt in vóór de andere bestuurders.
2. Kies je in principe de plek/ruimte om in te voegen achter een voertuig.

12. De elektronische signaleringsborden boven de snelweg geven een snelheid aan
1. Dit is een adviessnelheid, ingeval van wegwerkzaamheden, file enz.
2. Dit is een verplichte maximumsnelheid, welke je niet mag overschrijden.

13. Als je bij een weefvak de snelweg wil oprijden
1. Ga je voor want je moet snelheid kunnen maken om in te voegen.
2. Moet je in principe uitrijdende bestuurders voor laten gaan.

14. De autoweg is bedoeld voor motorvoertuigen die
1. Minstens 80 kilometer per uur kunnen rijden, maar bij voorkeur 100.
2. Minstens 50 kilometer per uur kunnen en mogen rijden.

15. Als je een uitrit uit rijdt, of een inrit in rijdt, moet je
1. Alle bestuurders voor laten gaan, van zowel rechts als links.
2. Al het overige verkeer voor laten gaan.

16. Rijdend in een voorsorteerstrook mag je
1. Niet meer van richting veranderen en moet je de gekozen rijrichting volgen.
2. Zodra er een doorgetrokken streep is, niet meer van rijrichting veranderen.

17. Een pijl in het verkeerslicht betekent
1. Let op andere weggebruikers bij het afslaan en laat deze voor gaan.
2. In principe hebben -als je afslaat- weggebruikers uit andere rijrichtingen een rood verkeerslicht.

18. Als je langere tijd voor een spoorwegovergang moet wachten moet je
1. De motor afzetten, dat is beter voor het milieu.
2. De motor laten draaien, zodat je direct door kunt rijden zodra het licht dooft.

19. Bij nacht mag je geen groot licht voeren
1. Binnen de bebouwde kom.
2. Als je kort achter een fietser rijdt.

20. Bij nadering van een stopbord moet je
1. Rustig oprijden tot de stopstreep voordat je weg vervolgt.
2. De auto volledig stoppen voordat je doorrijdt.

Antwoorden en motivatie:
  1. 2 Groot licht mag je alleen bij nacht voeren, dat is dus het uitgangspunt. Verder mag je tijdens het voeren van groot licht andere weggebruikers/bestuurders niet hinderen/verblinden.
  2. 2 Een binnenspiegel is niet verplicht, mits er een rechter- en linkerbuitenspiegel aanwezig is op het voertuig.
  3. 2 Het ‘kinderzitje’ moet je ruim zien. Voorheen mocht de gordel als heupgordel gebruikt worden, maar dit geeft onvoldoende beveiliging, zodat deze regel is aangescherpt.
  4. 1 De breedte van 2.50 meter betreft de maximaal toegestane breedte van motorvoertuigen op onverharde wegen.
  5. 2 Met rijbewijs B mag altijd een aanhanger plus laadvermogen tot 750 kg. getrokken worden. Daarboven is het afhankelijk van het gewicht dat het trekkende voertuig voertuig volgens het kenteken mag trekken, waarbij het totale gewicht van de combinatie niet hoger mag zijn dan 3500 kg.
  6. 1 + 2 Beide antwoorden zijn goed. Uiteraard mag het niet, maar aan de buitenkant van een motorvoertuig is niet te zien binnen welke functie het voertuig gebruikt wordt. Een motorvoertuig zonder uiterlijke kenmerken kan dus in principe wel een voorrangsvoertuig zijn.
  7. 1 Je hebt geen beginnersrijbewijs en mag in principe tot maximaal 0,5 promille alcohol in het bloed hebben.
  8. 2 De mens is voor 92% verantwoordelijk, 5% komt door de weg- en omgevingsomstangdheden en 3% door problemen met het voertuig. Dit zijn uiteraard gemiddelden.
  9. 1 De regel is 2 seconden. Beter echter is 3 á 4 seconden, zodat je jezelf meer ruimte en tijd geeft te reageren en handelen op onverwachte situaties.
  10. 2 Op 200 á 300 meter geef je al richting aan, zodat andere weggebruikers tijdig weten/kunnen voorspellen wat je gaat doen.
  11. 2 In principe voeg je in achter een andere bestuurder, zodoende houd je zelf het initiatief en ben je minder afhankelijk van het versnellen of vertragen van anderen. Kies tijdig je plek van invoegen en pas je snelheid hierop aan.
  12. 2 Het voordeel van elektronische signaleringsborden is dat ze kunnen worden aangepast aan de wisselende omstandigheden op een willekeurig moment.
  13. 2 De doorstroming op de doorgaande rijbaan (is snelweg) is het meest belangrijke. Veelal ligt hier de snelheid ook hoger, vandaar de regel.
  14. 2 De maximumsnelheid op een autoweg is 100 km. per uur, maar als het motorvoertuig harder dan 50 km. per uur kan en mag rijden, is rijden op de autoweg toegestaan.
  15. 2 Hierbij praten we over het uitvoeren van een bijzondere manoeuvre en moet je het overige verkeer (is alle weggebruikers) vóór laten gaan (dus ook voetgangers).
  16. 2 Zodra je de doorgetrokken streep bereikt, moet je de gekozen rijrichting blijven volgen en eventueel later de gewenste route opnieuw kiezen.
  17. 2 Dit is in principe zo. Neem je voorrang echter niet, maar handel veilig.
  18. 1 Het nieuwe rijden geeft een aantal richtlijnen over je rijgedrag, die je geacht wordt te volgen. Dit is er één van!
  19. 2 Bij nacht mag je altijd groot licht voeren, mits je geen andere weggebruikers hindert/verblindt.
  20. 2 Bij een stopbord altijd de auto stilzetten. Tel voor jezelf desnoods twee seconden terwijl de auto stilstaat, om er zeker van te zijn dat je hieraan voldoet.
Je score:

1 7 tot en met 20 punten
Om tot deze score te komen moet je een goede theoretische verkeerskennis hebben en mag je jezelf -als je volgens de regels handelt- naar alle waarschijnlijkheid een bovengemiddeld automobilist noemen.

13 tot en met 16 punten
De kennis van de verkeerstheorie mag wel wat aangescherpt worden. Een opfriscursus is het overwegen waard.

00 tot en met 12 punten
Sorry, maar echt positief is het nog niet , blijf in het verkeer goed opletten en doe geen gekke dingen!

Bronnen en/of referenties:

Pré-B Autorij-instructie
RVV 1990

12 gedachten over “Theorie auto – Test verkeersregels – verkeersinzicht”

  1. Beste Twinkl,

    In vraag 19 is het meest juiste antwoord: 2, want:

    ” bij het op korte afstand volgen van een ander voertuig (ezelsbruggetje: zij die spiegels op hun voertuig kunnen hebben en dus verblind kunnen worden)”

    Antwoord 1 is afhankelijk van de omstandigheden en is gezien de informatie in de vraag niet te beantwoorden. (tegenliggers etc.)

    Mvg – Sjaak

  2. Het antwoord bij vraag 19 “2. Als ik achter een fietser rijd” is volgens mij niet juist, want volgens de RVV geldt:

    A.Bestuurders van een motorvoertuig, bromfietsers, snorfietsers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig moeten bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd en bij nacht dimlicht voeren.

    B.Het op de auto voeren van groot licht in plaats van dimlicht is toegestaan, behoudens in de volgende gevallen:

    * bij dag (is dus verboden)
    * bij het tegenkomen van een andere weggebruiker (dus ook voetgangers)
    * bij het op korte afstand volgen van een ander voertuig (ezelsbruggetje: zij die spiegels op hun voertuig kunnen hebben en dus verblind kunnen worden)

    Met dit artikel wordt tevens bedoeld, dat groot licht alleen gevoerd wordt als de situatie –door het voeren van dimlicht- onvoldoende zicht geeft.

    bron: je eigen site http://www.autorij-instructie.nl/?p=282

  3. Beste Olaf,

    Wat je schrijft is helemaal juist. In de inleiding heb ik dan ook bewust “het juiste of meest logische antwoord” aangehaald.
    Van de twee mogelijkheden bij vraag 2 is dan antwoord 2 het juiste. Ik zal in de motivatie wat vollediger zijn wat het zicht naar achteren betreft (voeg ik toe)

    Bedankt voor het meedenken en de correctie,

    Mvg – Sjaak

  4. Antwoord op Vraag 2 klopt mi niet:
    Het moet zijn:

    * Linker buiten- en binnenspiegel verplicht
    * Rechterbuitenspiegel: aan te raden. Is alleen verplicht, als de binnenspiegel geen zicht op de weg achter de auto geeft.

  5. Beste Natascha,

    Een voetganger krijgt nooit voorrang, je moet ze hooguit voor laten gaan. Dit met name als jij als bestuurder afslaat en de voetganger rechtdoor gaat. Verder o.a. ook bij het in- of uitrijden van een uitrit. Hierbij moet je al het verkeer voor laten gaan, dus ook voetgangers. Geeft een voetganger de indruk bij een VOP over te willen steken ook. Dit volgens de regels. Daarbij moet je je bedenken dat voetgangers kwetsbare (of oude, of jonge) weggebruikers zijn, die ook de verkeesregels niet altijd beheersen, zodat je bij twijfel altijd extra rekening moet houden met deze groep verkeersdeelnemers.

    Misschien dat de volgende artikelen de moeite waard zijn:

    http://www.autorij-instructie.nl/?p=24 = voorrang verlenen -vóór laten gaan, en

    http://www.autorij-instructie.nl/?p=11 = file-parkeren , en

    http://www.autorij-instructie.nl/?p=12 = vakparkeren

    De artikelen alleen zullen niet voldoende zijn, maar zijn meer ter ondersteuning. Het ‘leren’ doe je tenslotte in de auto.

    Succes en groeten – Sjaak

  6. ik heb een goede vraag op welke momenten krijgen voetgangers precies voorang b.v bij een kruispunt wanneer moeten voetgangers voorang krijgen en wanneer nou niet in welke sitiauties?

    En stel dat je wil inparkeren waar moet je opletten zodat je echt zeker weet dat je goed binnen de lijnen parkeert en bij fileparkeren?

    alvast bedankt!!

  7. Beste Ayse,

    Een losbreekreminrichting is een kabel die de handrem van de aanhang-wagen in werking stelt als de koppeling los raakt en de kabel afbreekt en moet gebruikt worden als:
    -de toegestane massa van de aanhangwagen meer bedraagt dan 1500 kg.

    Praatpalen staan op ongeveer 2 kilometer afstand van ellkaar. De kortste looprichting staat naar rechts of links met pijlen aangegeven en bedraagt dan dus nooit meer dan één kilometer.

    Mvg – Sjaak

  8. ik snap nog steeds niet wanneer je wel of geen losbreekreminrichting moet hebben wie kan het mij het simpelste vertellen en hoeveel km is de afstand tussen de praatpaaltjes op de autosnelweg

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.